Boevenstreken van de fiscus: Bewering dat helft ouders CAF11 had gefraudeerd klopt niet. Het bleken er ongeveer 4 te zijn!
De Belastingdienst bleef tot einde 2019 een beeld scheppen dat de helft van de vraagouders van gastouderbureau Dadim had gefraudeerd. Ook na het uitkomen van het rapport van de Nationale Ombudsman blijft dat beeld. Dat klopt echter niet. De Belastingdienst koppelde ouders in het CAF 11 dossier aan Dadim die helemaal geen klant waren. Pas na een brief van minister Hoekstra eind december blijkt dat waarschijnlijk slechts 4 ouders hadden gefraudeeerd.
De Directeur-Generaal van de Belastingdienst, de heer Jaap Uijlenbroek, schrijft in een brief gedateerd 7 november 2017 gericht aan de Nationale Ombudsman en in reactie op zijn rapport het volgende:
Het beeld is dat bij ongeveer de helft van de gehele groep van vraagouders ook na de herbeoordeling Toeslagen tot de conclusie is gekomen dat er geen recht bestaat op kinderopvangtoeslag.
Het gaat hier om het dossier dat bij de Belastingdienst/Toeslagen bekend stond als CAF 11 codenaam Hawaii. Het betrof hier een onderzoek naar mogelijke fraude door vraagouders die klant waren van het gastouderbureau Dadim. Toen bij een steekproef het fraudeteam opvallende zaken aantrof werd de uitkering van alle vraagouders van Dadim stopgezet.
De indruk die de Directeur-Generaal wil wekken is dat een groot deel van de vraagouders, namelijk ” ongeveer de helft” wel degelijk fraudeerde!
Daar klopt niets van!
In een evaluatie rapport van voorjaar 2015 over CAF11 schrijft de Belastingdienst/Toeslagen dat CAF11 om 317 BSN’s gaat. Bij “geen behandeling” staat 18 aanvragers. Met “geen behandeling” bedoeld de Belastingdienst/Toeslagen dat deze aanvragers niet zijn onderzocht en er dus ook geen sprake is van eventuele stopzetting van de uitbetaling. Dat kan verschillende oorzaken hebben.
Op 14 mei 2018 reageert de Directeur-Generaal op vragen van de Nationale Ombudsman. Hij geeft onder andere antwoord op vragen over de exacte aantallen gedupeerde ouders. De cijfer die de Directeur-Generaal opgeeft wijken af van de cijfers uit het evaluatie rapport van voorjaar 2015.
In totaal waren er 302 ouders die in de jaren 2012 tot en met 2014 kinderopvangtoeslag hebben aangevraagd voor kinderopvang via het betreffende gastouderbureau. Hiervan ontvingen 235 ouders kinderopvangtoeslag in 2014.
14 toeslagen zijn na onderzoek vrij snel weer hervat.
Naar aanleiding van het onderzoek is geoordeeld dat 221 betrokkenen geen recht hadden op kinderopvangtoeslag over 2014.Van de overige 221 ouders hebben 166 ouders bezwaar aangetekend tegen de stopzetting, in een aantal gevallen gevolgd door (hoger) beroep. De overige 55 ouders hebben geen bezwaar aangetekend.
Van de 166 bezwaren zijn er 27 niet toegekend. Er werden er 120 , waarvan sommige pas na jaren, toegewezen. Op zo’n 20 bezwaren was in oktober 2018 nog geen besluit genomen door de Belastingdienst.
De Belastingdienst stelt dus dat er in 2014 235 vraagouders via Dadim kinderopvangtoeslag ontvingen. Echter Dadim had ten tijde van de stopzetting in juni 2014 helemaal geen 235 vraagouders als klant maar 161!
De Nationale Ombudsman vindt de aantallen ook maar verwarrend. Maar voor de conclusie van zijn onderzoek maakt het precieze aantal niet uit, schrijft hij in zijn rapport.
De Belastingdienst hanteerde een lijst met BSN’s van vraagouders in het CAF 11 dossier waarvan 66 van deze BSN’s helemaal nooit klant zijn geweest bij Dadim.
De verklaring van die 66 onbekende vraagouders kan in het evaluatie rapport liggen dat is opgesteld door de Belastingdienst. Daarin staat te lezen “Meerdere GO (gastouders) zijn ook bemiddeld door <naam onbekend gastouderbureau> onduidelijk wanneer door welk GOB bemiddeld is. ”
Dat verschil in aantallen werd eerder verklaard door het Ministerie van Financien in mei 2019 aan RTL Nieuws als doordat de Belastingdienst een zoekopdracht gaf met daarin postcode en huisnummer. Deze postcode en huisnummer werd ook door Dadim gebruikt. Deze verklaring lijkt niet te kloppen.
Uit alles blijkt dat Belastingdienst/Toeslagen er verschillende definities op nahield, niet exacte gegevens uit het computersysteem kon krijgen en dacht dat Dadim bemiddelde voor veel meer vraagouders dan dat het daadwerkelijk deed.
In een brief aan de Kamer van 15 mei 2018 legt staatssecretaris Menno Snel het verschil in aantallen ouders in de lijst en het lagere aantal vraagouders bij Dadim als volgt uit :
De genoemde aantallen uit de brief van 16 februari 2018 komen uit de populatie waarnaar in 2014 het onderzoek is verricht. Bij een aanvraag kinderopvangtoeslag moeten de vraagouders opgeven welke gastouder zij gebruiken voor de opvang en niet via welk gastouderbureau de opvang loopt. Dit laatste is ook niet direct nodig, omdat het feit dat een gastouder geregistreerd is immers al aangeeft dat sprake is van een relatie met een geregistreerd gastouderbureau. Een gastouder kan echter opvang verzorgen via meerdere gastouderbureaus. Het is om die reden voor Belastingdienst/Toeslagen niet direct inzichtelijk welke vraagouder via welk gastouderbureau opvang afneemt.
Om de onderzoekspopulatie vast te stellen, is daarom gekeken welke gastouders bij het desbetreffende gastouderbureau aangesloten waren in de jaren 2012 tot en met 2014. Vervolgens is gekeken welke vraagouders de desbetreffende gastouders hebben opgegeven bij hun aanvraag en wijzigingen kinderopvangtoeslag. Hieruit kwam een onderzoekspopulatie van 302 vraagouders over de periode 2012 tot en met 2014 waarvan er 235 kinderopvangtoeslag in 2014 ontvingen. Wegens deze wijze van selecteren is het onvermijdelijk dat er vraagouders in de onderzoekspopulatie terecht zijn gekomen die in een of meerdere jaren opvang afnamen via een ander gastouderbureau.
Van de 235 gestopte toeslagen zijn er 134 weer gedeeltelijk of geheel gestart. Op 20 bezwaren had de fiscus nog geen besluit genomen (stand oktober 2018).
55 ouders hebben geen bezwaar aangetekend. Waarom is onduidelijk en het is niet duidelijk of er in deze gevallen sprake was van fraude. Het is ook niet duidelijk bij welk gastouderbureau deze waren aangesloten.
Dadim stelt zelf dat er bij haar geen frauderende vraagouders waren aangesloten.
In september 2018 schrijft Menno Snel in een brief aan de Kamer dat de groep (populatie) vraagouders die in een bepaalde periode aangesloten waren bij Dadim 302 vraagouders was. Daarvan kregen 235 kinderopvangtoeslag in 2014. Circa 200 van deze 235 vraagouders waren betrokken bij Dadim.
Let op het afwijkende antwoord. De Belastingdienst/Toeslagen gaf onjuiste informatie over het aantal vraagouders in het CAF11 dossier aan de Nationale Ombudsman. Het antwoord van de minister is geen antwoord op de vraag. Voor het onderzoek van de Nationale Ombudman is het niet relevant hoe groot het aantal vraagouders precies was. Maar voor Dadim is dat wel relevant. Dit omdat Dadim praktisch failliet raakte door de actie van de Belastingdienst die ten onrechte de toeslagen van alle klanten van Dadim stopte. Ten onrechte!
Alleen de Belastingdienst weer precies hoe het zit. Pieter Omtzigt heeft op 10 december 2019 verzocht om een brief waarin staat of de Nationale Ombudsman mogelijk ook hier, net als bij de kosten voor dwangbevelen, verkeerde informatie van de Belastingdienst heeft ontvangen.
In een brief aan de Kamer van 24 december 2019 schrijft minister Hoekstra, die de afgetreden Menno Snel vervangt, dat CAF 11 om 309 ouders gaat. Daarvan hebben er 287 recht op compensatie. 22 ouders hebben geen recht op compensatie. De reden hiervan is onbekend. Het staat zeker niet vast dat deze ouders dan wel hebben gefraudeerd. Mogelijk hebben ze een fout gemaakt met de aanvraag. Maar het kan ook omdat er geen kinderopvang is genoten. In deze brief worden de redenen voor het niet uitbetalen van compensatie aangegeven. De eerste, en waarschijnlijk meest voorkomende reden voor niet compeseren is in de situatie dat bij de vraagouder geen onderzoek werd gedaan naar mogelijke fraude. In de cijfers van de Belastingdienst uit voorjaar 2015 staat dat voor 18 aanvragen geen behandeling werd gedaan.
Wanneer is er geen recht op compensatie?
In het Beleidsbesluit staat dat we de ouders gaan compenseren als de kinderopvangtoeslag over 2012 tot
en met 2014 als gevolg van het CAF 11-onderzoek is verlaagd of stopgezet. Maar er is geen recht op
compensatie, als:
– er geen onderzoek in het kader van het CAF 11 is geweest voor de jaren 2012, 2013 en 2014,
dat heeft geleid tot een verlaging van de kinderopvangtoeslag;
– er evident geen recht is op kinderopvangtoeslag, bijvoorbeeld omdat uw kind te oud was voor de
kinderopvang of omdat er geen gebruik is gemaakt van kinderopvang;
– u ook na (herhaalde) verzoeken om informatie geen informatie hebt aangeleverd, niets hebt laten
horen en ook geen bezwaar hebt gemaakt.
Conclusie
Uit de brief van Hoekstra van 24 december 2019 en het interne evalatie rapport van de Belastingdienst blijkt dat maar ongeveer 4 vraagouders hebben gefraudeerd met de kinderopvangtoeslag. Commissielid Jetta Klijnsma van de adviescommissie Donner had eerder al aangegeven dat zijn slechts “een paar ” gevallen van fraude hadden geconstateerd in het CAF11 dossier.





