Minister Keijzer: “25 tot 30% van de vrijkomende woningen voor starters gaat naar startende statushouders “
Demissionair minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening , Asiel en Migratie gaf tijdens een debat met Jesse Klaver in een uitzending van Pauw & De Wit aan dat per jaar 25 tot 30% van de beschikbare sociale huurwoningen wordt toegewezen aan statushouders die daarvoor nog verbleven in een opvang. Dat is een opmerkelijk hoog percentage omdat het CBS over het jaar 2022 schreef dat 7 procent van de vrijgekomen corporatiewoningen naar statushouders ging. Het CBS schreef ook over 2022: Van alle huishoudens die verhuisden naar een corporatiewoning en geen vrije woning achterlieten, was 12 procent een huishouden met statushouders. ”
Update 13 oktober: Keijzer baseerde haar uitspraak op schattingen door wiskundige en cultureel antropoloog dr. Jan van de Beek. Artikel is aangevuld.
Klopt de uitspraak van Keijzer?
Het is relevant om te weten hoeveel druk statushouders leggen op de woningmarkt voor starters. Vergelijk de woningmarkt met een trein, en er is een voetbalwedstrijd waardoor het extra druk gaat worden. Dan wil je weten hoeveel mensen extra gaan instappen op een station. En welk effect dat heeft op de mensen die ook op diezelfde halte stonden te wachten, die die supporters nu voor moeten laten gaan. Of in die trein mensen van zitplaats wisselen, is niet relevant. Toch telt men die wisselingen vaak wel mee in de statistieken. Die 7% is op basis van alle woningwisselingen, of in die trein, stoelwisselingen. Terwijl toch echt de instappers relevant zijn
Om te beginnen; Klaver noemt weliswaar het meest recente bekende cijfer van CBS, maar dat is van 2022. Verder bedoelen Keijzer en Klaver dus twee verschillende dingen. Klaver bedoelde het totaal percentage aantal toegewezen woningen (aantal stoelwisselingen in het voorbeeld), Keijzer het percentage dat is toegewezen aan startende statushouders (aantal supporters die instappen in de trein). Welk jaar zij bedoelde is niet helemaal duidelijk, maar lijkt een gemiddelde te zijn van de jaren 2015-2018!
Dit is het betreffende fragment van de uitzending van Pauw en De Wit van 9 oktober.
Klaver: statushouders nemen 7 tot 10 % van de woningen gaan naar statushouders. Doen alsof de problemen op de woningmarkt komen door statushouders is gewoon niet waar. Het komt omdat er te weinig gebouwd is en of je nou Mona bent uit Volendam of Khalid uit Aleppo . Je hebt allemaal een probleem op dit moment in dit land om een goede woning te kunnen vinden. En die groepen tegenover elkaar zetten lijkt mij niet juist en het is ook niet correct.
Keijzer: het is niet correct wat de heer Klaver zegt. Als je kijkt naar dat cijfer waar komt dat vandaan dan kijk je naar alle huurwoningen die vrij komen. Ook dus bijvoorbeeld de seniorenwoningen. En dat deel je dan door de statushouders. Maar statushouders moet je vergelijken met starters op de woningmarkt. En dan zit je op veel hogere aantallen. Dan zit je op 25-30 %.
Pauw: een statushouder moet je vergelijken met een starter?
Keijzer: dan zit je dus niet op de 7% meneer Klaver dan kom je dus op 25-30%
In Nederland is enorme woningnood. Dat komt voor vele oorzaken. Nu de verkiezingen er aan komen komen alle partijen met oplossingen. In debatten door politici en op social media worden allerlei beweringen gedaan. Bijvoorbeeld over het percentage woningen dat jaarlijks wordt toegewezen aan statushouders. Een statushouder is iemand die asiel heeft aangevraagd en een verblijfsvergunning heeft gekregen. Deze persoon, alleenstaand, met partner of gezin met kinderen moet dan door een Nederlandse gemeente een woning toegewezen krijgen.
Keijzer deed de uitspraak in een discussie met Jesse Klaver. Klaver noemde de 6-7% van het CBS. Keijzer gaf dus aan dat het percentage woningen dat wordt toegewezen aan statushouders die geen lege woning achterlaten (de starter) rond de 25-30% ligt. Ze gaf niet aan over welk jaar het dan gaat.
Wat bedoelde Keijzer nu precies?
Het is best lastig om te snappen wat Keijzer bedoelde. In het SBS programma De Oranjezondag van 12 oktober gaf journalist Sam Hagens deze uitleg.
Hagens noemt een voorbeeld van Tiel. Daar kwamen in 1 jaar tijd 220 huurwoningen vrij. 12 daarvan gingen naar mensen onder de 28 jaar en 25 naar statushouders.
Kijken we naar de CBS gegevens dan schrijft het CBS over 2021: Van alle huishoudens die verhuisden naar een corporatiewoning en geen vrije woning achterlieten, was 10 procent een huishouden met statushouders. In 2022 was dat percentage gegroeid tot 12 procent.
Het CBS geeft geen cijfers gepubliceerd over de jaren 2023, 2024 en de eerste helft van 2025. Dus waar haalt minister Keijzer deze percentages vandaan?
Dat vraagt NSC kamerlid Welzijn zich ook af. Op 24 september stelde zij een aantal vragen aan de minister. Vraag 13 luidt: Wat is het percentage statushouders dat een vrijgekomen sociale huurwoning bemachtigt in verhouding tot de starters op de woningmarkt die op de
wachtlijst staan voor een sociale huurwoning?
De minister heeft nog geen antwoorden gegeven op de kamervragen.
In juli 2023 stuurde de toenmalige minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Hugo de Jonge, een brief naar de Tweede Kamer met de titel ‘ Integrale visie op de woningmarkt’. Daarin schrijft hij dat in 2025 mogelijk rond de 25% van de vrijkomende sociale huurwoningen aan statushouders worden toegekend. Dat percentage is dus voor zowel de startende statushouders als de statushouders die al enige tijd in een huurwoning wonen en doorstromen. Bijvoorbeeld omdat de huidige woning te klein is geworden vanwege nareis en gezinsuitbreiding.

Klopt het wat Mona Keijzer zei?
Op die vraag kan nog geen antwoord worden gegeven. CBS heeft geen actuele data over 2024 en 2025 openbaar gemaakt. De antwoorden op de kamervragen van NSC gaan mogelijk duidelijkheid geven. Het is erg lastig om op basis van de data van CBS, AEDES en andere bronnen zelf conclusies te trekken.
Deze website vroeg op 13 oktober de woordvoerder van demissionair minister Keijzer welke bronnen zij heeft gebruikt voor haar bewering.
Het antwoord was dat deze cijfers in de memorie van toelichting staan voor een wetswijziging. Deze introduceert een gefaseerd in te voeren verbod om aan zogenoemde vergunninghouders voorrang te verlenen voor sociale huurwoningen.
De cijfers, die nog moeten worden gecontroleerd, betreffen dus een schatting over de periode 2015-2018. Intussen zijn we tien jaar verder. De vraag is dus hoe de situatie in 2025 is en wat de verwachting is voor de komende jaren.
In deze memorie van toelichting is het volgende te lezen:
Wanneer wordt gekeken naar het toewijzingspercentage van het jaarlijks vrijgekomen sociale huurwoningen aan vergunninghouders, stelt wiskundige en cultureel antropoloog dr. Jan van de Beek dat er een vergelijking gemaakt moet worden met de groep waarmee vergunninghouders daadwerkelijk concurreren – namelijk woningzoekenden in Nederland van onder de 65, die nog geen corporatiewoning huren en in het bijzonder jonge sociale huurstarters met een laag inkomen. In de vergelijking die hij maakt gebruikt hij een groep inwoners die voldoet aan vergelijkbare kenmerken en die begon met het huren van een corporatiewoning tussen 2015 en 2018. Van de Beek schatte op basis hiervan in dat, gedurende de periode 2015-2018, gemiddeld per jaar ongeveer 32% van het aantal vrijgekomen huurwoningen waarvoor “jonge sociale huurstarters” met een laag genoeg inkomen in aanmerking zouden komen aan vergunninghouders werd toegewezen.
Wat het nog lastiger maakt is dat in sommige gemeente statushouders die vanaf een AZC verhuizen een urgentie (voorrang) krijgen terwijl in andere gemeenten deze urgentie niet wordt gegeven. Dit artikel van de NOS van eind 2023 geeft meer info.
In Amersfoort gaan volgende jaar van de 240 nieuw opgeleverde tijdelijke sociale huurwoningen 80 naar statushouders. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de waarschuwing die de provincie gaf aan Amersfoort. De provincie is toezichthouder op de taakstelling die het Rijk geeft aan gemeenten.
In 2024 ging 50% van de beschikbare woningen naar starters. In 2022 ging 46 procent van de sociale huurwoningen naar starters, een jaar later was dat toegenomen tot 49 procent.
Blijkbaar zit niet iedereen te springen om een woning. Na invoering van een nieuw puntensysteem in Amsterdam moest een woning gemiddeld drie keer worden aangeboden voordat deze werd geaccepteerd. In 2022 was dit nog 8,7 keer.
De redactie van deze website heeft vragen gesteld aan het COA, aan de woordvoerder van Keijzer, aan het CBS en aantal anderen. Spoedig zal een factcheck worden gepubliceerd over de cijfers die Van de Beek en de minister geven.