Voormalig DG Belastingdienst Uijlenbroek verwijt ten onrechte gastouderbureau van fouten
Tijdens zijn verhoor door de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) sprak de voormalige Directeur-Generaal van de Belastingdienst, Jaap Uijlenbroek, over het gastouderbureau Dadim. Bij Dadim kwam Belastingdienst/Toeslagen in mei 2014 langs voor een onderzoek naar fraude. Het onderzoek zou de naam CAF11 casus Hawaii krijgen. Bij CAF11 werden door ambtenaren ambtsmisdrijven zoals knevelarij begaan en deed men aan etnisch profileren. Vele ouders werden ten onrechte als fraudeur gezien waardoor Toeslagen de uitkering van toeslagen stopte.
In het verhoor vraagt Van Aalst naar de brief die de staatssecretaris Wieber naar de Kamer stuurde op 15 september 2017. De staatssecretaris Wiebes schrijft op Kamervragen van Pieter Omtzigt :
Zijn er ouders, kinderopvanginstellingen/gastouders en bemiddelingsbureaus die een onnodig grote schade geleden hebben van het abrupt stopzetten en terugvorderen van kinderopvangtoeslag in 2014? Zo ja, om hoeveel mensen en instellingen gaat het dan?
Antwoord
Daar is niets van gebleken. Een ieder die meent dat hij als gevolg van onrechtmatig handelen schade heeft geleden kan overigens individueel een verzoek om schadevergoeding doen. Dit verzoek zal dan worden getoetst aan de daarvoor geldende wet- en regelgeving.
Op dat moment ligt het rapport van de Nationale Ombudsman al op het bureau van Blankestijn en de staatssecretaris.
Het gastouder bureau is de door de Belastingdienst bewust kapot gemaakt. Doordat de toeslagen van alle klanten van Dadim werd stopgezet, zonder enig bewijs, konden ouders de kinderopvang niet meer betalen en stopten de ouders als klant. Rond oktober 2014 geeft Dadim aan dat het ernstige problemen heeft. Het was juist de taktiek van CAF om facilitators aan te pakken. Iets wat werd ontkend bij de rechter.
Uijlenbroek stelt dat toen niet was aangetoond dat gastouderbureau’s (het gaat specifiek om Dadim) onnodig schade hebben geleden. Uijlenbroek stelt dat de Belastingdienst Dadim ging onderzoeken op basis van een signaal van de GGD. Later werd duidelijk dat Belastingdienst nepbewijs gebruikte met oude gegevens om een aanleiding te hebben onderzoek te doen . Op moment dat Belastingdienst onderzoek startte had de GGD juist geconstateerd dat alles in orde was bij Dadim.
Volgens de verklaring van Uijlenbroek
“negen van de tien dossier lieten ernstige tekortkomingen zien. Dagen opgevoerd die niet bestaan (30 februari) , uren die niet klopten. Er zijn gespreksverslagen van de mensen die daar op bezoek waren en daarin staat dat de eigenaar dat zelf ook niet vond kloppen. Vervolgens constateerde het CAF-team dat er geen sprake was van fraude maar enstige administratieve tekortkomingen. Vanuit dat perspectief kan je niet stellen dat het gastouderbureau dedupeerd was. Vanuit dat perspectief is de Kamervraag beantwoord”.
Het rapport dat is opgemaakt is door een beroep op de WOB vrijgegeven. Vanaf pagina 38 is het verslag te lezen.
De eigenaar van Dadim is niet schriftelijk op de hoogte gesteld van het rapport dat is opgesteld door de Belastingdienst. Het rapport werd pas op 4 mei 2016 opgemaakt. Bijna twee jaar na het bezoek. Pas in december 2016, ruim twee jaar later, kreeg hij dat rapport. Er is door Toeslagen nooit om wederhoor van Dadim gevraagd. Deze bevindingen werden echter wel door de Belastingdienst gebruikt in rechtszaken die vraagouders hadden aangespannen vanwege het stopzetten van toeslagen. De landsadvocaat had dit rapport in juni 2018 ingebracht bij een rechtszaak.
Er bleek niets aan de hand te zijn met de tien dossiers. Twee van de tien betrof hetzelfde dossier. Een betrof een slecht betalende klant waar bemiddeling al was stopgezet. Van de overige acht dossiers zijn maandstaten en jaaaropgaven gekopieerd. Er werd bij de gastouders eerder op 13 november 2013 een controle gehouden. Er waren volgens de controleurs veel kinderen niet aanwezig. Dat komt omdat die dag een woensdag was. Op die dag is er minder oppas nodig. Een aantal vraagouders werken in de horeca, in de zorg of zijn ondernemer en moeten dan op feestdagen zoals Kerstmis werken. Een aantal dossiers betrof klanten die geen relatie meer hadden met Dadim op moment van controle. Een van de vraagouders had een medische beperking en kon daardoor niet zelf op het kind passen. Daarom was er een relatief hoog aantal opvanguren ingevuld.
Aanleiding voor de controle bij Dadim was een controle in november 2013 bij een aantal gastouders. Bij ongeveer 16 gastouders is een bezoek gebracht waarbij urenstaten en de aanwezigheid van kinderen is onderzocht. Van de bezoeken zijn verslagen gemaakt, zogenaamde actualiteitsbezoeken. Bij een aantal rapporten staat dat de administratie er verzorgd uitziet. Op 3 juli 2019 schrijft de staatssecretaris als antwoord op vragen van de Kamer het volgende:
Er is naar aanleiding van de actualiteitsbezoeken geen bewijs van fraude of misbruik vastgesteld bij een van de zestien bezochte gastouders. De bevindingen bij de zestien bezochte gastouders gaven wel aanleiding tot onderzoek naar het recht op kinderopvangtoeslag van de vraagouders.
RTL Nieuws journalist Pieter Klein schrijft in een reactie op vragen van journalist Jesse Frederik dat RTL over een zestal actualiteitsbezoeken’ beschikt. Daarin schrijft de Belastingdienst dat de administratie er verzorgt uitziet. Deze rapporten zijn overigens niet openbaar gemaakt door de staatssecretaris. De Belastingdienst zelf stelt dat er maar twee rapporten over actualiteitsbezoeken zijn.
De Belastingdienst moest volgens verklaringen van eigen medewerkers zaken vinden en beschreef de volgens hen aangetroffen situatie bij de gastouders als volgt (bron)
Uit dit alles blijkt dat wat Jaap Uijlenbroek verklaarde tijdens zijn verhoor onjuist en laster is.
Er loopt intussen al enige tijd een zaak aangespannen door Dadim tegen de Nederlandse Staat over schadevergoeding.
