ILT houdt vol. Normaal soldeer met een smeltpunt van 72 graden was werkhypothese

Het kan niet zo zijn dat in een land als Nederland overheden onwaarheden schrijven en dat daardoor de samenleving nadelige gevolgen ondervindt. Toch gebeurde dit met de Stint.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) deed naar aanleiding van het verschrikkelijke ongeval in Oss een kortstonding onderzoek naar de veiligheid van de Stint. Feitelijk werd het onderzoek dat 1 dag duurde uitgevoerd door medewerkers van de NFI. Conclusies werden beschreven in het ILT Feitenrelaas.

De bevindingen beschreven in het feitenrelaas waren voor minister van Nieuwenhuizen aanleiding om de toewijzing van de Stint als bijzondere bromfiets te schorsen. Als gevolg mocht de Stint per direct niet meer op de openbare weg.

Een van de opmerkelijke bevindingen in het feitenrelaas was de stelling van ILT dat  normaal soldeer een smeltpunt heeft van 72 graden. Letterlijk schrijft ILT:

Die is vast gesoldeerd, maar het smeltpunt van normale soldeer is 72 graden terwijl de elektromotor van de Stint is beveiligd op 82 graden

Ik schreef uitgebreid over de onzin van ILT in deze blog. Ik vroeg de woordvoerder van ILT diverse keren om commentaar. Ik kreeg als reactie dat het TNO onderzoek moest worden afgewacht. Ook diende ik een klacht in bij ILT. Het TNO onderzoek schreef uiteraard niets over het smeltpunt van soldeer. Het beschrijft wel dat de beveiliging van de Stint op gebied warmteontwikkeling in orde is. De fabrikant heeft tevens middels documenten aan ILT aangetoond dat het gebruikte soldeer een smeltpunt heeft van rond de 172 graden Celcius.

Vervolgens vroeg ik eind december 2018 weer aan het ILT hoe men toch tot de stelling is gekomen dat normaal soldeer een smeltpunt heeft van 72 graden. Ook de Commissie Infrastructuur en Waterstaat stelde deze vraag aan de minister. De minister antwoorde in januari 2019 als volgt op vraag 4 : “Waarom komt TNO (moet zijn ILT) tot de conclusie dat het smeltpunt van de soldeer 72 graden Celsius is, terwijl er allerlei verschillende varianten soldeer met verschillende smeltpunten zijn?

Dit was één van de werkhypotheses waarmee de ILT werkte. TNO gaat in haar rapport niet in op dit specifieke punt.

De ILT heeft dus een werkhypothese dat normaal soldeer een smeltpunt heeft van 72 graden!

Uiteindelijk kreeg ik op 23 januari van de woordvoerder van ILT een nadere toelichting op deze werkhypothese. De ILT schrijft:

Bij het 1e verkennend technische onderzoek is geconstateerd, dat de bedrading van de Stint mogelijk problemen veroorzaakt, waaronder een mogelijke kabelbreuk. Een werkhypothese over mogelijke oorzaken van kabelbreuk betreft het smelten van een soldeerpunt. Soldeer kan uit verschillende metalen bestaan of vervuiling bevatten. Daardoor kan het smeltpunt lager zijn geworden dan wanneer het uit puur soldeer bestaat. Ook hoeft smelten niet in één keer te gebeuren. Het kan heel geleidelijk gaan, waardoor het loslaten van een soldeerpunt ook kan gebeuren op een lagere temperatuur dan de instelling van de thermische beveiliging (82 ºC).

ILT geeft geen uitleg waarom er in het feitenrelaas wordt gesteld dat ‘normaal‘ soldeer een smeltpunt heeft van 72 graden. ILT geeft nu aan dat vervuild soldeer mogelijk een lager smeltpunt heeft. Dus eigenlijk heeft abnormaal soldeer mogelijk een smeltpunt van 72 graden. Dat maakt kabelbreuk enorm minder waarschijnlijk voor de lezer van het ILT feitenrelaas dan zoals het door ILT beschreven is.

Kortom, alles wijst op een bewuste manier van opschrijven door ILT zodat de minister maar 1 besluit kon nemen namelijk schorsen van de Stint.

Wordt vervolgd.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *