Boevenstreken van de fiscus: onrechtmatige herziening van voorschot na 5 jaar
Volgens de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) mag de Belastingdienst/Toeslag een toeslag niet meer herzien in het nadeel van de aanvrager indien op het tijdstip van de herziening ten minste vijf jaren zijn verstreken na de laatste dag van het berekeningsjaar. (artikel 16.5)
De Belastingdienst had daar echter lak aan. Dat blijkt ondermeer uit een melding van een aanvrager opgenomen in het zwartboek kinderopvangtoeslag van de SP. Op pagina 113 is te lezen dat de fiscus in 2015 besloot dat een aanvrager de toeslag van 2008 moest terugbetalen.
Dat was zeker niet het enige geval van onrechtmatig handelen door de fiscus. De Raad van State oordeelde op 1 juni 2016 in zes zaken dat de Belastingdienst/Toeslagen een maximale termijn heeft van 5 jaar om een voorschot in het nadeel van de aanvrager te herzien.
Naast het feit dat de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen duidelijk is over de termijn van 5 jaren oordeelde de Raad van State dat het ‘bovendien niet redelijk ‘ is om van een aanvrager te verlangen de gegevens en bescheiden die noodzakelijk zijn voor een controle door de Belastingdienst/Toeslagen of ze aanspraak maken op een toeslag tot in lengte van jaren te bewaren’.