De bewering van actievoerders tegen luchthaven Rotterdam over exploitatieresultaat is onjuist. RTHA maakt wel winst.
De Vereniging Bewonersgroep tegen Vliegtuigoverlast (BTV) doet allerlei beweringen over Rotterdam-the Hague Airport (RTHA). Een van de beweringen is dat de luchthaven al jaren verliesgevend is.
De bewering van BTV is onjuist.
Eerder bleek dat BTV vele keren de afgelopen jaren de werkgelegenheid die de luchthaven biedt veel te laag inschat en zelfs onzin zegt in haar factcheck
De beweringen van BTV
Op deze pagina van haar website schrijft BTV : ” De luchthaven is jaarlijks verliesgevend.” . Het tegendeel blijkt echter uit de second opinion die de Commissie Regionaal Overleg (CRO) RTHA liet uitvoeren door de TU Delft.
Verder valt op dat in het persbericht die de Bewonersvertegenwoordigers Commissie Regionaal Overleg RTHA opstelde met geen woord wordt gerept over de vermeende ” jaarlijks verliesgevend” . De Vereniging BTV heeft de verliesgevenheid er dus zelf bijverzonnen.
En op deze pagina staat ” Het vliegveld is al jaren verliesgevend en de effecten aan de regionale economie zijn nagenoeg nihil”
In de door op verzoek van leden van de CRO uitgevoerde second opinion op de MKBA schrijven de onderzoekers van de TU Delft:
Een baat in de MKBA is het exploitatiesaldo. De berekening is door RTHA opgesteld en is niet openbaar waardoor we de kwaliteit van de uiteindelijke schatting niet kunnen
beoordelen. In navolging van de Voortoets (Rienstra, 2016) lijkt het ons plausibel dat het netto-exploitatiesaldo positief is maar over de ‘juistheid’ van de hoogte van de schatting van dit saldo kunnen we geen uitspraak doen
Feitenonderzoek
Het antwoord op de vraag RTHA zoals BTV beweerd verliesgevend is of juist winstgevend is te vinden in de jaarverslagen. De luchthaven is 100% eigendom van Royal Schiphol Group.
In het jaarverslag over 2023 vinden we informatie. De winst van RTHA in 2022 was 1 miljoen euro. In 2023 was de winst 4,4 miljoen euro.

In 2022 had de luchthaven 2,1 miljoen passagiers en de omzet uit havengelden was 30 miljoen euro. De netto winst was 1 miljoen euro.

In 2021 waren er 764.061 passagiers en was de omzet uit havengelden 10,1 miljoen euro. Het netto verlies was 9 miljoen euro.
In 2020 was het verlies 16 miljoen euro vanwege de covidpandemie.

In 2019 had Rotterdam airport 2,1 miljoen passagiers. De omzet door havengelden was 28,8 miljoen. De relatie tussen het aantal passagiers en de omzet van havengelden is vrijwel altijd 1:10. 1 miljoen passagiers geeft ongeveer 10 miljoen omzet havengelden.
De winst was in 2019 7 miljoen euro. In 2018 was de winst nog 8 miljoen euro met 1,9 miljoen passagiers . Bron Royal Schiphol Group)

In het jaarverslag over 2017 geeft Schiphol geen cijfers over de winst. Er waren in dat jaar 1,7 miljoen passagiers. De winst zal naar schatting ruim boven de 6 miljoen euro zijn geweest.
In 2016 waren er 1,6 miljoen passagiers. Ook in dat jaar zal de luchthaven zeker een paar miljoen euro winst hebben gemaakt.
Conclusie
De bewering van BTV is onjuist. Door de openbare jaarverslagen te lezen is eenvoudig vast te stellen dat de luchthaven vanwege de covidpandemie in 2020 en 2021 verlies heeft geleden. In de jaren voor en na de pandemie werd winst gemaakt.
Wederhoor
Ik stelde per e-mail de voorzitter Alfred Blokhuizen van BTV een aantal vragen:
1. Kunt u mij de bron(nen) verstrekken waaruit kan worden afgeleid dat RTHA al jarenlang verliesgevend is?
2. Ben u ermee bekend dat de exploitatie resultaten van RTHA niet specifiek worden gespecificeerd maar zijn geconsolideerd in de resultaten van Royal Schiphol Group?
3. Hoe belangrijk vindt u het als voorzitter van BTV dat beweringen die worden geuit door uw vereniging feitelijk correct zijn en tevens zijn onderbouwd?
4. In welke jaren was RTHA volgens u verliesgevend en wat was de voornaamste oorzaak volgens u?
De reactie van Blokhuizen was als volgt:
” We hebben al eerder aangegeven dat we niet schriftelijk reageren. dat vraagt veel te veel tijd van onze vrijwilligersorganisatie. U vraagt ons feitelijk ook om kosten te maken om uw vragen te beantwoorden. Die kosten willen we niet dragen. We schreven al eerder dat we die kosten in rekening zouden brengen. U bent niet bereid om die kosten te vergoeden. Resultaat is dan wel dat we geen vragen meer van u op deze wijze beantwoorden.
We hebben gevraagd om telefonisch overleg. Dat weigert u. U weigert ook uw persoonsgegevens te verstrekken, zoals adres en telefoonnummer.”