ANP onder vuur: massale auteursrechtclaims gebaseerd op ongecontroleerde beeldbank
Het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) verstuurt jaarlijks honderden tot mogelijk duizenden e-mails met claims wegens vermeende inbreuken op het auteursrecht van foto’s. Volgens onderzoek blijken in veel van deze claims één of meerdere elementen feitelijk of juridisch onjuist. Zo worden vergoedingen gevraagd voor foto’s die zich in het publieke domein bevinden en dus vrij gebruikt mogen worden. In andere gevallen rijst de vraag of het ANP überhaupt wel bevoegd is om op te treden — een recht dat in veel situaties uitsluitend bij de oorspronkelijke fotograaf ligt.
Dit is een artikel in een serie over zogenaamde fototrollen. Bedrijven die met onredelijke claims mensen onder druk zetten te betalen.
Hoe kan het dat een nationaal persbureau op zulke schaal foutieve claims verstuurt? Het antwoord ligt deels in de werkwijze van ANP Fair Licensing. In correspondentie met personen die een claim hebben ontvangen stelt deze afdeling:
“De aanwezigheid van de beelden binnen de door ons beheerde beeldbank vormt daarbij de basis voor onze licentie- en handhavingsbevoegdheid”
Met die redenering stelt het ANP dat opname van een foto in de eigen beeldbank voldoende is om handhavend op te treden. Juridisch gezien is dat onjuist. De ANP-beeldbank bevat namelijk duizenden foto’s die tot het publieke domein behoren, waaronder materiaal van organisaties als NASA en ESA. Ook worden er zogenoemde hand-outs aangeboden: beelden die door overheden, staatsmedia of bijvoorbeeld koningshuizen rechtenvrij ter beschikking worden gesteld.
Een artikel van NRC van 16 april 2026 werpt een blik achter de schermen van de beeldbank. Volgens hoofdredacteur Freek Staps ontvangt het ANP dagelijks zo’n 70.000 foto’s van fotografen en internationale persbureaus. Het controleren van deze stroom is volgens hem “onbegonnen werk”. Het ANP verifieert enkel beelden van fotografen die direct aan het persbureau verbonden zijn en gaat ervan uit dat andere agentschappen hun eigen aanleveringen controleren.
In de praktijk betekent dit dat duizenden foto’s per dag volledig geautomatiseerd aan de beeldbank worden toegevoegd, zonder controle op herkomst, bewerking of auteursrechtelijke status. Of een beeld door kunstmatige intelligentie is gegenereerd, met Photoshop is gemanipuleerd of feitelijk tot het publieke domein behoort, blijft onbeoordeeld.
De internationale route die foto’s afleggen, maakt het probleem nog complexer. Fotografen werken vaak samen met kleinere agentschappen in hun thuisland. Deze sturen beelden door naar grotere spelers zoals Acaba Press, die ze vervolgens distribueren via netwerken als AFP, AP en platforms zoals Alamy. Via deze keten belanden foto’s uiteindelijk automatisch in de ANP-beeldbank — soms meerdere keren en via verschillende routes.
Een concreet voorbeeld illustreert hoe dit mis kan gaan. Een foto gemaakt aan boord van het International Space Station, gepubliceerd door NASA, vermeldt expliciet: “Image Credit: ESA/Sophie Adenot”. Het betreft een selfie van een astronaut en valt onder public domain. Toch verschijnt exact dezelfde foto in de ANP-beeldbank, zonder vermelding van de oorspronkelijke fotograaf. In plaats daarvan wordt een commercieel agentschap, Polaris Images uit New York, als bron opgevoerd.
En vervolgens kan ANP Fair Licensing, ook weer zonder enige controle, per e-mail een claim sturen. De logica van ANP is bizar.
Hier lijkt een publiek domeinbeeld te zijn ‘omgezet’ in een commercieel product waarvoor een licentie zou moeten worden aangeschaft. Het ANP neemt deze status vervolgens over, zonder zichtbare verificatie van de oorspronkelijke rechten.
Tegelijkertijd staan fotografen zelf onder druk. In hetzelfde NRC-artikel wordt beschreven hoe inkomsten uit fotografie de afgelopen jaren sterk zijn gedaald:
“De grote persbureaus leggen de verantwoordelijkheid dus bij de fotografen en de kleine fotopersbureaus. Maar die zagen hun inkomsten de afgelopen jaren sterk teruglopen. Waar foto’s uit hun archieven eerder nog rond de 100 euro per stuk opleverden, zijn de prijzen tot onder een euro per foto gedaald. „Veel persbureaus functioneren tegenwoordig als een soort supermarkt”, zegt de Iraanse fotograaf. „Ze verkopen de foto’s voor een habbekrats. Je krijgt maar 10 of 20 cent per foto. Is het dan nog de moeite waard om een hele dag foto’s te bekijken en te bewerken? Het is niet meer hetzelfde als vroeger.”
De combinatie van massale, ongecontroleerde instroom en economische druk binnen de sector leidt tot een systeem waarin fouten bijna onvermijdelijk zijn. Door zonder grondige verificatie aan te nemen dat het over de benodigde rechten beschikt, verstuurt het ANP onterechte claims t— met mogelijk grote gevolgen voor journalisten, bloggers en kleine uitgevers die niet weten dat de claim die ze ontvingen onterecht is.
De kernvraag blijft daarmee staan: kan een beeldbank, hoe omvangrijk ook, ooit de juridische basis vormen voor handhaving — of is hier sprake van een pervers verdienmodel dat dringend om correctie vraagt?