Hogere vliegtaks treft vooral verre reiziger: meeste vakantiegangers merken weinig

De voorgenomen verhoging van de Nederlandse vliegbelasting vanaf 2027 zorgt voor stevige kritiek vanuit de luchtvaart- en reisbranche. Vooral KLM en brancheorganisatie ANVR waarschuwen dat reizigers zullen uitwijken naar buitenlandse luchthavens en dat Nederland zichzelf uit de markt prijst. Maar wie naar de cijfers kijkt, ziet dat de belastingverhoging vooral een beperkte groep reizigers raakt: de vakantieganger naar verre bestemmingen.

Het kabinet wil per 1 januari 2027 af van het vaste tarief voor vliegbelasting en overstappen op een systeem waarbij de belasting afhankelijk wordt van de afstand tussen Amsterdam en de eindbestemming. Eind 2025 werd de Wet differentiatie vliegbelasting al aangenomen door zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Daarmee komt een trapsgewijze tariefstructuur met drie afstandscategorieën: laag, midden en hoog.

Voor populaire vakantiebestemmingen binnen Europa verandert er nauwelijks iets. Het lage tarief wordt in 2027 vastgesteld op 29,40 euro per passagier — zelfs iets lager dan het huidige tarief van 30,25 euro in 2026. Dit geldt voor vrijwel alle bekende zonbestemmingen zoals Spanje, Italië, Frankrijk, Portugal, Griekenland, de Azoren en de Canarische Eilanden.

Voor bestemmingen tussen 2.000 en 5.000 kilometer van Amsterdam stijgt de belasting wel fors. Het middentarief wordt 47,24 euro en geldt onder meer voor Turkije, Marokko, Egypte, Israël en de Nederlandse Antillen. Voor bestemmingen verder dan 5.000 kilometer, zoals Suriname en de Verenigde Staten, geldt straks het hoge tarief van 70,86 euro per passagier.

Overstappers merken niets

Een belangrijk deel van de passagiers op Schiphol Airport wordt helemaal niet geraakt door de wijziging: transferpassagiers betalen namelijk geen vliegbelasting. Dat is vooral relevant voor KLM, dat sterk afhankelijk is van overstappers. Tussen de 60 en 70 procent van de passagiers van KLM stapt op Schiphol over en betaalt dus niets extra.

Volgens een bericht van RTL Nieuws-journalist René Lukassen op X zou het ministerie van Financiën bovendien aangeven dat 80 procent van de vertrekkende vluchten vanaf Nederland niet met een hoger tarief te maken krijgt. Daarmee blijft de impact op de totale reizigersstroom relatief beperkt.

Turkije en Egypte als uitzonderingen

Van de populaire vakantielanden buiten Europa springt vooral Turkije eruit. Op basis van cijfers van het CBS wordt geschat dat in 2025 ongeveer 1,3 miljoen passagiers vanaf Nederlandse luchthavens naar Turkije vlogen. Voor Egypte bestaan geen exacte cijfers, maar een voorzichtige schatting ligt tussen de 600.000 en 700.000 reizigers per jaar.

Juist voor deze bestemmingen kan de concurrentie met Duitse luchthavens zoals Düsseldorf Airport en Cologne Bonn Airport sterker worden. Het aanbod van vakantievluchten is daar groot, terwijl Duitsland de vliegtaks per 1 juli 2026 waarschijnlijk juist verlaagt. Voor Turkije geldt daar een laag tarief van slechts 15,53 euro.

Turkije specialist Corendon vliegt al steeds meer vanaf Duitse luchthavens. De enige bestemming die Transavia aanvliegt vanaf Nederland naar Turkije is Antalya. Dus het effect op Transavia zal uiterst beperkt zijn.

Lobby van luchtvaartsector

KLM waarschuwde in april 2026 op haar website dat een hogere Nederlandse vliegbelasting reizigers richting buitenlandse luchthavens zal duwen. Volgens de luchtvaartmaatschappij kunnen daardoor uiteindelijk bestemmingen verdwijnen, met negatieve gevolgen voor reizigers, bedrijven en de economie.

Samen met ANVR en andere luchtvaartpartijen werd daarvoor de campagnewebsite gelijkevliegtaks.eu gelanceerd. Opvallend genoeg wordt daarbij juist Turkije prominent genoemd — een van de weinige top-10 vakantiebestemmingen waar de belasting daadwerkelijk fors stijgt.

Toch lijkt de waarschuwing van de sector voor veel reizigers overdreven. Schiphol biedt een veel groter aanbod aan intercontinentale verbindingen dan luchthavens als Brussel, Düsseldorf of Keulen. Voor zakelijke reizigers weegt een paar tientjes belastingverschil doorgaans niet op tegen extra reistijd en minder directe verbindingen.

Nu al vliegen Nederlanders vaak via Istanbul of Dubai naar vakantie bestemmingen in Zuid-Oost Azie. Gezien de relatieve kosten van de belasting ten opzichte van alle kosten voor een vakantie zullen niet veel meer Nederlanders kiezen voor een dergelijk tussenstop dan nu al.

Rekensom voor gezinnen

Voor een gezin van vier personen bedraagt de vliegbelasting in 2026 ongeveer 120 euro. Bij een vakantie naar de Verenigde Staten wordt dat in 2027 ongeveer 280 euro — een verschil van circa 160 euro. De vraag is of dat bedrag werkelijk voldoende is om een reis af te blazen of voortaan via een buitenlandse luchthaven te vertrekken.

Daarbij vergeten luchtvaartmaatschappijen in hun lobby vaak de bijkomende kosten: vervoer naar Duitsland of België, parkeerkosten, extra reistijd en de logistieke rompslomp. Voor veel gezinnen uit de Randstad of Noord-Nederland is vertrekken vanaf Schiphol ondanks een hogere belasting nog steeds de meest praktische keuze.

De conclusie lijkt dan ook dat de nieuwe vliegbelasting vooral symboolpolitiek is: zichtbaar, politiek gevoelig en dankbaar voor lobbycampagnes — maar voor de meeste Nederlandse vakantiegangers verandert er in de praktijk verrassend weinig.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *