Hoe de ‘koude start’ de bouw van woningen in gevaar brengt
In Nederland worden onvoldoende woningen gebouwd. De oorzaken zijn divers. Van lange bezwaar- en beroepzaken, netcongestie, onvoldoende personeel tot stikstof. De zogenaamde ‘koude start’ speelt een rol in het verkrijgen van een natuurvergunning en maakt het lastiger een vergunning te verkrijgen.
Wat is er aan de hand? Voor het verkrijgen van een natuurvergunning moet de initiatiefnemer, bijvoorbeeld een projectontwikkelaar, een ingewikkelde berekening maken om daarmee te laten zien aan de vergunning gever (de provincie) dat de uitstoot van stikstof tijdens de bouwfase en de gebruiksfase (wanneer de woningen bewoond zijn) onder een drempel blijft. Die berekenig wordt gemaakt met de AERIUS tool. Dit is een rekeninstrument dat beheerd wordt in opdracht van de Rijksoverheid en provincies, maar technisch onder beheer van het RIVM.
Het RIVM maakt jaarlijks updates voor deze tool, bijvoorbeeld wanneer er nieuwe wetenschappelijke inzichten zijn over de uitstoot van stikstof en het effect op de natuur.
In de update van oktober 2024 is het effect van de ‘koude start’ toegevoegd. In de versies daarvoor moest alleen het effect van rijdende motorvoertuigen met verbrandingsmotor worden berekend. De ‘ koude start’ is het starten van een verbrandingsmotor van bijvoorbeeld een bouwkraan of een personenauto. Wanneer deze motor wordt gestart na een stilstand van twee uur of langer, is er sprake van een ‘koude start’. Tijdens deze koude start functioneert de katalysator niet op dezelfde manier als bij een warme motor. Dit heeft tot gevolg dat er bij een koude start relatief meer emissies van stikstofoxiden en ammoniak vrijkomen in vergelijking met een warme motor. Voor woningbouw dient te worden gerekend met 2 koude starten per woning.
Het moeten meerekenen van de extra uitstoot als gevolg van de koude start kan er toe leiden dat een nieuwbouwproject voor de gebruiksfase teveel stikstof uitstoot heeft. En daardoor een project niet kan doorgaan of moet worden aangepast door bijvoorbeeld de wijk autoluw te maken, minder huizen te bouwen of het project op te knippen.