Belastingdienst leverde onjuiste informatie aan commissie van wijzen
Een commissie van wijzen heeft tot taak om te beoordelen of er sprake is van meer dossiers waar ouders door de Belastingdienst/Toeslagen vooringenomen zijn behandeld. In een brief aan de Kamer schrijft staatssecretaris Van Huffelen dat deze commissie onjuiste informatie kreeg van de Uitvoerings-en Herstelorganisatie Toeslagen (UHT). De UHT is de afdeling die specifiek is opgericht voor de hersteloperatie en heeft tot taak het herbeoordelen, herstellen van dossiers en compenseren van ouders.
De commissie van wijzen oordeelde net als de B/T dat de CAF-16 zaak Anker (Florien) niet vergelijkbaar was met CAF-11. De opmerking in het verslag van de commissie was opvallend. Er was geen sprake van een zachte stop in 2014 of 2015. Dat klopt want onderzoek door de B/T startte pas in december 2015.
De staatssecretaris schrijft in de brief:
Het spijt mij u te moeten meedelen dat mij vandaag is gebleken dat een deel van de informatie die de Commissie vanuit de UHT ontving niet juist was. De Commissie is dus op basis van deels onjuiste informatie tot haar advies gekomen.
Trouw schrijft in een artikel met de kop ‘ Opnieuw kleunt de Belastingdienst mis in de toeslagenaffaire‘
Aanleiding voor Van Huffelen om de zaak te onderzoeken is het oordeel om alle klanten van het Rotterdamse gastouderbureau Florien af te wijzen voor schadevergoeding. In deze zaak moest de Belastingdienst een jaar geleden voor de rechtbank toegeven dat het optreden bij een van de klanten onrechtmatig was. Hoe het kan dat de Belastingdienst een jaar later weer tot een andere conclusie komt, is ook nog niet duidelijk.
Pieter Omtzigt stuurde een serie van Tweets over deze zoveelste ‘fout’ van de Belastingdienst. Inclusief een verslag van een debat met de staatssecretaris precies over CAF-16.
Pieter Klein, journalist van RTL Nieuws, had op Twitter een foto geplaatst van het dossier CAF-16 Anker (Florien). Daarin is de zachte stop duidelijk aangegeven.
De brief is hieronder integraal weergegeven.
Geachte voorzitter,
In het debat met uw Kamer over de wet Hardheidsaanpassing Awir op 10 en 17 juni jl. heeft uw Kamer zorgen geuit over de informatievoorziening van de Uitvoerings-en Herstelorganisatie Toeslagen (UHT) aan de Commissie van onafhankelijke deskundigen CAF/Toeslagen (hierna: de Commissie). Naar aanleiding hiervan heb ik nogmaals zeer grondig laten kijken naar het dossier CAF-Anker. Zowel naar de werkwijze binnen de UHT, als die van de Commissie.
Het spijt mij u te moeten meedelen dat mij vandaag is gebleken dat een deel van de informatie die de Commissie vanuit de UHT ontving niet juist was. De Commissie is dus op basis van deels onjuiste informatie tot haar advies gekomen. Er bestaat geen twijfel over de juistheid van de werkwijze van de Commissie. Ik wil uw Kamer direct informeren over wat ik op dit moment weet en wat ik op basis hiervan onderneem.
De gemaakte fout beschouw ik als een ongelofelijk valse start van de hersteloperatie waar we net aan begonnen zijn. Hoewel de betrokken ouders op dit moment gelukkig nog geen definitieve individuele beschikking hebben gekregen, vind ik het met name voor hen onverteerbaar dat deze start zo is verlopen. Mogelijk hebben zij ten onrechte een brief gekregen dat hun zaak niet vergelijkbaar is met CAF-11.
Maatregelen
Ik wil absoluut zeker stellen dat dergelijke fouten in de toekomst niet meer voorkomen. Daarom neem ik, in ieder geval, de volgende maatregelen:
- Naar aanleiding van de casus Anker zullen de acht CAF-zaken waarin de ouders een brief hebben gekregen dat hun zaak niet vergelijkbaar is met CAF 11, opnieuw worden voorgelegd aan de Commissie. Dit nadat een onafhankelijke externe partij een toets heeft gedaan op de juistheid en volledigheid van de aangeleverde informatie.
- Op basis van de informatie die wij nu boven tafel hebben, zal nog worden beoordeeld of deze ook relevante inzichten oplevert voor overige CAF-zaken. Ik zal wellicht op basis daarvan opnieuw naar die CAF-zaken laten kijken.
- Ik laat de opzet en werking van UHT doorlichten door een extern bureau. Tevens zal ik het management en de organisatie versterken.
- Tevens zal ik extra waarborgen inbouwen zodat de informatie op basis waarvan dossiers beoordeeld worden en uiteindelijk besluiten worden genomen, in de toekomst juist en volledig is. In dat kader zal op zijn minst iedere twee maanden een externe doorlichting plaatvinden op de kwaliteit van de processen en producten van de herstelorganisatie.
Deze maatregelen zijn in aanvulling op de rol van de Nationale Ombudsman en de wens van uw Kamer om ook de Algemene Rekenkamer een rol te geven.
Ik ben me ervan bewust dat bovenstaande maatregelen een aanvullende last betekenen voor de herstelorganisatie in opbouw. Ik zal de maatregelen zo inrichten dat nog steeds in juli gestart kan worden met uitbetalen aan ouders van wie is vastgesteld dat zij recht op een vergoeding hebben. Uiteraard is hiervoor nodig dat ook de Eerste Kamer de Wet hardheidsregeling Awir behandeld heeft. Daarom wil ik bovenstaande maatregelen zo inrichten dat dit geen effect heeft op dit doel.
Ik realiseer me dat deze valse start niet bijdraagt aan het herstel van vertrouwen waar ik mij sinds mijn aantreden dagelijks voor inzet. Over de verdere gevolgen en uitkomsten zal ik uw Kamer op de kortst mogelijke termijn nader informeren.
Hoogachtend,
de staatssecretaris van Financiën – Toeslagen en Douane,
Alexandra C. Van Huffelen

