Minister kon wel maar wilde geen gedwongen terugroepactie van de Stint. Kamer onvoldoende geïnformeerd.
Uit eigen onderzoek blijkt dat terwijl er wel degelijk mogelijkheden waren voor een gedwongen terugroepactie van de Stint door de RDW, minister Van Nieuwenhuizen haar zinnen had gezet op een verbod voor onbepaalde tijd voor de Stint. Het doel van de gesprekken met de fabrikant op 29 en 30 september was om de fabrikant te overtuigen dat hij de Stint zou terugroepen. Juridisch was dat voor de minister namelijk veel veiliger.
Informatie die wees op de mogelijkheid tot gedwongen terugroep hield de minister geheim voor de Tweede Kamer. RTL Nieuws constateerde al eerder dat al voorafgaand aan de gesprekken met de fabrikant het voor de minister duidelijk was dat de Stint van de weg moest.
Na het ongeluk in Oss waarbij een Stint was betrokken ging de ILT aan de slag om de veiligheid van de Stint als voertuig te onderzoeken. Dat onderzoek werd een verkennend ook wel Quick Scan genoemd. In de praktijk werd er door twee medewerkers van TNO gedurende één dag wat technisch onderzoek gedaan op een aantal Stints. Slechts 1 medewerker van ILT was daarbij aanwezig. Na een melding van een kinderdagverblijf in Amsterdam ging het opeens snel bij de ILT. Al de dag na de melding, op zaterdag 29 september, wilde de ILT een overleg met de fabrikant. Dat overleg ging op zondag verder. De volgende dag besloot de minister de Stint te verbieden.
Het besluit van de minister was gebaseerd op het ILT feitenrelaas. Echter dit relaas staat vol aantoonbare onjuistheden en halve waarheden. Veel feiten die het besluit van de minister in twijfel zou trekken zijn bewust door de ILT en/of Ministerie uit het feitenrelaas gehouden.
Gesprekken in weekend
De fabrikant is in het weekend van 29/30 september door de ILT verzocht om alle Stints terug te roepen. De fabrikant zag dat niet zitten. Ten eerste omdat hij daar geen reden voor zag. Volgens de fabrikant heeft een medewerker van de ILT zelfs tegen hem gezegd dat als hij de Stint niet van de weg zou halen er bij een volgend incident bloed aan zijn handen zou kleven. De woordvoerder van de ILT ontkent bij navraag dat de medewerker dit zou hebben gezegd.
Zo zegt de fabrikant dat problemen met een Stint bij een kinderopvang in Amsterdam zijn opgelost door vervanging van de gasveer.
Er waren voor de ILT, of feitelijk voor de minister, twee opties om de Stint te verbieden. Oftewel schorsen van de aanwijzing van de Stint, of een gedwongen terugroep actie door de RDW.
Gedwongen RDW terugroep
Dat de RDW de mogelijkheid heeft om de fabrikant te verplichten zijn voertuig terug te roepen (recall) blijkt uit de brief van de minister met antwoorden op Kamervragen.
In deze brief geeft de minister echter aan dat zij geen mogelijkheid had om de RDW de fabrikant te verplichten tot een recall. Ze schrijft aan de Kamer:
Om te kunnen besluiten tot een verplichte recall is essentieel dat er handelingsperspectief is. Dit betekent dat duidelijk moet zijn wat de exacte technische tekortkomingen zijn en met welke technische aanpassingen het voertuig weer veilig is.
In mijn Kamerbrief van 1 oktober heb ik aangegeven dat de eerste voorlopige resultaten uit het onderzoek aanleiding geven tot twijfels over de technische constructie van de Stint. Daarbij was niet duidelijk welke technische aanpassingen konden worden gedaan om het voertuig veilig te maken. Dit maakte dat een verplichte recall op dat moment niet in de rede lag en leidde tot de noodzaak de aanwijzing van de Stint te schorsen.
Alle Stints moeten van de weg
Voor de ILT was er maar één optie mogelijk. De fabrikant moet alle Stints van de weg halen. Dat roept vragen op want in het weekend van 29 en 30 september heeft de fabrikant duidelijk gemaakt dat hij bereid was om een zeer klein aantal Stints terug te halen. Het gaat om ongeveer 170 Stints van een type dat een andere gashendel gebruikt dan de 3300 Stints die zijn gebouwd na mei 2014.
Maar volgens de ILT is niet duidelijk welke problemen de Stint kent en daarom moeten alle Stints van de weg. Ook hieruit blijkt dat het besluit over het lot van de Stint al voor de gesprekken met de fabrikant was genomen.
Wel aanpassingen mogelijk
De minister geeft in haar brief onjuiste informatie aan de Kamer. De NFI schreef in een verslag nav het verkennende onderzoek naar de Stint dat een relatief eenvoudige modificatie denkbaar is waardoor draadbreuk direct wordt waargenomen. Opvallend genoeg werd deze opmerking van de NFI niet opgenomen door de ILT in haar feitenrelaas.
Deze brief was natuurlijk bekend bij de ILT. Sterker nog, de brief wordt besproken door de ILT in de gesprekken met de fabrikant op 29 en 30 september. Dat blijkt uit een geheim gespreksverslag van een ILT-jurist.
Bovendien gaf de fabrikant in de gesprekken die hij had met de ILT in het eerder genoemde weekend aan dat er problemen waren met de torsieveer (ILT noemt het consequent verkeerd als gasveer) maar dat hij door een fabriek aangepaste torsieveren heeft laten maken. Deze verbeterde torsieveer breekt niet en het probleem dat de ILT beschreef in het feitenrelaas is hiermee direct oplosbaar.
De fabrikant verklaarde dat nadat de veren zijn vervangen er geen problemen meer zijn geweest. De fabrikant geeft de ILT ook aan dat al 500 Stints zijn voorzien van de verbeterde torsieveer.
De minister liet ook hier na dit te melden in het feitenrelaas van de ILT. Sterker, het gespreksverslag dat de jurist van de ILT die ook bij dat eerder genoemde weekend aanwezig was werd door de minister niet met de Kamer gedeeld.
Ook dit is een bewust onvoldoende informeren van de Kamer.
Ministerie nam geen contact op met RDW
Het Ministerie heeft voordat de minister op 1 oktober besloot de Stint te schorsen als ‘bijzondere bromfiets’ de RDW niet verzocht om de mogelijkheden van een verplichte recall opgelegd door de RDW te onderzoeken. Dat blijkt uit vragen aan de RDW.
De woordvoerster van de RDW geeft aan dat de RDW een recall aan een fabrikant kan opleggen. Dit is wettelijk geregeld in artikel 21 van de voedsel- en warenwet.
De RDW schrijft letterlijk:
Voor het uitvoeren van een recall is het belangrijk om in beeld te hebben wat het defect is waarvoor de recall moet worden uitgevoerd en of er reparaties mogelijk zijn. Bij een recall kan het product worden hersteld, een andere optie is, als herstel niet mogelijk is, dat het product door de producent wordt teruggenomen.
Het ministerie heeft de RDW pas nadat het besluit tot schorsen van de Stint was genomen de opdracht gegeven de wenselijkheid van de aanpassing van het kader voor toelating van bijzondere bromfietsen te onderzoeken. Daarbij is RDW gevraagd om een handelingsperspectief te geven. Er is o.a. verzocht om te kijken naar blijvende conformiteit en mogelijkheden om ontwerp- of productiefouten te corrigeren (en eventueel toezicht daarop.)
Geen gesprek met BOVAG
De fabrikant stelde voor om een gesprek te houden met de BOVAG. Echter de ILT vond dat niet nodig. Er was namelijk al besloten dat de Stint moest worden verboden.
Conclusie
Uit de geheime stukken blijkt zeer duidelijk dat er voor de minister maar 1 optie mogelijk was. De Stint moet van de weg. Het doel van de gesprekken met de fabrikant was hem ervan te overtuigen dat hij zelf een terugroep actie zou starten. Toen hij daar het nut niet van inzag maakte de minister de volgende dag bekend de Stint te verbieden.






