ANP breekt met Belgische fototrol Copyright Agent— maar werkwijze blijft onderwerp van kritiek
Het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) heeft de samenwerking met het Belgische bedrijf Copyright Agent beëindigd. Dat blijkt uit een ingezonden brief van algemeen directeur Martha Riemsma, gepubliceerd door Villamedia. Het besluit markeert het einde van een jarenlange samenwerking met een partij die internationaal bekendstaat om het opsporen en claimen van vermeende auteursrechtschendingen.
Dit is een artikel in een serie over zogenaamde fototrollen. Bedrijven die met onredelijke claims mensen onder druk zetten te betalen.
Tot eind 2025 maakte het ANP gebruik van de diensten van Copyright Agent om online beeldgebruik te monitoren. Dat bedrijf opereerde eerder onder de namen Visual Rights Group en Permission Machine. Die laatste naam raakte in opspraak na een spraakmakende rechtszaak in België.
In 2021 kreeg Permission Machine een tik op de vingers van de rechtbank in Gent, in een procedure aangespannen tegen het Belgische platform Kortom. De rechter oordeelde dat de activiteiten van het bedrijf primair gericht waren op het genereren van inkomsten uit vermeende auteursrechtschendingen, en niet op het daadwerkelijk beëindigen daarvan. In het vonnis werd expliciet gesteld dat het bedrijf commercieel belang had bij het voortbestaan van inbreuken — een conclusie die de werkwijze van dergelijke partijen fundamenteel ter discussie stelt.
Volgens Riemsma heeft juist die aanpak een rol gespeeld bij het beëindigen van de samenwerking. In haar ingezonden brief schrijft zij dat “in sommige kwesties de redelijkheid en proportionaliteit uit het oog werd verloren”, mede door een “te juridische aanpak”. Ook erkent zij dat het ANP binnen de samenwerking onvoldoende regie had om tijdig bij te sturen. “Dat was niet goed en daar hebben we consequenties aan verbonden,” aldus de directeur.
Na het afscheid van Copyright Agent heeft het ANP de handhaving van auteursrechten in eigen beheer genomen. Daarvoor werd de afdeling “Fair Licensing” opgericht, die gebruikmaakt van software van het Duitse technologiebedrijf PixRay om online gebruik van foto’s te detecteren.
Toch lijkt de koerswijziging niet zonder controverse. Critici stellen dat de nieuwe ANP-afdeling dezelfde fouten maakt als haar Belgische voorganger. Zo wordt er nog steeds op grote schaal claims verstuurd voor het gebruik van beelden die in werkelijkheid tot het publieke domein behoren, zoals foto’s van overheidsinstanties, ruimtevaartorganisaties of zogenoemde ‘handouts’. Ook wordt betwist of het ANP in alle gevallen juridisch gerechtigd is om namens fotografen op te treden.
Die kritiek raakt aan een bredere discussie over de rol van commerciële handhavingspartijen in het auteursrecht. Waar zij enerzijds bijdragen aan bescherming van makers, wordt anderzijds steeds vaker de vraag gesteld of de gehanteerde methoden — en de hoogte van de gevorderde bedragen — nog in verhouding staan tot de vermeende inbreuken.
Riemsma doet in haar brief bovendien enkele inhoudelijke uitspraken over de bevoegdheden en werkwijze van het ANP. Die beweringen bevatten feitelijke onjuistheden. Nadere analyse daarvan volgt in een vervolgartikel.
Vooralsnog lijkt het vertrek van Copyright Agent vooral een symbolische breuk. De vraag is of het ANP met zijn eigen Fair Licensing-afdeling daadwerkelijk een andere koers vaart — of dat de discussie over ‘fototrollen’ daarmee slechts een nieuw hoofdstuk ingaat.