Bij deze vormen van huisvesting telt de taakstelling voor gemeenten mee
Zodra een asielzoeker van de IND een verblijfsvergunning krijgt, wordt de status van deze persoon een zogenaamde statushouder ook wel vergunninghouder genoemd. Gemeenten zijn verplicht om een statushouder binnen een aantal weken huisvesting te bieden. Hoeveel statushouders door een gemeente moet worden gehuistvest staat in de taakstelling die wordt bepaald door de Rijksoverheid.
Wanneer een huisvesting meetelt in de taakstelling hangt af welke partij verantwoordelijk is voor verzekering van de statushouder en toelages. Daarnaast telt de registratie in het Gemeentelijke Basisregistratie Personen (BRP) mee.
Een overzicht van de diverse situaties van huisvesting van statushouders en nareizigers lees je hier.
Wanneer een statushouder nog woont in een COA-opvanglocatie valt de statushouder onder de verzekering van het COA. Deze persoon krijgt dan ook een wekelijkse toelage van het COA. Deze staan in de ‘Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen’. De toelage is bedoeld voor dekking van kosten als reiskosten, persoonlijke verzorging, een telefoonabonnement.
De taakstelling voor huisvesting van statushouders is pas gerealiseerd als zij daadwerkelijk wonen in een reguliere woning die staat geregistreerd in de gemeentelijke basisregistratie personen (BRP). Dit betekent dat de statushouder een officiële woonplek heeft, in tegenstelling tot verblijf in een opvanglocatie zoals een asielzoekerscentrum (AZC) of een bepaalde doorstroomlocatie.
Zodra de gemeente huisvest (zelfstandig of onzelfstandig) en verantwoordelijk wordt (vergunninghouder wordt uitgeschreven bij het COA en ontvangt een uitkering via de gemeente en moet zelf de verzekeringen regelen) dan telt de huisvesting van de vergunninghouder mee voor de taakstelling. Veelal is er dan sprake van dat de statushouder een huurcontract heeft.
Wanneer een gemeente nog geen definitieve huisvesting kan bieden bestaat de mogelijkheid gebruik te maken van de Hotel- en accommodatieregeling (HAR+). De statushouder verhuist dan van de COA-opvanglocatie naar bijvoorbeeld een hotel of een vakantiepark. De huisvesting telt mee in de taakstelling. De gemeente krijgt van het COA een vergoeding voor de huisvesting.
Meer informatie over de Regeling stimuleren uitstroom vergunninghouders uit de asielopvang (HAR+) is hier te vinden.
Wanneer een statushouder van een COA-opvanglocatie naar een sociale huurwoning verhuist waar de woning wordt gedeeld door andere statushouders (zogenaamde woningdelen of onzelfstandige huisvesting ) , met wie geen relatie bestaat, telt deze huisvesting mee in de taakstelling.
Uiteraard telt een huisvesting maar eenmalig. Wanneer in bovengenoemd voorbeeld de statushouder wederom verhuist, nu van de gedeelde sociale huurwoning naar een eigen woning dan telt deze huisvesting niet nogmaals mee.
Wanneer een gezin van een statushouder ook naar Nederland komt (de nareizigers) telt de huisvesting van de leden van het gezin, zodra de procudure van de IND is afgerond, mee in de taakstelling.
Of huisvesting in een doorstroomlocatie meetelt in de taakstelling hangt af van afspraken tussen het COA en de gemeente. In sommige gevallen zoals de cruiseferry en de riviercruiseschepen in Rotterdam zijn dit noodopvanglocaties van het COA. Dan telt de huisvesting niet mee in de taakstelling. De gemeente faciliteert het COA door oa ruimte aan de kade te bieden.
In andere situaties van huisvesting in een doorstroomlocatie zoals in Bakkum telt de huisvesting wel mee in de taakstelling.
Samengevat kan worden geconcludeerd dat zodat een statushouder wordt gehuistvest in een sociale huurwoning dit meetelt in de taakstelling. Andere soorten tijdelijke huisvesting tellen meestal niet mee in de taakstelling. Daarom zijn de cijfers over gerealiseerde huisvesting verstrekt door de Rijksoverheid en de cijfers van Aedes over huisvesting in sociale huurwoningen vrijwel gelijk aan elkaar.