Een voorbeeld uit duizenden waaruit blijkt dat Nederlandse Staat WOBstructie pleegt
Journalisten en burgers hebben het recht om documenten van de overheid op te vragen. Dit is de Wet Open Overheid (hierna: WOO). De overheid moet binnen uiterlijk zes weken een besluit nemen op een WOO-verzoek. In de praktijk wordt een besluit vaak veel te laat genomen. Daar zijn enorm veel voorbeelden van. Hieronder een willekeurig voorbeeld. Hieruit blijkt dat de verzoeker ruim twee jaar moest wachten totdat er een besluit kwam op het WOO-verzoek. Intussen moest de verzoeker tweemaal naar de rechter.
Het betreft een WOO-verzoek ingediend bij het Ministerie van Financien. Het verzoek betreft openbaarmaking van documenten betreffende het Luchthavenverkeersbesluit 2008 Schiphol. Wie het verzoek heeft ingediend is onbekend. Gezien het feit dat de rechtbank Gelderland door verzoeker is benaderd voor het beroep lijkt Johan Vollenbroek van MOB een goede kandidaat. Een beroep wegens niet tijdig beslissen moet worden ingediend bij de rechtbank met arrondissement van de woonplaats indiener.
Het verzoek en de documenten zijn hier te vinden. Op 9 januari 2025 bericht de Telegraaf nav van de inhoud van de stukken.
Op 13 oktober 2022 werd het WOO-verzoek ingediend. Op 14 maart 2023 is de verzoeker in beroep gegaan bij de rechtbank Gelderland. De rechter besloot dat Financien uiterlijk 24 mei 2023 een besluit moest nemen. Dat deed Financien niet. Pas op 18 december 2023 werd het besluit genomen. Het besluit was dat het WOO-verzoek niet meer onder de reikwijdte van de WOO valt. Opvallend dat het Ministerie van Financien dan zoveel tijd nodig had om tot dit eenvoudige besluit te komen.
Op 24 januari 2024 maakte de verzoeker bezwaar tegen het besluit. In mei 20244 volgde een hoorzitting bij het ministerie. Op 30 oktober 2024 maakte de verzoeker opnieuw bezwaar tegen het uitblijven van een besluit. Op 18 november 2024 ging de verzoeker in beroep bij de rechtbank vanwege het uitblijven van een beslissing op het bezwaar.
Uiteindelijk nam het ministerie van Financien op 20 december 2024 een besluit op het bezwaar.