Hoger beroep van Staat tegen uitspraak in zaak RBV gestart
Op donderdag 12 december dient de hoger beroep zaak die de Nederlandse Staat heeft gestart tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag in de zaak RBV.
Stichting Recht op Bescherming tegen Vliegtuighinder (RBV) had een rechtszaak aangespannen waarin oa werd geeist dat de Staat zou gaan handhaven op de wet die bescherming biedt aan de omwonenden. RBV is van mening dat de Staat mensenrechten heeft geschonden door niet te handhaven. De rechtbank gaf RBV gelijk en vorderde de Staat om de wetgeving te gaan handhaven en de rechtspositie van omwonenden te herstellen. Dat moet voor maart 2025 gebeuren.
De Staat ging tegen de uitspraak in hoger beroep. Voornamelijk omdat maart 2025 onhaalbaar is om een nieuw LVB in de wet te verankeren. Het aantal vliegtuigbewegingen zal aanzienlijk dalen en luchtvaartmaatschappijen hebben meer tijd nodig.
Het hoger beroep vraagt de rechtbank de eerdere uitspraak op te schorten zolang het hoger beroep loopt.
Daarnaast hebben airlines als KLM, TUI, Corendon, Delta Airlines en vertegenwoordiger van airlines IATA gevraagd aan te rechtbank om zich te voegen als belanghebbende. Daarnaast heeft Schiphol gevraagd om ook partij te worden.
De airlines kwamen tijdens de zitting met drie vorderingen tegen de staat:
- Een verbod om rechten van airlines te beperken; specifiek om slots in te nemen
- een verbod om te handhaven op het LVB 2008. Dat is de vigerende wetgeving welke rond de 410.000 vliegtuigbewegingen mogelijk maakt.
- een verklaring voor het recht over de geldigheid van het NNHS. Dat is de aangepaste wijze van gebruik banen welke rond de 500.000 vliegtuigbewegingen mogelijk maakt.
Uiterlijk 25 februari 202 zal de rechtbank uitspraak doen over de verzoeken van airlines en Schiphol. Ergens in het voorjaar zal inhoudelijk het hoger beroep worden besproken.