|

De strijd om de legbatterijfoto: Martine Bakx versus de fototrollen

Het begon allemaal in april 2013 met een onschuldige handeling op een persoonlijk  blog. Martine Bakx kopieerde een pagina uit een werkstuk van haar destijds negenjarige dochter naar haar blog. Op die pagina stond een foto van een legbatterij, een beeld dat de aanleiding zou vormen voor een juridisch epos dat meer dan tien jaar later nog steeds voortduurt voor de kantonrechter in Rotterdam. Wat begon als een auteursrechtclaim van enkele honderden euro’s, is inmiddels uitgegroeid tot een principiële strijd tegen wat Bakx omschrijft als het “perfide verdienmodel” van grote persbureaus, auteursrechtenbureau’s en advocaten.

De aanleiding: Een ‘blafbrief’ en een veroordeling

In 2017 ontving Bakx een zogenaamde ‘blafbrief’ van Permission Machine, die handelde namens het fotobureau Hollandse Hoogte. Hoewel zij de foto direct verwijderde en haar excuses aanbood, weigerde zij de aangeboden ‘retroactieve licentie’ te betalen. ANP vroeg 265 euro terwijl een licentie nog geen 10,00 euro had moeten kosten. Dit leidde tot een rechtszaak waarin de rechter in 2019 oordeelde dat Bakx een schadevergoeding en proceskosten moest betalen, in totaal een bedrag van 720 euro. Destijds werd gesteld dat Hollandse Hoogte de rechthebbende was van de foto, of althans de bevoegdheid had om de claim op eigen naam in te dienen. Bakx betaalde het bedrag, maar de zaak bleef aan haar knagen, zeker toen zij ontdekte dat zij niet de enige was die hiermee te maken kreeg.

Bakx begon met het schrijven van artikelen over fototrollen , de rechtspraak en allerlei voorbeelden van het verdienmodel. Haar website staat intussen vol met tientallen artikelen.

De nieuwe ontdekking en de eis tot herroeping

De kern van de huidige procedure bij de kantonrechter is een verzoek tot herroeping van het vonnis uit 2019. Bakx stelt dat zij op 1 augustus 2024 informatie kreeg waaruit blijkt dat Hollandse Hoogte in 2018 niet in opdracht en voor rekening van de  auteursrechthebbende optrad De werkelijke rechthebbende van de legbatterijfoto is de fotograaf Michiel Wijnbergh. Bakx voert aan dat Hollandse Hoogte destijds in de dagvaarding onterecht heeft beweerd dat de auteursrechten door de fotograaf waren overgedragen. Dat bedrog zou echter geen gevolgen voor de uitspraak hebben als Hollandse Hoogte als lasthebber van de rechthebbende optrad. Volgens Bakx is de in augustus 2024 overgelegde overeenkomst geen lastgevingsovereenkomst.

Haar eis is dan ook helder: het oude vonnis moet van tafel omdat er sprake zou zijn van bedrog door Hollandse Hoogte. Zij betoogt dat voor het procederen op eigen naam – door een organisatie die niet de eigenaar is van de rechten – een specifieke lastgevingsovereenkomst met ‘privatieve werking’ vereist is. Volgens Bakx ontbreekt zo’n overeenkomst in dit dossier. In haar optiek heeft ANP, als rechtsopvolger van Hollandse Hoogte, met andermans rechten ‘gewapperd’ om onterechte vergoedingen te incasseren.

Het verweer van ANP Holding B.V.

De gedaagde partij, ANP Holding B.V., werpt een fors juridisch blokkadesysteem op tegen de eisen van Bakx. In de conclusie van dupliek stelt de gemachtigde van ANP allereerst dat de herroepingstermijn al lang is verstreken. Volgens de wet moet een herroeping binnen drie maanden na het ontdekken van het bedrog worden ingesteld. ANP voert aan dat Bakx al veel eerder dan augustus 2024 op de hoogte was, of had kunnen zijn, van de feiten rondom de auteursrechten. Zij wijzen erop dat Bakx al in 2021 wist dat er discussie was over de vraag of ANP wel namens freelancers mocht claimen.

Inhoudelijk ontkent ANP bovendien dat er sprake is van bedrog. Hoewel zij erkennen dat de auteursrechten bij fotograaf Wijnbergh bleven, stellen zij dat Hollandse Hoogte wel degelijk bevoegd was om de rechten te beheren en te exploiteren. Volgens ANP heeft de rechter in 2019 zich niet laten leiden door de precieze juridische kwalificatie (eigendom versus beheer), maar door het feit dat er simpelweg een inbreuk was gepleegd op een foto. ANP benadrukt dat Wijnbergh zelf ook heeft verklaard dat Hollandse Hoogte bevoegd was om tegen inbreuken op te treden en dat hij ook een deel van de opbrengst heeft ontvangen.

Een doolhof van rechtspersonen

Een complicerende factor in deze zaak is de complexe bedrijfsstructuur van de gedaagde partij. Bakx dacht aanvankelijk dat zij ANP B.V. moest dagvaarden en ontdekte te laat dat Hollandse Hoogte juridisch was opgegaan in ANP Holding B.V. Dit leidde tot procedurele verwarring waarbij de rechter in januari 2025 een eerdere poging tot herroeping niet-ontvankelijk verklaarde omdat de verkeerde entiteit was gedagvaard. Bakx heeft dit in de huidige procedure hersteld door de Holding direct aan te spreken, maar ANP gebruikt deze eerdere fouten om de geloofwaardigheid van haar tijdlijn aan te vallen.

De principiële kwestie: David tegen Goliath

Voor Martine Bakx gaat dit dossier inmiddels veel verder dan dit ene incident. In haar stukken spreekt zij over een “patroon” van misleidende en agressieve praktijken door persbureaus, die zij bestempelt als “fototrollen”. Zij voert de strijd naar eigen zeggen om jurisprudentie uit te lokken en “slachtoffers van het perfide verdienmodel” een stem te geven. Bakx is een petitie opgestart met de naam
‘Stop onredelijke fotoclaims‘ waarin wordt verzocht om een onafhankelijke commissie waar je een sommatiebrief aan kunt voorleggen. Deze commissie controleert of er sprake is van een inbreuk en bepaalt wat een redelijke schadevergoeding voor de fotograaf is.

Om haar juridische kosten te dekken, is zij zelfs een crowdfundingactie gestart die inmiddels meer dan 2.500 euro heeft opgebracht.

ANP Holding ziet dit echter heel anders en kwalificeert de herroepingsprocedure als een “niet-toegestane poging van verkapt hoger beroep”. Zij menen dat Bakx de discussie die zij in 2019 had moeten voeren, nu jaren later alsnog probeert te forceren onder de noemer van bedrog. De kantonrechter zal nu moeten oordelen of Bakx op tijd is met herroepen en of Hollandse Hoogte destijds op eigen naam de rechten van Wijnbergh mocht handhaven.. De uitspraak in deze zaak zal mogelijk grote gevolgen hebben voor de manier waarop persbureaus in de toekomst inbreukclaims mogen indienen. Dienen zij dat voortaan mede namens de rechthebbende fotografen te doen of mogen ze op eigen naam blijven claimen?

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *