“Door op te stappen uit de MRS schieten deze omwonenden zichzelf in de voet”

Vrijdag 19 juni werd bekend dat vertegenwoordigers van twee groepen omwonenden in de Maatschappelijke Raad Schiphol (MRS) hun werk hebben neergelegd. De MRS is een organisatie die de belangen van omwonenden vertegenwoordigt en tot doel heeft de leefomgeving rond Schiphol te verbeteren. Gevraagd en ongevraagd brengt de MRS advies uit aan de regering. De MRS zelf verklaarde overigens dat beide leden zijn vertrokken en dat hun plaatsen snel zullen worden ingevuld door anderen.

De leden waar het om gaat, afkomstig uit het cluster Buitenveldertbaan-Oostbaan en het cluster Zwanenburgbaan, zijn het niet eens met de opstelling van de rest van de MRS. Breekpunt is het zogenoemde vliegen volgens het Nieuwe Normen- en Handhavingsstelsel (NNHS). Daarbij worden de banen die voor het kleinste aantal omwonenden hinder veroorzaken het meest gebruikt. De vertegenwoordiger van het cluster Buitenveldertbaan-Oostbaan, tevens lid van het Platform Vliegoverlast Amsterdam (PVA), vindt dat dit haaks staat op het wettelijke gelijkheidsbeginsel, dat stelt dat je niet de ene groep mag voortrekken boven de andere.

In Het Parool zegt de betreffende vertegenwoordiger, Wester, het volgende:

“Daardoor ontbreken cruciale zaken in het MRS-advies en blijft preferentieel baangebruik volledig overeind in de kabinetsplannen. Terwijl het aantoonbaar leidt tot het uitsmeren van vliegverkeer, hinder en overlast, waardoor veel meer mensen last hebben.”

De opstelling van Wester en Looman is opmerkelijk. Ten eerste omdat de leden van de toenmalige Omgevingsraad Schiphol (ORS), de voorganger van de MRS, juist hadden gepleit voor het wettelijk vastleggen van de vliegregels van het NNHS. Het NNHS is als stelsel door beide Kamers aangenomen. Alleen werd het nooit opgenomen in een nieuw Luchthavenverkeerbesluit (LVB).

En juist dat heeft omwonenden al minimaal vijftien jaar in een slechte rechtspositie gebracht. Toen een aantal omwonenden naar de rechter stapte vanwege overschrijding van normen uit het NNHS, kregen zij ongelijk omdat het NNHS niet in de vigerende wetgeving was opgenomen. Toen andere omwonenden de rechter vroegen in te grijpen vanwege overschrijding van grenswaarden bij handhavingspunten, oordeelde de rechter juist andersom. Daarbij werd erop gewezen dat het LVB zou worden aangepast aan nieuwe wetgeving volgens het NNHS.

Juist het nieuwe LVB, dat uiterlijk in november 2026 juridisch houdbaar moet zijn, herstelt de rechtspositie van omwonenden. Dat herstel zou mogelijk in gevaar kunnen komen door de opstelling van beide vertegenwoordigers.

Daarnaast is hun stap opmerkelijk omdat de bewoners die zij vertegenwoordigen wonen bij banen die juist niet preferent worden ingezet. De Kaagbaan en de Polderbaan zijn de preferente banen en worden daardoor veel vaker gebruikt dan de banen waar de achterban van de opgestapte vertegenwoordigers mee te maken heeft. Het lijkt er daarom op dat hun doel vooral het verminderen van het aantal vluchten is en niet het verminderen van de hinder.

Het besluit van de twee vertegenwoordigers geeft bovendien extra voeding aan critici van de MRS. Zo heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen die ertoe moet leiden dat ook bewoners die werkzaam zijn in de luchtvaartsector lid kunnen worden van de MRS. De huidige statuten staan dat niet toe. Bovendien zijn de taken van de MRS nog altijd niet wettelijk verankerd. Al langere tijd ligt er een wetsvoorstel om de Wet luchtvaart aan te vullen met een beschrijving van de rol van de MRS. Door de huidige onrust bestaat de kans dat de Kamer opnieuw gaat ingrijpen.

Ook de minister en de ambtenaren van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zullen iets vinden van de houding van de twee vertrokken leden. Het is, gezien de complexe wetgeving en de enorme belangen van alle betrokken partijen, al bijzonder moeilijk om tot een nieuw LVB te komen. Nu er eindelijk na jaren zicht is op een nieuw besluit, stappen twee leden op. En dat gebeurt nota bene op punten waarvan hun voorgangers juist benadrukten dat deze wettelijk moesten worden vastgelegd. Wat moet je dan nog denken van de adviezen van een organisatie waarin steeds wisselende standpunten worden ingenomen en waarin onvoldoende consensus lijkt te bestaan?

Het is het zoveelste voorbeeld dat een raad bestaande uit Schiphol-omwonenden lijkt op een kruiwagen vol kikkers. Iedereen heeft zijn eigen belangen en opvattingen. En zodra die opvattingen niet leiden tot het gewenste beleid, stapt men op. Dat is misschien een krachtig signaal, maar het brengt een oplossing voor de omwonenden geen stap dichterbij.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *