Zo berekende Lubach de 11,5% sociale huurwoningen toegewezen aan statushouders tov starters

De laatste weken voor de verkiezingen is er heel veel debat over woningnood en migratie. Zo is er veel discussie over hoeveel woningen aan statushouders worden toegewezen. De een vergelijkt dat met het totaal toegewezen woningen, de ander vergelijkt dat met woningen die aan starters worden toegewezen. Zelfs als dezelfde vergelijking wordt gemaakt verschillen de uitkomsten enorm.

Arjen Lubach maakte in de uitzending van 23 oktober ook een berekening. Hij stelde, zonder een jaartal te noemen, dat van de 39.000 woningen die aan starters zijn toegewezen, er 4600 naar statushouders gingen. Dat is 11,5%

Maar hoe kwam Lubach aan dit percentage? Daarvoor gebruikte hij  deze Excel sheet die het CBS heeft gepubliceerd. Die geeft cijfers over de jaren 2018 tot en met 2022.

Lubach telde de vijf cijfers die bij ‘Starter’ staat bij elkaar op en deelde dat door 5. Dat is het gemiddelde aantal huishoudens met starter dan een vrijgekomen corporatiewoning kreeg.

Ook werd het cijfer bij Starter voor de ‘Huishoudens met statushouders over de vijf jaar bij elkaar opgeteld. En daar werd het gemiddelde van genomen.

Als het gemiddelde van aantal woningen dat aan startende huishoudens met statushouders wordt gedeeld door totaal aantal woningen toegewezen aan starters kom je op 11,5% uit.

Echter een hele groep statushouders die wel een sociale huurwoning krijgen en niet onder de definitie van CBS ‘ starter’ vallen wordt door Lubach vergeten. Zo worden statushouders bij elkaar in 1 sociale huurwoning gehuisvest. En die mensen stromen later door naar een eigen woning.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *