|

Schadevergoeding met voorwaarden: overheid verplicht kinderopvang tot meewerken aan Stint-rechtszaak

Uit een afgelopen dinsdag ingebracht bewijsstuk in de rechtszaak tegen twee leidinggevenden van de firma die de Stint verkocht blijkt dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kinderopvangorganisaties had verplicht mee te werken aan een eventuele toekomstige rechtszaak tegen de fabrikant van de Stint om zodoende in aanmerking te kunnen komen voor een schadevergoeding. Die rechtszaak zal dan aangespannen worden door het Ministerie van IenW tegen de fabrikant van de Stint met het doel om de kosten van de schadevergoeding die door IenW is betaald aan gebruikers van de 1200 Watt terug te eisen van de fabrikant.

Het zit zo; na het vreselijke ongeluk in september 2018 toen vier kinderen om het leven kwamen na een botsing tussen een Stint en een aanstormende trein, haalde de minister van het ministerie van Infrastructuur alle Stints van de weg. Daarna spanden een groot aantal kinderopvangorganisaties een rechtszaak aan via de bestuursrechter tegen dat besluit. Zij eisden bij de rechter een schadevergoeding van het ministerie ter compensatie van de kosten die zij maakten voor het inzetten van vervangend vervoer gedurende ongeveer twee jaar. De rechtbank gaf de kinderopvanginstanties en de fabrikant daarin gelijk.

Op maandag 15 december 2025 werd het requisitor door het Openbaar Ministerie uitgesproken, In de rechtszaal zaten ook een aantal vertegenwoordigers van kinderopvangorganisaties. Die waren zo verbaasd over de argumenten van het OM dat zij nog dezelfde dag besloten de advocaten van de fabrikant een brief te sturen. Advocaat Geert-Jan Knoop bracht aan het begin van de zitting op 16 december deze brief in als nieuw bewijs. De brief was ondertekend door vier personen die namens een aantal organisaties de brief hadden geschreven. Later op de dag gaf Knoops aan dat een van de vier ondertekenaars dat op persoonlijke titel had gedaan.

Knoops noemde tijdens zijn pleidooi het strafproces een politieke afrekening.

Op de dag dat er tijd was reserveerd voor het repliek door het OM reageerde het OM op de stelling van Knoops dat dit een politieke afrekening was door te zeggen:

“Wij herkennen ons er niet in dat wij door het ministerie zijn aangestuurd en dat wij koste wat het kost een schuldige moeten aanwijzen. Ook hebben wij op geen enkele manier het NFI aangestuurd”, zegt Kramer.

Ze zegt dit als reactie dat dit een politiek proces zou zijn. (Bron Omroep Brabant)

Volgens de ondertekenaars van de brief was de Stint een oplossing voor een structureel veiligheidsprobleem in het vervoer van kinderen tussen school en opvang. Zij benadrukken dat vervoer een risicovol maar opvallend weinig gereguleerd onderdeel van de kinderopvang is, terwijl rondom scholen jaarlijks duizenden ongelukken plaatsvinden.

De ondertekenaars van de verklaring zijn onder andere Koen Kouwenberg, directeur/oprichter van Woest Zuid in Amsterdam en Ilse Raasing, directeur-bestuurder van Stichting Kinderopvang Waterland.

De partijen stellen dat Stint Urban Mobility intensief samenwerkte met de sector en veiligheid centraal stelde in ontwerp, onderhoud en gebruik. Alternatieven zoals taxibusjes, lopen of bakfietsen worden door hen als onveiliger beschouwd. De kinderopvangorganisaties leggen de verantwoordelijkheid nadrukkelijk bij de overheid, die het voertuig toeliet zonder duidelijke veiligheidskaders en later volgens hen onvolledig en onjuist communiceerde over de schorsing van de Stint.

Ook uiten zij kritiek op de koppeling van schadevergoeding aan medewerking tegen de fabrikant. De partijen hopen op duidelijkheid over het ongeval en een rechtvaardige afronding van de zaak, en stellen dat de Stint onevenredig wordt beoordeeld op één incident, zonder oog voor miljoenen veilige ritten en de praktijk van de kinderopvang.

De volledige brief is gepubliceerd op de website Kinderopvangtotaal.nl

https://www.kinderopvangtotaal.nl/sector-spreekt-ongelukken-in-kinderopvang-juist-voorkomen-door-gebruik-van-stint

De bestuursrechtzaak

In een eerder gevoerd geschil waarbij de eisers een aantal kinderopvangorganisaties waren plus de fabrikant tegen het Ministerie van IenW werd een schadevergoeding geeist door de eisers. Deze zaak ging tot de Raad van State. Deze gaf aan dat het ministerie de gebruikers van de Stint voorzien van 800 watt elektromotoren moest compenseren. En riep op ook de gebruikers van de Stint met 1200 watt te compeseren. Deze reden volgens de RvS illegaal op de weg vanwege de aanpassingen die werden gedaan zonder keuring. Maar de gebruikers konden dat niet weten.

Daar is uiteindelijk een regeling uitvoortgekomen. Echter, om in aanmerking te komen voor compensatie moeten houders een zogenoemde cessieovereenkomst tekenen. Met de ondertekening werken de houders mee aan een eventuele rechtszaak van de overheid tegen Stintum, de fabrikant. Hiermee wil de overheid de betaalde schadevergoeding aan houders verhalen op de fabrikant. Dat ze dit gaan doen is zo goed als zeker. Direct na vaststelling van de regeling heeft een deurwaarder zich bij Stintum gemeld met de mededeling dat hij namens de overheid de betaalde schadevergoeding komt verhalen, aldus Rechtbijstandsfonds Stintum.

De Minister van IenW schrijft over deze cessie in oktober 2023 een brief aan de Tweede Kamer (kenmerk ENW/BSK-2023/264087) :

Het Rechtsbijstandsfonds Stintum is opgericht om Stintum,  de fabrikant van de Stint, te steunen tegen de onbetrouwbare en onrechtmatige handelswijze van de overheid. Die wil namelijk de betaalde schadevergoeding aan de kinderopvang verhalen op de fabrikant.  Het bestuur van de stichting achter het fonds bestaat uit Michiel van Dam, directeur van Woest Zuid en Gertjan de Jong, directeur van Steijnborg (verzekeraar Stint). De gedachte achter het fonds is de overheid te houden aan de uitspraak van de Raad van State die oordeelde dat de Minister van Insfrastructuur & Waterstaat (I&W) een schadevergoeding moet betalen aan de gebruikers én de fabrikant van de toenmalige Stint. De overheid moet daar nu naar handelen. 

WOO-informatie

De redactie van deze website heeft het ministerie van IenW een aantal vragen gesteld. Eerder deed deze website een WOO-verzoek bij het Ministerie over de compensatieregeling Stint. uiteindelijk heeft het Ministerie van IenW er 11 maanden over gedaan om tot een besluit te komen. Ruim over de wettelijke termijn die voor het nemen van een besluit staat.

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2024/05/30/documenten-bij-besluit-op-woo-verzoek-over-compensatieregeling-gebruikers-stint

en https://www.rijksoverheid.nl/documenten/woo-besluiten/2025/01/31/woo-besluit-over-compensatieregeling-gebruikers-stint

en

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/woo-besluiten/2025/02/14/besluit-op-woo-verzoek-over-behandeling-woo-verzoek-compensatieregeling-gebruikers-stint

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *