|

Factcheck Frederik. Omtzigt beweerde niet dat zijn amendement toeslagenaffaire zou hebben voorkomen

In een serie van artikelen wordt aangetoond dat journalist Jesse Frederik van de Correspondent feitelijk onjuistheden, verkeerde conclusies of belangrijke feiten weglaat in zijn boek over de toeslagenaffaire. In dit artikel gaat het over de onjuiste bewering van Jesse Frederik dat Pieter Omtzigt in een debat in de Kamer zou hebben gezegd dat wanneer zijn amendement zou zijn aangenomen de toeslagenaffaire voorkomen had kunnen worden. 

In voetnoot 48 van het boek schrijft Frederik “zal Omtzigt claimen dat als zijn amendement … was aangenomen de toeslagenaffaire voorkomen had kunnen worden.

Het is fijn dat Frederik in zijn boek vele verwijzingen naar bronnen heeft opgenomen. Dat geeft context maar vooral stelt de lezer in staat om te controleren wat Frederik schrijft ook klopt.

De volledige tekst van het debat van 27 mei 2020 is hier te lezen. De tekst die Omtzigt letterlijk uitspreekt is hieronder integraal weergegeven. In  vet de tekst over wat er gebeurd had kunnen zijn als de voorstellen (amendement) waren aangenomen. Omtzigt zegt duidelijk niet dat de toeslagenaffaire voorkomen had kunnen worden wanneer zijn voorstellen waren aangenomen.

De heer Omtzigt (CDA):

Nee, dat zat er niet in. Als de heer Nijboer mij vraag wat de les voor de Kamer is, dan zeg ik: de les voor de Kamer is dat wij hier eens wat meer tijd gaan besteden aan wetgeving, en wat minder aan spoeddebatten. Ik zal het maar gewoon heel eerlijk zeggen: dit is een Tweede Kamer die twee derde van haar tijd doorbrengt met wat op de voorpagina van de Volkskrant stond voor de Kamerleden die links zijn, en met wat op de voorpagina van De Telegraaf stond voor de Kamerleden die rechts zijn. Wetgeving heeft vergaande consequenties voor mensen. Als ik mijzelf iets afvraag, is het wel hoe we ervoor kunnen zorgen dat wij in de Kamer wetgeving serieuzer nemen. Dat geldt ook voor de behandeling van complexe wetgeving waar ik zelf bij was. Ik heb een aantal voorstellen gedaan. Ook als al die voorstellen aangenomen waren, waren nog niet alle problemen opgelost geweest; ik kan het niet anders zeggen.

 

Tevens stelt Frederik dat Omtzigt doet aan een sterk staaltje geschiedherschrijving. Frederik lijkt hier de suggestie te geven dat de drie amendementen die Omtzigt destijds indiende niet waren bedoeld om de keiharde wet menselijker te maken. Dat is nonsense.

Deze drie amendementen van Omtzigt werden op 18 november 2013 in de Tweede Kamer besproken.

Frederik schrijft in zijn boek : Het eerste amendement was een voorstel van Omtzigt om de beslistermijnen te matigen van 24 weken naar 18 weken. De beslistermijn was voor de ingang van de nieuwe wet 12 weken.” Frederik doelt op amendement 33754 nr. 11

Dat klopt ook al niet. In het amendement staat dat de Belastingdienst in plaats van binnen 2 x 13 weken (26 weken) moet beslissen in maximaal 18 weken. De 24 weken die Frederik schrijft kloppen niet.

Amendement 33754 nr 10. regelt dat de belastingplichtige niet gestraft kan worden voor gedragingen van zijn of haar partner in het verleden. Weer een voorbeeld dat aangeeft dat Omtzigt de wet minder hard wilde maken.

En ook het derde amendement, nummer 33754 nr 12 ingediend door Omtzigt toont heel duidelijk een poging van de CDA om de wet minder hard te maken. Het amendement maakt een onderscheid tussen fraudeurs, die het oogmerk hebben om de Belastingdienst te benadelen doordat ze zichzelf onrechtmatig verrijken, en gewone ondernemers die slechts incidenteel niet in staat zijn om de aangiftebelasting op tijd te voldoen.

De staatssecretaris Weekers ontraadde alle drie amendementen. De regeringspartijen stemden tegen.

In 2005 diende Omtzigt ook al een amendement in om de wet minder hard te maken door het toevoegen van een hardheidsclausule.

Jesse Frederik schrijft dus feitelijke onjuistheden in zijn boek.

 

 

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *