Uit hoeveel statushouders bestaat een huishouden? Nieuwe cijfers laten stijgende trend zien
Een belangrijk cijfer om te bepalen hoeveel woningen aan statushouders worden toegewezen ten opzichte van het aantal woningen dat aan in Nederland geboren starters wordt toegewezen is hoeveel statushouders gemiddeld in een toegewezen woning wonen.
Cijfers van CBS, VNG en woningcorporaties tonen uiteenlopende uitkomsten over de omvang van huishoudens met statushouders. Nieuwe data en lokale rapportages wijzen op een duidelijke stijging sinds 2023.
Er zijn namelijk wel cijfers bekend over het aantal statushouders dat een woning krijgt toegewezen, maar cijfers over het aantal statushouders per huishouden zijn verschillend. De cijfers over huisvesting zijn niet actueel. De meest recente cijfers van zowel CBS als de VNG gaan tot het jaar 2022.
Inleiding
Om cijfers goed te kunnen analyseren is het enorm belangrijk om goed te kijken naar wat de definities van de cijfers zijn. Statushouders verhuizen namelijk vanuit verschillende woonsituaties naar een woning.
De grootste groep verhuist vanuit het AZC direct naar een sociale huurwoning. In deze woning woont 1 huishouden. Voor een kleinere groep huishoudens is bij verhuizing uit het AZC nog niet direct een woning beschikbaar. In die situatie wonen meerdere huishoudens met statushouders in dezelfde sociale huurwoningwoning. Vandaar verhuizen ze uiteindelijk naar een eigen woning waar 1 huishouden woont. Dan zijn er nog huishoudens met statushouders die vanuit het AZC verhuizen naar een huurwoning die eigendom is van een verhuurder (particulier of zakelijk). Het gaat hier om een kleine groep van een paar procent.
Die verschillende woonvormen worden aangegeven door het CBS. De ‘starter’ is een huishouden dat verhuist rechtstreeks van een COA-locatie. De doorstromer zonder achtergelaten woning is een huishouden dat verhuist van een (sociale) huurwoning waar meer dan 1 huishouden in woonde. Er blijft na de verhuizing in de woning nog een huishouden achter.
Een voorbeeld is de Syrische statushouder Diyaa Ghanem. Hij vluchtte vanuit Syrie naar Nederland waar hij in februari 2022 aankwam. Hij liet zijn gezin in Syrie achter. De 52-jarige Syriër verhuisde daarna van een COA-opvang naar een eengezinswoning in Noordwijk. Diyaa deelde het huis met vier andere mannen, allemaal Syrische statushouders die net als hij wachten op gezinshereniging. De samenstelling van het huis in Noordwijk is bijna net zo divers als hun thuisland zelf: drie soennitische moslims, een jonge Koerd, en Diyaa zelf is druzisch. De Volkskrant volgde hem een aantal jaar. Nadat de IND toestemming gaf voor gezinshereniging verhuisde hij naar een woning in Noordwijkerhout. Zijn gezin komt eind 2025 naar Nederland.
De doorstromer met achtergelaten woning verhuist van de ene woning naar een sociale huurwoning en laat een lege woning achter. De belangrijkste reden zal zijn dat de verlaten woning te klein werd of niet meer paste bijvoorbeeld vanwege afstand tot werk of de gezondheid.
Hieronder zien we een screenshot van een Excel sheet gepubliceerd door het CBS met de verschillende woonvormen.

Twee soorten cijfers
De cijfers gaan in alle gevallen om zelfstandige huishoudens. Dat zijn huishoudens met statushouders die niet meer in een COA-opvanglocatie wonen.
Over de omvang van huishoudens met statushouders bestaan er twee soorten cijfers. Ten eerste het gemiddelde aantal personen gemeten over een aantal jaren. Een statushouder krijgt een voorlopige verblijfsvergunning van 5 jaar. Hoewel er bij de cijfers geen informatie wordt gegeven over de lengte van de meetperiode lijkt het aannemelijk dat dit over een periode van ongeveer 3 tot 5 jaar is.
Het tweede soort cijfer is een gemiddeld aantal personen per huishouden gemeten over een periode van 1 jaar. Het CBS geeft data over een periode van 1 jaar.
Die cijfers kunnen van fors elkaar verschillen. Ten eerste zal het aantal personen in een huishouden over de jaren vaak gaan toenemen doordat gezinsleden nareizen. De laatste jaren komen steeds meer asielzoekers uit Syrie. Wanneer iemand, vaak de man, een verblijfsvergunning heeft komt het gezin over.
Daarnaast is er geboorte en sterfte. Het laatste zal minder gebeuren dan geboorte omdat statushouders over het algemeen jonge mensen zijn.
Gemiddelde over meerdere jaren
In 2021 gaf de minister als antwoord op kamervragen van de FvD aan ‘ In de praktijk wijst de ervaring van het COA uit dat gemiddeld 1,7 vergunninghouders per woning worden gehuisvest.
De Vereniging van woningcorporaties Aedes schreef in december 2021 een brief aan de Tweede Kamer. Daarin staat te lezen: “In 2020 zijn op deze wijze circa 12.000 statushouders gehuisvest bij een woingcorporatie, waarbij de huishoudensgrootte gemiddeld 1,7 was.”
In een brief uit 2023 van de regering wordt een cijfer van gemiddeld 1,7 persoon per huishouden. Letterlijk staat in de brief :” De woningbehoefte is lager dan de taakstelling omdat de gemiddelde huishoudensgrootte van vergunninghouders ongeveer 1,7 personen is.”
In het document ‘ Adviesrapport Een huis voor statushouders‘ van oktober 2022 worden ook cijfers getoond die aangeven hoeveel statushouders in 1 woning leven. In 2011 was dat bijvoorbeeld 1,7 personen.

De redactie van deze website vroeg het COA in oktober 2025 “Uit gemiddeld hoeveel statushouders bestaat een huishouden dat in de jaren 2024, 2023 en 2022 een sociale huurwoning kreeg toegewezen door een gemeente in Nederland? Het gaat mij dan specifiek om de populatie die vanuit een asielzoekerscentrum een woning krijgt. De zogenaamde starter. “
Het antwoord van het COA was 1,8 persoon per huishouden.
Dan het CBS. Die geeft in een Excel sheet wat opvallende cijfers aan. De groep ‘huishoudens met statushouders ‘ wordt verdeeld in twee subgroepen. Subgroep 1 is de statushouders die langer dan 1 jaar een verblijfsvergunning hebben en niet in een COA-opvanglocatie woonden op 1 januari. En de subgroep die minder dan 1 jaar een verblijfsvergunning hebben OF in een COA-opvanglocatie woonden op 1 janauri.
Het gemiddelde aantal personen per huishouden tussen deze twee subgroepen verschilt enorm. De huishoudens in subgroep 1 bestond in 2022 uit gemiddeld 1,8 personen. Dat komt goed overeen met de 1,7 en 1,8 die door diverse instanties wordt gerapporteerd.
De subgroep 2, statushouders die nog maar kort hun vergunning hebben of op 1 januari nog in een COA-opvanglocatie verbleven, kent een veel groter aantal personen per huishouden, namelijk 3,2 in 2022. Voor deze groep is het gemiddeld aantal personen per huishouden al 5 jaar rond de 3.0. Waarom dat aantal ruim 1 persoon hoger ligt vergeleken met de groep die al langer in Nederland verblijven is niet duidelijk.

Een andere tabel van CBS genaamd ‘Aandachtsgroepen volkshuisvesting; regio, 1 januari en 31 december’ zien dat een zelfstandig huishouden met statushouders gemiddeld uit rond de 2 personen bestaat. De cijfers genoemd bij ; Statushouders: in COA-opvanglocatie’ tellen we dan niet mee. Bij de opvangruimtes trekken we 300 COA-opvanglocaties af.

Actuele cijfers
Cijfers over het aantal personen dat in het jaar 2023, 2024 en nu in 2025 wordt gehuisvest wijken af van het gemiddelde van rond de 1,8 gemeten over een langere periode gemeten tot 2024.
Dat is verklaarbaar doordat tot een paar jaar geleden vooral alleenstaande statushouders werden gehuisvest. De laatste jaren zijn het vooral Syrische gezinnen. De man komt naar Nederland en vraagt asiel aan. Na het krijgen van een verblijfsvergunning komt het gezin ook naar Nederland.
Het CBS gaf in dit artikel van nu.nl aan
“Als je kijkt hoeveel sociale huurwoningen naar statushouders gaan, dan is dat jaarlijks ongeveer 4 tot 7 procent“, zegt Ruben van Gaalen, demograaf van statistiekbureau CBS. Hierbij is het belangrijk om op te merken dat niet elke migrant een eigen woning krijgt. Zo wonen bijvoorbeeld gezinsleden samen.
“Aantallen migranten en aantallen huishoudens worden vaak door elkaar gehaald”, zegt Van Gaalen. “Veel migranten zijn kinderen, die moet je niet meetellen. Zo’n aantal van 46.400 mensen kun je ongeveer door drie delen als het om woningen gaat.”
In de rapportage over 2024 schrijft het CBS
De 244 duizend statushouders die in de periode 2014 tot en met eerste helft 2023 een verblijfsvergunning ontvingen, vormden op 1 juli 2023 89 duizend huishoudens. Van deze huishoudens woont het overgrote deel (94 procent) in een huurwoning.
Dat is een gemiddelde van 2,74 personen per huishouden.
De Groene citeert in een artikel van oktober 2025 de directeur-bestuurder van Oosterpoort, met vijfduizend woningen een relatief kleine woningbouwcorporatie. In het artikel staat:
Dit jaar moet de woningcorporatie ongeveer zestig statushouders huisvesten in de gemeente Berg en Dal, waar Groesbeek deel van uitmaakt – zo is het nu eenmaal afgesproken in Nederland. Omdat het ook gezinnen betreft, zijn hier grofweg twintig woningen voor nodig.
Data van gemeenten
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een website genaamd Waarstaatjegemeente.nl met erg veel data over alle gemeenten van Nederland. Zo is er een tabel dat de verdeling van vergunninghouders over het aantal huishoudens en woonruimten laat zien. Daarmee wordt inzichtelijk hoeveel statushouders in een woning leven. De meest actuele data is van 2022.
Uit die data blijkt dat over heel Nederland er gemiddeld 1,96 persoon in een woning leeft welke is toegewezen aan statushouders.
Data uit jaarrapportages
Een zeer beperkt aantal woningcorporaties schrijft in haar jaarrapportage over 2023 zowel het aantal statushouders die zijn gehuisvest alsmede het aantal woningen waarin zij zijn gehuisvest. De meeste andere corporaties melden uitsluitend het aantal statushouders. Dat maakt het lastig om voldoende cijfers te krijgen om daarmee een gedegen beeld te krijgen van hoeveel statushouders in een woning zijn gehuisvest.
Uit de opgaven van dertig verschillende plaatsen en/of woningbouwcorporaties blijkt dat in 2023 er gemiddeld 2,55 personen zijn gehuisvest.
Dat zijn er fors meer dan is te zien in de data van de Nederlandse gemeenten.
Conclusie
De cijfers tot 2023 laten zien dat een huishouden met statushouders dat langer dan 1 jaar een verblijfsvergunnig heeft gemiddeld uit ongeveer 1,8 tot 2 personen bestaat. Het aantal varieert waarschijnlijk door verschillen in definities. Vanaf 2023 lijkt dat aantal te zijn gestegen naar gemiddeld 2,5 tot 3,0 personen. CBS heeft daar nog geen cijfers over gepubliceerd.