|

Factcheck Frederik. Witwassen van wetsovertreding Belastingdienst door niet te rappeleren

In een serie van artikelen wordt aangetoond dat journalist Jesse Frederik van de Correspondent feitelijk onjuistheden, verkeerde conclusies of belangrijke feiten weglaat in zijn boek over de toeslagenaffaire. In dit artikel gaat het over het niet expliciet te vermelden dat de Belastingdienst de wet overtrad door geen rappelbrief te sturen. 

De hele boodschap die Frederik zijn lezers wil geven is dat iedereen deed wat wat er van hem werd verwacht. De media voerde een hetze, de politiek gebruikte de berichtgeving voor eigen aandacht en de Belastingdienst heeft vaak genoeg aangegeven dat de wet zo streng is.

Daarbij vergeet Jesse Frederik voor zijn gemak vele feiten te vermelden. Een ervan is dat de Belastingdienst in haar gretigheid om geld terug te vorderen de wet overtrad. Een artikel in de wet AWIR beschrijft dat wanneer de Belastingdienst bewijzen vraagt om het recht op een toeslag achteraf te kunnen toetsen, bij uitblijven van dat bewijs moet rappeleren. Dat is het versturen na verloop van tijd van een herinneringsbrief.

Fredrik schrijft inhet begin van het boek weliswaar dat er geen herinneringsbrief wordt gestuurd, maar schrijft niet dat de Belastingdienst hiermee de wet overtreedt.

Als ouders niet onmiddellijk de juiste stukken insturen, dan is de fiscus niet duidelijk over welke stukken nog ontbreken. Als ouders niet reageren op een eerste verzoek, dan volgt geen herinneringsbrief. Als ouders niet aan de balie verschijnen, dan is er geen herstelmogelijkheid.

Nadat de Nationale Ombudsman daarover heeft gerapporteerd schrijft de staatssecretaris in december 2019 aan de Kamer dat het werkproces van Belastingdienst/Toeslagen zal worden aangepast zodat eerst een rappelbrief wordt gestuurd en pas daarna bij uitblijven van een reactie van de ouder de toeslag zal worden gestopt.

Een stuk verder in het boek wast Frederik de overtreding van de wet door Toeslagen als volgt wit:

Op zaterdag 14 december 2019 komen  en  alweer met nieuws. ‘Belastingdienst negeerde de wet veel langer dan eerder gemeld’, kopt Trouw. Wat was het geval? Als de afdeling Toeslagen ouders verzocht om bewijsstukken aan te leveren, en de ouders reageerden niet op dat verzoek, dan zette de afdeling Toeslagen de toeslagen alvast stop, in afwachting van een reactie op haar tweede brief.

Bij het Managementteam Toeslagen waren in 2013 namelijk twijfels gerezen over het wachten op een antwoord op de tweede brief. Het was gebleken dat op slechts 12 procent van alle rappelbrieven überhaupt een reactie kwam. Het gevolg was dan dat toeslagen doorliepen, terwijl die later weer teruggevorderd moesten worden, waardoor burgers met schulden werden opgezadeld.

De Belastingdienst oordeelde dus onwettelijk dat het beter was om niet eerst een rappelbrief te sturen voor stopzetten van toeslagen want daar kwam blijkbaar nauwelijks een reactie op. Frederik toont overigens geen bron voor de bewering van 12 procent response. Daarbij is het onzin dat ouders die geen rappelbrief kregen later toch de toeslagen zouden moeten terugbetalen.

Frederik zit met deze manier van schrijven op schoot bij de woordvoerder Belastingdienst. Frederik refereert in bovenstaande passage naar berichtgeving van Trouw.

Trouw schrijft in december 2019 het volgende:

Daarnaast heeft de Belastingdienst jarenlang nagelaten om ouders een aanmaning of herinnering te sturen als zij informatie opvraagt om de rechtmatigheid van toeslagen te controleren. Deze zogeheten rappel-brieven zijn wettelijk verplicht, maar worden al sinds 2013 niet meer verstuurd. Het ministerie van financiën wijst Toeslagen daar in juni 2018 op, maar het duurt nog ruim een jaar voordat wordt overgegaan tot ‘gefaseerd invoeren van rappeleren’. Het is niet duidelijk of dit inmiddels structureel gebeurt.

 

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *