Wat zijn de juridische mogelijkheden om bezwaar te maken tegen schorsing Stint?

Om 1 oktober besloot  minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat  om de aanwijzing van de Stint als bijzondere bromfiets voor onbepaalde tijd te schorsen. Uit een door de ILT opgesteld feitenrelaas bleek dat er twijfels waren over de veiligheid van de Stint. Dat besluit had tot gevolg dat binnen een dag de Stint niet meer op de openbare weg was toegestaan.

Een gastouderbureau in Almere stapte naar de voorzieningenrechter om het besluit terug te laten draaien. Hiervoor werd een zogenaamde voorlopige voorziening gevraagd. Dat is in bestuursrecht vergelijkbaar met een kort geding.

De rechter besloot dat de minister een terecht besluit had genomen. De rechter gaf in haar uitspraak ook aan dat hoger beroep tegen de uitspraak niet mogelijk was.

Hoe komt dat?

Dat heeft te maken met bestuursrecht. Dat is anders geregeld dan bijvoorbeeld strafrecht. Bij bestuursrecht kan een belanghebbende naar de voorzieningenrechter in bezwaar gaan en/of een bezwaar indienen bij het bestuursorgaan. In het geval van de Stint is dat het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Een dergelijk bezwaarschrift  moeten binnen zes weken zijn ingediend. Het gastouderbureau heeft een bezwaarschrift ingediend.

Na ontvangst van het bezwaarschrift, zal het bestuursorgaan degene die bezwaar heeft gemaakt en eventuele andere betrokkenen uitnodigen om een en ander mondeling toe te lichten ten overstaan van enkele ambtenaren van het bestuursorgaan. Dit vindt plaats tijdens een hoorzitting. Het houden van een hoorzitting is niet verplicht voor een bestuursorgaan. In de zaak van de Stint is er geen aanleiding om geen hoorzitting te houden.

De normale beslistermijn op een bezwaarschrift is 6 weken. Bij advisering door de externe adviescommissie bedraagt de beslistermijn 12 weken. De beslistermijn kan in beide gevallen worden verlengd met ten hoogste 6 weken.

Ik vermoed dat het Ministerie van IenW een externe adviescommissie een eventuele hoorzitting laat afnemen. Dan zal de uiterste beslisdatum 4 februari 2019 zijn.

Tegen de uitspraak op het bezwaarschrift kan in beroep worden gegaan bij de Rechtbank. Tegen de uitspraak van de Rechtbank kan vervolgens in beroep worden gedaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Het gastouderbureau uit Almere deed echter nu al een beroep op de Raad van State. Deze oordeelde dat dit beroep te vroeg was. In de uitspraak verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak zich als hoogste bestuursrechter ‘onbevoegd’ om het hoger beroep van een kinderopvang in Almere te behandelen.

Hier is de volledige uitspraak van de Raad van State te lezen.

Het gastouderbureau heeft ook de mogelijkheid een nieuw verzoek bij de voorzieningenrechter van de rechtbank in te dienen, waarbij zij dient te onderbouwen dat en waarom de eerdere uitspraak op een processuele misslag berust.

Deze route lijkt de enige route om recht te halen.

 

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *