Onderzoek naar uitwijkgedrag vliegende Nederlanders vanwege vliegtaks zet lezer op het verkeerde been
In maart 2026 publiceerde het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) het rapport Vliegen vanuit het buurland. Leidt de vliegbelasting tot ander uitwijkgedrag?. Daarin onderzoekt het instituut of de verhoging van de Nederlandse vliegbelasting ertoe heeft geleid dat Nederlanders vaker vertrekken vanaf luchthavens in België en Duitsland. De conclusie van het onderzoek is duidelijk: van massale uitwijk naar buitenlandse luchthavens is geen sprake.
Over de gebruikte cijfers bestaat weinig discussie. Wel roept de presentatie en met name de woordkeuze van het onderzoek vragen op. Het rapport wekt namelijk op verschillende plaatsen de indruk dat uitspraken worden gedaan over een actuele ontwikkeling, terwijl de gebruikte gegevens grotendeels betrekking hebben op vlieggedrag uit de periode 2023 tot 2024.
Het KiM is een zelfstandig instituut binnen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en maakt strategische verkenningen en beleidsanalyses. Het is geen onafhankelijke organisatie.
Onderzoek gebaseerd op vlieggedrag uit 2024
Het KiM baseerde zijn analyse op gegevens uit het onderzoek De Vliegende Hollander 2024. De enquêtes daarvoor werden afgenomen in augustus en september 2024 en hadden betrekking op het vlieggedrag van Nederlanders in de voorafgaande twaalf maanden.
Daardoor zegt het onderzoek vooral iets over de effecten van de verhoging van de vliegbelasting in 2023. Over de gevolgen van toekomstige belastingwijzigingen kan het onderzoek geen uitspraken doen.
Dat is relevant, omdat Nederland vanaf 1 januari 2027 een afstandsafhankelijke vliegbelasting invoert voor midden- en langeafstandsvluchten, terwijl Duitsland de luchtvaartbelasting juist per 1 juli 2026 verlaagt. De concurrentieverhoudingen tussen Nederlandse en Duitse luchthavens veranderen daardoor aanzienlijk.
Woordkeuze wekt indruk van actualiteit
Dat het rapport betrekking heeft op historische gegevens wordt niet altijd duidelijk uit de formuleringen die worden gebruikt.
Zo schrijft het KiM:
“De herinvoering en verhoging van de vliegbelasting hebben er niet toe geleid dat Nederlandse reizigers massaal kiezen voor vluchten vanaf luchthavens in België of Duitsland.”
En:
“Uit het onderzoek ‘Vliegen vanuit het buurland’ van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) blijkt dat het overgrote deel van de Nederlanders nog steeds kiest voor een vertrek vanaf een Nederlandse luchthaven.”
Door woorden als ‘massaal’ en ‘nog steeds’ te gebruiken, ontstaat gemakkelijk de indruk dat de conclusie betrekking heeft op de huidige en toekomstige situatie. In werkelijkheid zijn de bevindingen gebaseerd op antwoorden van reizigers over hun vlieggedrag in de periode september 2023 tot en met augustus 2024.
Dat verschil is van belang, omdat de belastingmaatregelen waarover tegenwoordig veel discussie bestaat pas vanaf 2027 effect zullen hebben.
Media-aandacht ontstond vooral in 2025
Wat de suggestie van het KiM versterkt dat haar onderzoek is gebaseerd op recent onderzoek is de onderstaande tekst uit het rapport. Daar worden diverse koppen van artikelen in de media genoemd. Die artikelen zijn allemaal in 2025 gepubliceerd en op 1 na in september 2025.
Ook diverse media dragen dergelijke standpunten uit. Zo is ook op te maken uit de krantenkoppen. “Vliegbelasting jaagt toerist de grens over” (Telegraaf, 17-sept2025), “Voor vlucht de grens over: Nederland prijst zichzelf uit de markt” (Telegraaf, 25 sept 2025). “Goedkope Duitse vliegvelden populair bij Nederlanders; door verhoging vliegtaks straks meer uitwijkreizigers” (PZC, 21 sept 2025). “De vliegtaks gaat flink omhoog, maar niemand is tevreden: ‘Dit beleid drijft passagiers de grens over zonder dat het klimaat verbetert’.” (Parool, 3 maart 2025).
Die media-aandacht ontstond dus vooral in 2025. Lang na de enqueteresultaten waar het KiM onderzoek mee deed. Zo publiceerde KLM op 17 september 2025 een onderzoek waaruit zou blijken dat 74 procent van de Nederlandse vliegreizigers overweegt vaker vanaf België of Duitsland te vertrekken wanneer de Nederlandse vliegbelasting verder stijgt.
“74% van de Nederlanders die vliegt overweegt vaker vanaf België of Duitsland te vertrekken als de vliegticketprijs door de Nederlandse vliegbelasting verder stijgt.”
https://nieuws.klm.com/verhoging-vliegbelasting-leidt-tot-meer-uitwijk-naar-buitenlandse-luchthavens
De zorgen van KLM lijken vooral gericht op mogelijk minder passagiers voor haar dochter Transavia. Transferpassagiers, een groot deel van de inkomstenbron van KLM, betalen geen vliegtaks. Uberhaupt wordt 80% van de vluchten die vanaf Schiphol vertrekken niet geraakt door een hogere vliegtaks.
Deze berichten verschenen dus nadat de periode waarover het KiM gegevens verzamelde was verstreken. Daardoor wordt een debat over mogelijke toekomstige effecten van belastingmaatregelen geconfronteerd met onderzoek dat uitsluitend kijkt naar gedrag uit het verleden.
In de jaren ervoor was er sporadisch aandacht voor het vaker vliegen vanaf buurlanden. Rond mei/juni 2022 was er vanwege de lange wachtrijen voor de securitychecks van Schiphol aandacht voor reizen vanaf Duitse luchthavens. Zoals in dit RTL Nieuws artikel https://www.rtl.nl/nieuws/artikel/5306654/corendon-schiphol-luchthavens-duitsland-weeze-dusseldorf-keulen
In maart 2023 publiceerde de Telegraaf dit artikel met de kop ‘Vliegtaks naar €150 per passagier zal reizigers wegjagen uit Nederland: ’Luchtvaart moet kapot’ omdat er plannen werden ontwikkeld om de vliegtaks afstandafhankelijk te maken.
https://www.barin.nl/wp-content/uploads/2023/03/De-Telegraaf-Vliegtaks-naar-E150-per-passagier.pdf
Dat was een van de zeer weinige berichten in de media over mogelijke uitwijk als gevolg van de planne n om voor belastingverhoging.
Vraag aan KiM: waarop is de conclusie gebaseerd?
De redactie van Feitoffake vroeg het KiM waarop de conclusie is gebaseerd dat er geen sprake is van “massale veranderingen” in passagiersstromen, terwijl de meest recente gedragsgegevens uit 2024 stammen en KLM pas in september 2025 waarschuwde voor mogelijke uitwijk naar buitenlandse luchthavens vanaf 2026 en 2027.
Het KiM antwoordde:
“In onze studie kijken we naar het mogelijke effect van de vliegbelasting die ingevoerd is in 2021 en verhoogd werd in 2023. Daarbij ligt het accent op de jaren 2023 en 2024. In sommige gevallen hebben we ook de gegevens van 2025 gebruikt. De vergelijking wordt veelal gemaakt met de situatie van vóór de COVID-pandemie, de jaren 2017-2019. Dit omdat we de jaren 2020 t/m 2022 ongeschikt achten voor een goede vergelijking. De studie beperkt zich tot het geobserveerde gedrag, zogenaamde revealed preferences. Stated preference, ofwel het gedrag dat mensen zeggen te overwegen, laten we buiten beschouwing.”
Het instituut benadrukt daarmee dat uitsluitend is gekeken naar daadwerkelijk waargenomen reisgedrag en niet naar intenties of verwachtingen van reizigers.
Journalisten trekken vergaande conclusies
De manier waarop het rapport is geformuleerd lijkt ertoe te hebben geleid dat verschillende media verdergaande conclusies trokken dan het onderzoek zelf rechtvaardigt.
Zo schreef NRC:
“Het KiM-onderzoek *staat haaks* op het standpunt van KLM, dat herhaaldelijk waarschuwde voor desastreuze gevolgen van de hoge vliegtaks in Nederland.”
Ook NU.nl concludeerde:
“In de luchtvaartsector was bezorgd dat Nederlandse toeristen hun heil over de grens zouden zoeken vanwege de hogere vliegbelastingen. Dat blijkt dus niet het geval.”
Die conclusie volgt echter niet rechtstreeks uit het onderzoek. Het KiM onderzocht immers niet de gevolgen van toekomstige belastingverhogingen, maar uitsluitend het feitelijke reisgedrag van Nederlanders tot en met 2024. Of toekomstige belastingmaatregelen leiden tot meer uitwijkgedrag, valt op basis van het onderzoek niet vast te stellen.
Nederlandse reizigers nemen wel toe op buitenlandse luchthavens
Ondertussen laten cijfers van buitenlandse luchthavens zien dat het aantal Nederlandse reizigers al jaren stijgt.
Gegevens van zowel Brussels Airport als Düsseldorf Airport tonen aan dat het aantal Nederlandse passagiers jaarlijks met ongeveer 100.000 tot 200.000 groeit. Dat betekent niet automatisch dat de vliegbelasting daarvoor verantwoordelijk is. Ook ticketprijzen, routeaanbod, bereikbaarheid en operationele problemen op Schiphol kunnen een rol spelen.
De onderstaande tabel toont de cijfers voor Dusseldorf airport.

De cijfers voor Brussels Airport zien er zo uit

Duitsland verlaagt belasting, Nederland verhoogt
Een ontwikkeling die in het rapport geen aandacht krijgt, is de aanstaande verlaging van de Duitse luchtvaartbelasting.
De Duitse Bondsdag stemde op 12 juni 2026 in met de Tweede Wet tot wijziging van de Wet op de Luchtverkeersbelasting. Daarmee worden de tarieven per 1 juli 2026 als volgt verlaagd:
- Voor bestemmingen tot 2.500 kilometer: van €15,53 naar €13,03.
- Voor bestemmingen tussen 2.500 en 6.000 kilometer: van €39,34 naar €33,01.
- Voor bestemmingen boven 6.000 kilometer: van €70,83 naar €59,43.
Tegelijkertijd voert Nederland vanaf 2027 een hogere belasting in voor diverse midden- en langeafstandsbestemmingen. Vooral populaire vakantielanden als Turkije en Marokko worden daardoor relatief aantrekkelijker vanuit Duitsland, omdat deze bestemmingen daar juist onder het laagste belastingtarief vallen.
Of dat daadwerkelijk zal leiden tot meer Nederlandse reizigers op Duitse luchthavens valt nog niet te zeggen. Ticketprijzen worden immers ook beïnvloed door brandstofkosten, concurrentie tussen luchtvaartmaatschappijen en het beschikbare aanbod.
KiM: wij doen geen voorspellingen
Het KiM benadrukt zelf dat het rapport niet bedoeld is als voorspelling van toekomstig gedrag.
De woordvoerder verklaarde:
“Die vragen gaan in op de mogelijke implicaties van de onderzoeksresultaten voor de gedifferentieerde vliegbelasting die van kracht zal worden vanaf 2027. Terecht stel je dat resultaten uit het verleden geen garantie zijn voor de toekomst. We delen deze analyse. We doen daarom als KiM ook geen voorspellingen in de notitie. De onderzoeksvraag is nadrukkelijk niet: Zal de toekomstige gedifferentieerde vliegbelasting leiden tot ander uitwijkgedrag?”
Daarmee raakt het instituut de kern van de discussie. Het onderzoek beschrijft nauwkeurig wat er in de periode tot en met 2024 is gebeurd. Het maatschappelijke debat gaat echter steeds vaker over wat er vanaf 2027 zou kunnen gebeuren. Juist daardoor ontstaat het risico dat conclusies over het verleden worden gebruikt als argumenten in een discussie over de toekomst.
Wat zal er veranderen in reisgedrag?
De vraag die KiM niet beantwoordt kan toch mogelijk met wat logica worden beantwoord. In dit artikel wordt aangegeven dat de effecten van de vliegbelasting niet heel groot zullen zijn. Tickets naar Egypte, Marokko en Turkije vallen voor vliegen vanaf Duitsland in een goedkopere categorie. De vraag is of airlines die vanaf Duitsland vliegen de prijs van de tickets gaan verlagen.
Daarnaast deed CE Delft in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzoek naar de effecten van een aantal verschillende varianten van afstandsafhankelijke vliegbelasting. Uiteindelijk heeft het kabinet voor variant 1a gekozen. Afstandsafhankelijk maar de transferpassagier wordt niet belast.
Het effect op de OD-passagier, die vanuit Nederland een reis begint, is volgens de onderzoekers beperkt. Wanneer de vliegbelasting afstandsafhankelijk wordt, zullen 256.000 mensen thuisblijven. 83.000 besluit uit te wijken naar een buitenlandse luchthaven. Ter indicatie: eind 2025 vervoerde Transavia haar 10-miljoenste passagier.
Het andere effect van variant 1a is dat het aantal transferpassagiers juist toeneemt. CE Delft schrijft daarover : ” Het aantal transferpassagiers via Nederlandse luchthavens neemt toe. Dit komt door de afnemende schaarstekosten, waardoor het voor transferpassagiers goedkoper wordt om via Schiphol te vliegen. Een deel van deze transferpassagiers was anders via een buitenlandse luchthaven gevlogen (64 tot 81%) en een deel had anders niet gereisd (19 tot 36%)”
