Zelfs in de beantwoording van Kamervragen over #wobstructie is het kabinet te laat

Burgers en journalisten hebben via de Wet Open Overheid (WOO) het recht om stukken bij de overheid op te vragen. De overheid moet binnen uiterlijk zes weken een besluit nemen over een WOO-verzoek. Vaak gebeurt dat niet. Twee Kamerleden stelden Kamervragen over de WOO. En hoe typerend: de regering kon niet binnen de termijn antwoorden geven.

Kamerlid en aanstaand staatsecretaris Sandra Palmen (NSC) stelde op 28 oktober deze vragen (kenmerk 2024Z17076) over de WOO. De termijn voor de regering om Kamervragen te beantwoorden is drie weken. De vragen zijn gesteld aan de minister van Binnenlandse Zaken. Zij is verantwoordelijk voor de uitvoering van de WOO. Palmen stelde 13 vragen waaronder deze: Kunt u in een tijdlijn aangeven welke maatregelen er zijn genomen door uw ministerie om ervoor te zorgen dat de rijksoverheid voldoet aan de wettelijke verplichting onder de Woo?

Joost Sneller (D66) stelde op 29 oktober ook Kamervragen over de WOO (Kenmerk 2024Z17129). Deze vragen dienen ter aanvulling op de vragen van Palmen.

Een artikel in de Telegraaf van 28 oktober was de aanleiding voor beide Kamerleden deze vragen te stellen. Het artikel heeft de titel “Overheid verzaakt plicht om transparant te zijn: «U wilt die informatie zeker niet meer hè“.

Op 26 november reageerde de minister van Binnenlandse Zaken . Uitermark op beide vragen door aan te geven dat zij meer tijd nodig heeft om de vragen te beantwoorden. Dit was al 12 dagen na de termijn van 3 weken.

Op moment van schrijven is het 6 december. Maandag 9 december is het zes weken geleden sinds de vragen van Palmen zijn gesteld. In de beslisnota die ambtenaren schreven aan Uitermark staat dat het streven is de antwoorden binnen zes weken termijn te geven. Dat is dus rond 9 december 2024!

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *