Cijfers Jan van de Beek over toewijzing woningen aan statushouders totaal niet consistent
Cijfers van Jan van de Beek over het percentage woningen dat wordt toegewezen aan statushouders ten opzichte van starters zijn totaal niet consistent. Dat blijkt uit onderzoek van deze website.
Update: 24 oktober. Op 23 oktober plaatst Van de Beek op X weer nieuwe uitkomsten die afwijken van eerdere uitkomsten voor de jaren 2021 en 2023. Zie einde artikel.
Asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen worden statushouders genoemd. Deze krijgen door gemeenten een woning toegewezen. De laatste paar weken is er op X en in sommige programma’s discussie over om hoeveel woningen het gaat. De discussie komt veelal vanwege een wetsvoorstel van Mona Keijzer om voorrang voor de toewijzing aan statushouders te gaan verbieden.
Jan van de Beek is wiskundige en cultureel antropoloog en doet onderzoek naar de effecten van immigratie. Hij schreef een boek over de kosten van migratie. Hij geeft adviezen aan diverse organisaties en is met enige regelmaat te zien in televisie- en radioprogramma’s
Van de Beek probeert al jarenlang aandacht te krijgen voor zijn constatering dat statushouders een veel hoger percentage woningen krijgen toegewezen dan wat in de media wordt geschreven. Van de Beek vergelijkt dan niet met alle toegewezen sociale huurwoningen, waaronder aan mensen met urgentie, statushouders en de reguliere woningzoekers, zoals het CBS doet, maar vergelijkt met de starters. Jonge mensen die veelal nog bij hun ouders wonen en graag zelfstandig willen gaan wonen.
Met die vergelijking is op zich niets mis. Jonge mensen die actief zoeken naar een woning (niet iedereen die staat ingeschreven bij een woningcorporatie is actief op zoek) moeten vaak jarenlang wachten op een woning. Terwijl statushouders tussen de 9 en 18 maanden na asielaanvraag een woning krijgen.
Betrouwbare cijfers over dit aspect zijn echter zeer moeilijk te vinden. Dat komt onder andere doordat het zeer lastig is uit te vinden hoeveel statuswoners in 1 woning worden geplaatst.
Ook Jan van de Beek vindt het enorm lastig. Dat blijkt niet alleen uit zijn uitspraak op de radio dat hij hoofdpijn krijgt van de cijfers maar dat blijkt vooral uit zijn eigen cijfers!
In de afgelopen jaren heeft Van de Beek namelijk diverse keren zijn cijfers gepresenteerd. Eerst in zijn boek en diverse keren op X. Wat opvalt is dat zijn cijfers, ook wanneer het over gelijke jaartallen gaat, in iedere versie sterk van elkaar verschillen.
Zo stel hij in zijn boek dat in 2015 25% van de vrijgekomen woningen aan statushouders werd toegewezen vergeleken met het totaal aantal woningen dat aan starters werd toegewezen.
Op 14 november 2023 plaatst hij andere cijfers op X . In 2015 zouden volgens hem nu zelfs 31% van de woningen naar statushouders zijn gegaan. Een onverklaarbare toename van maar liefst 6% tov van zijn eerdere schatting.
Op 1 oktober 2025 plaatst Van de Beek op X weer een nieuwe versie van zijn cijfers. Hier heeft Van de Beek voor een andere aanpak gekozen. Hij neemt drie verschillende schattingen van het aantal woningen die naar starters zijn gegaan, en drie verschillende aannames van de hoeveelheid personen in een huishouden met statushouder(s). In 2015 is het gemiddelde van de negen varianten nu opeens 21 % van de woningen.
Voor alle cijfers van 2015 tot en met 2018 geldt dat Van de Beek in zijn schattingen van oktober 2025 aanzienlijk lager uitkomt met het gemiddelde over de negen varianten dan zijn eerdere schattingen.
Cruciaal in het schatten van hoeveel woningen naar statushouders gaan is uit hoeveel personen een huishouden van statushouders bestaat en hoeveel procent van het totaal aantal woningen gemiddeld naar starters ging. Deze cijfers zijn erg lastig te vinden.
Opvallend is dat in de memorie van toelichting op het wetsvoorstel om voorrang voor statushouders te verbieden de cijfers uit het boek van Van de Beek zijn gebruikt en niet de schattingen die hij in oktober 2025 op X plaatste. Dat percentage was 27%.
Van de Beek schatte op basis hiervan in dat, gedurende de periode 2015-2018, gemiddeld per jaar ongeveer 32% van het aantal vrijgekomen huurwoningen waarvoor “jonge sociale huurstarters” met een laag genoeg inkomen in aanmerking zouden komen aan vergunninghouders werd toegewezen.
Op 23 oktober plaatst Van de Beek , op de dag van het Debat van Nederland waar Wilders aan deelneemt, weer nieuwe uitkomsten van een berekening.
Waar in 2021 volgens Van de Beek eerst 20, 25, 30 (de drie varianten) en 35% van de woningen naar statushouders ging, zou het in de nieuwe berekening 29% zijn.
Voor 2023 zouden het nu om 37% gaan. Eerder kwam Van de Beek met 27, 34 en 41% (de drie varianten).
Hieronder de vier verschillende versies van cijfers die Van de Beek presenteerde.
Jan van de Beek reageerde niet op diverse emails en DMs met verzoeken tot onderbouwing en beantwoording van vragen.
Foto van boek uit boek Migratiemagneet Nederland. Uitgekomen in oktober 2024

Cijfers van 14 november 2023

Cijfers van 1 oktober 2025

De cijfers voor 2021 en 2023 zoals geplaatst in deze Tweet van 23 oktober
