Schiphol gebruikte in 2018 op 22 dagen een vierde baan vanwege een bijzondere omstandigheid

Jan Salden, journalist bij EenVandaag, stuurde op 6 februari een aantal erg interessante Tweets over de zogenaamde vierdebaan regel. Deze blogpost bevat deze Tweets. De informatie die Jan Salden geeft is erg interessant.

Salden noemt het niet door ILT handhaven van overschrijden van de vierdebaan regel. Ik schreef daar deze blogpost over.

Hieronder volgen integraal de Tweets.

Op Schiphol gelden 4 regels voor baangebruik, die tot doel hebben het vliegverkeer zoveel mogelijk op de primaire (voor de omgeving minst belastende) banen te laten starten en landen.Vaak is er op Schiphol sprake van 2+1 baangebruik (2 startbanen en 1 landingsbaan of andersom). Maar het kan nodig zijn een 4e baan bij te schakelen. De 4e baanregel bepaalt: er mogen gemiddeld over een jaar niet meer dan 40 vliegbewegingen per dag plaatsvinden op de 4e baan met een dagmaximum van 80.

Dat dagmaximum mag worden overschreden als er sprake is van een van de volgende 3 uitzonderingen: a. baanonderhoud b. uitzonderlijk weer c. uitzonderlijke/onvoorziene omstandigheden (bijv. een aswolk).

Het afgelopen jaar was er nogal wat te doen over het 4e baangebruik en de handhaving op de regels. De toezichthouder, de ILT, handhaaft namelijk “anticiperend”. Ze traden niet op bij overschrijdingen van het dagmaximum van 80. Deskundigen riepen vorig jaar in EenVandaag op te stoppen met gedogen.

Er volgde een rechtszaak waarin de rechtbank Amsterdam uitsprak dat de ILT het gedoogbeleid onvoldoende onderbouwt. Er volgde een rechtszaak waarin de rechtbank Amsterdam uitsprak dat de ILT het gedoogbeleid onvoldoende onderbouwt.

De sector verklaarde de overschrijdingen op die 11 dagen namelijk door: ‘bunching’ (het vormen van een wachtrij voor af te handelen toestellen). Volgens de ILT valt dat niet onder de uitzonderingsgrond c.

Inmiddels binnen: de cijfers over Gebruiksjaar 2018 (1 nov 2017 – 31 okt 2018): Op 23 dagen is het dagmax van 80 overschreden, op grond van uitzonderingsgrond c. Op 1 dag bood ook die laatste uitzonderingsgrond geen uitkomst.

Op 28 september bijvoorbeeld werd het dagmax van 80 flink overschreden (126 starts en landingen).

De vraag die opkomt: wat was op deze 24 dagen de onvoorziene/bijzondere omstandigheid die uitzonderingsgrond c rechtvaardigt? Uit een besluit op een Wob-verzoek wordt duidelijk dat Luchtverkeersleiding Nederland deze overschrijdingen opnieuw grotendeels door ‘bunching’ verklaart. En stelt: dit valt volgens ons onder de hardheidsclausule 4c.

Resterende vraag: wat vindt de ILT daar dit keer van? Over de overschrijdingen in 2017 waren ze het in ieder geval nadrukkelijk niet eens met LVNL.

Hier is de reactie van ILT op vraag EenVandaag.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *