|

Claim om motorsportfoto strandt: hoe een ANP Fair Licensing-schikkingsvoorstel volledig instortte

Een eigenaar van een website die redactionele artikelen schrijft over motorsport kreeg enkele jaren geleden een stevige claim van het Belgische bedrijf Visual Rights Group (VRG), handelend namens het ANP. Volgens de brief was sprake van auteursrechtelijke inbreuk op beelden van het ANP. De zaak laat echter zien dat het auteursrecht van een foto lang niet altijd ligt bij de partij die de foto verkoopt.

Dit artikel is een in een lange serie artikelen over fototrollen. Bedrijven die veel onterechte claims sturen over vermeend inbreuk op auteursrecht van foto’s. 

In de claim stelde VRG dat zonder toestemming gebruik was gemaakt van beelden uit de beeldbank van het ANP. Het ging echter om foto’s die het ANP zelf slechts mocht doorverkopen namens EPA Images, een groot internationaal fotopersbureau. En het auteursrecht van de betreffende foto lag zeer waarschijnlijk bij de fotograaf. ANP zou bij de rechtbank deze zaak verliezen. Eerder verloor het ANP een zaak omdat ze bij de rechter niet kon bewijzen dat zij beschikte over auteursrecht, een machtiging of een akte om namens de fotograag in de rechte op te treden.

Juist daar ontstaat vaak verwarring. Dat een foto via het ANP wordt verkocht, betekent niet automatisch dat het ANP ook de auteursrechthebbende is. In veel gevallen is ANP slechts distributeur of agent. Uitsluitend voor foto’s gemaakt door fotografen die in dienst zijn van het ANP geldt dat ANP over de auteursrechten beschikt.

Bij beelden van EPA is goed zichtbaar wie over het auteursrecht beschikt. Foto’s dragen bijvoorbeeld onderschriften zoals “KEYSTONE/EPA/Roman Rios” of “ANP/EPA/Roman Rios”. In zulke gevallen zijn ANP en Keystone agentschappen die de foto van EPA exclusief in een bepaald land mogen doorverkopen. De auteursrechten blijven daarmee niet vanzelfsprekend bij het ANP liggen.

Dat werd extra relevant omdat op de websites van grote motorraceteams, zoals Honda Racing Corporation, expliciet staat vermeld dat beelden vrij gebruikt mogen worden voor redactionele doeleinden. Op de site staat letterlijk: “All images are copyright-free for editorial purposes, but please credit Honda Racing Corporation.”

https://cdn.honda.racing/production/258062/conversions/RD4.1_JerezTest_Marini_2026-04522-medium.jpg

Copyright:  Honda Racing Corporation

Dat opent meerdere mogelijke scenario’s.

Een fotograaf maakt tijdens een motorrace vaak tientallen beelden per seconde. Het is goed mogelijk dat twee vrijwel identieke foto’s bestaan: één foto wordt aangeboden aan bijvoorbeeld Honda Racing Corporation, terwijl een andere naar EPA of een ander persbureau gaat. Voor buitenstaanders lijken die beelden vrijwel identiek, terwijl juridisch sprake kan zijn van twee verschillende foto’s — waarbij de ene rechtenvrij beschikbaar is en de andere niet.

Een andere mogelijkheid is dat exact dezelfde foto door de fotograaf tweemaal is verspreid: één keer richting het raceteam en één keer richting een persbureau zoals EPA.

De verklaring van het ANP in dit geval was dat Honda Racing een licentie van EPA zou hebben gekocht voor gebruik van de betreffende foto. Volgens die redenering betekende dat nog niet dat Honda Racing de foto vervolgens gratis aan derden mocht aanbieden. Dat past in het beeld van ANP: de schuld ligt vrijwel nooit bij het persbureau.

Die uitleg van ANP roept echter vragen op. Honda Racing koopt zelf regelmatig beelden van freelance fotografen en beschikt mogelijk ook over eigen fotografen in loondienst. Er lijkt daarom weinig logica in het inkopen van licenties van foto’s om deze vervolgens kosteloos als rechtenvrij beeldmateriaal beschikbaar te stellen. Want waarom zou Honda Racing licenties kopen van EPA als ze zelf foto’s rechtstreeks van fotografen kan kopen?

De eigenaar van de motorsportwebsite besloot daarom niet te betalen, maar kwam juist met een tegenclaim. Daarin werd een schadevergoeding geëist van ANP voor de tijd en kosten die nodig waren om inhoudelijk op de beschuldiging te reageren.

Op dat voorstel kwam geen enkele reactie van VRG.

Uiteindelijk sloot VRG het dossier. Er hoefde niets te worden betaald.

De zaak onderstreept opnieuw een probleem dat vaker speelt bij auteursrechtclaims rond persfoto’s: de partij die een schikkingsvoorstel stuurt , is niet automatisch ook de partij die daadwerkelijk over het auteursrecht beschikt. Wie een schikkingsvoorstel ontvangt, doet er daarom verstandig aan eerst vast te stellen wie juridisch werkelijk rechthebbende is — en of daar ook bewijs voor bestaat.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *