CDA-plan voor strengere bezwaarregels botst met Europees recht
Het CDA wil in zijn verkiezingsprogramma de drempels verhogen voor bezwaar en beroep. Die plannen zijn zijn echter in strijd met Europees recht.
De partij heeft in haar verkiezingsprogramma opogenomen dat er geen beroep meer mogelijk is bij de Raad van State als er niet eerst een zienswijze bij de gemeente is ingediend.

Maar die laatste regel in het verkiezingsprogramma is al jaren omstreden. Het Europese Hof van Justitie bepaalde in het zogeheten Varkens in Nood-arrest (2021) dat zulke strikte regels in milieuzaken de toegang tot de rechter onrechtmatig beperken. De Raad van State heeft die lijn overgenomen: formeel bestaat de “zienswijzenfuik” nog in de Omgevingswet, maar in de praktijk wordt zij veel soepeler toegepast. Milieuorganisaties en omwonenden kunnen daardoor wél naar de rechter, ook als zij eerder geen zienswijze hebben ingediend. Met andere woorden: de CDA-plannen botsen op Europees recht en zijn in de praktijk nauwelijks uitvoerbaar.
In deze uitspraak van de Raad van State blijkt dat de bezwaarmaker geen zienswijze had ingediend tegen het ontwerp bestemmingsplan. Daarmee was zijn bezwaar echter niet direct niet-ontvankelijk. De rechter ging toetsen of de bezwaarmaker een belanghebbende is. Dat was hij niet en daarmee is zijn beroep bij de RvS niet-ontvankelijk.