Dezelfde personen van politie, Openbaar Ministerie en Rechtspraak betrokken bij meerdere gerechtelijke dwalingen
Een aantal medewerkers van de Politie, het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak zijn meerdere keren betrokken geweest bij gerechtelijke dwalingen of aantoonbaar bewust geen eerlijk proces voeren. Daardoor werden onschuldige mensen veroordeeld tot lange gevangenisstraffen. Veelal voor moord. In bijna alle gevallen werden verdachten door de recherche onder hoge druk gedwongen tot een valse bekentenis. De officier van justitie greep niet in en bracht een zaak zonder technisch bewijs in. De rechter geloofde in sommige zaken blind het zogenaamde bewijs van het Openbaar Ministerie.
Opvallend vaak krijgen officieren van justitie en rechters geen straf bij bewezen gerommel met bewijsmateriaal of tunnelvisie, maar juist een promotie. Een falende Officier van Justitie werd meer dan eens rechter bij een rechtbank.
De voorbeeld die hieronder worden gegeven zijn in willekeurige volgorde genoemd. De zaken verschillen in de ernst. Het geeft aan dat het Openbaar Ministerie soms liegt om een verdachte veroordeeld te krijgen.
Het college van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie besloot in 2019 om een ‘OM-Reflectiekamer Kwaliteitsontwikkeling’ in te stellen, een onafhankelijke onderzoekscommissie die fouten van het OM moet gaan onderzoeken.
woningoverval in Gees
Officier van justitie Agnes de Vries speelde een centrale rol in de strafzaak rond de dodelijke overval in Gees in juni 2016, waarin het slachtoffer Koert Elders om het leven kwam.
mr. A.M. de Vries — genoemd als de officier van justitie in wiens opdracht het bewuste proces-verbaal van een getuigenverhoor aan het dossier is toegevoegd. De Vries leidde het onderzoek namens het OM tot mei vorig jaar. De advocaten van de verdachten beschuldigen haar ervan dat ze heeft gerommeld met een proces-verbaal van een getuigenverhoor. Ze zou de politie opdracht hebben gegeven het verslag, waarvan ze wist dat er fouten instonden, in het dossier van de zaak te doen. De rechtbank concludeerde dat dit nadelige gevolgen voor de verdachten heeft gehad.
Deze Agnes de Vries werd in 2018 door de rechtbank in het openbaar verhoord vanwege haar rol als Officier van Justitie. Daarna kreeg De Vries een berisping.
Naast OvJ de Vries kreeg haar opvolger Martijn Kappeyne van de Coppello ook een klacht van de advocaat van verdachten.
Een Belgische verdachte werd na allerlei rechtszaken in hoger beroep vrijgesproken.
Deze De Vries werd later gepromoveerd tot advocaat-generaal (AG) bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Een AG is een Officier van Justitie in een hoger beroep zaak.
Omdat het Openbaar Ministerie (OM) tijdens het proces fouten heeft gemaakt rondom een getuigenverhoor, die in het nadeel uitpakten van J., ging de nu 33-jarige Belg in 2018 vrijuit. Hij had geen eerlijk proces gehad, oordeelde de rechtbank in Assen.
In 2024 vroeg een advocaat in een hele andere zaak wraking van de rechtbank omdat deze advocaat-generaal De Vries werkzaam was bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De rechters zouden daardoor niet objectief zijn.
In 2025 kreeg de Belg die destijds verdachte was een schadevergoeding van 42.000 euro. Dit omdat hij onterecht had vastgezeten.
Frans Herremans
In de strafzaak rond Frans Herremans wordt de rol van het Openbaar Ministerie door critici als diep problematisch beschouwd.
Herremans werd verdacht van ernstige zedenfeiten, maar het dossier bleek al vroeg te steunen op tegenstrijdige verklaringen en zwak steunbewijs. Bovendien bleken verslagen van zijn verhoor niet te kloppen met wat hij daadwerkelijk had verklaard.
De rechter beluisterde de banden eveneens en concludeerde dat de opnames inderdaad niet overeenkwamen met de uitgetikte verklaring. De toenmalige officier van Justitie werd later gepromoveerd is. Ze werd afdelingshoofd bij Maatwerk, die dit soort zaken moeten adviseren.
Desondanks koos het OM voor een harde vervolgingsstrategie, waarbij ontlastende informatie nauwelijks gewicht kreeg.
Getuigenverklaringen die twijfel opriepen over de betrouwbaarheid van de aangifte verdwenen naar de achtergrond.
Ook deskundigenrapporten die wezen op alternatieve scenario’s werden door het OM gerelativeerd of genegeerd.
De zaak ontwikkelde zich daarmee tot een schoolvoorbeeld van tunnelvisie.
Volgens juristen liet het OM na om zijn wettelijke plicht tot objectieve waarheidsvinding serieus te nemen.
De verdenking werd als vaststaand gepresenteerd, terwijl de feitelijke onderbouwing wankel bleef. Herremans bracht lange tijd door onder zware verdenking, met ingrijpende gevolgen voor zijn privéleven en reputatie.
Pas in een later stadium werd duidelijk hoe broos het bewijs daadwerkelijk was.
Ook zag de rechter geen bewijs van mishandeling en verkrachting in het beeldmateriaal (onder meer seksfilmpjes) van verdachte en zijn ex-vrouw. Eind april 2009 werd Herremans dan ook vrijgesproken.
Rechterlijke kritiek richtte zich vooral op de eenzijdige focus van het OM.
Julio Poch
In de zaak rond Julio Poch heeft het Nederlandse Openbaar Ministerie een rol gespeeld die door rechters en waarnemers als ernstig tekortschietend is bestempeld.
De toenmalige zaaksofficier was Ward Ferdinandusse.
Poch, voormalig piloot bij Transavia, werd in 2009 in Spanje aangehouden na informatieverstrekking door het OM aan buitenlandse autoriteiten.
Die informatie betrof vermeende betrokkenheid bij de Argentijnse “dodenvluchten” tijdens de militaire dictatuur, gebaseerd op indirecte en omstreden verklaringen.
Het OM presenteerde deze informatie als voldoende aanleiding voor vervolging, terwijl het bewijs uiterst fragiel was.
Poch werd vervolgens uitgeleverd aan Argentinië, waar hij jarenlang in voorarrest verbleef onder zware omstandigheden.
Nederlandse justitie had op dat moment al moeten beseffen dat het bewijs geen stand zou houden.
Toch hield het OM vast aan zijn lijn en bleef het de verdenkingen ondersteunen.
In 2017 sprak een Argentijnse rechtbank Poch volledig vrij wegens gebrek aan bewijs.
De rechters oordeelden dat de beschuldigingen nooit hard zijn gemaakt.
Daarmee viel de kern van het Nederlandse OM-verhaal volledig weg.
Later stelde ook het gerechtshof vast dat het OM onrechtmatig had gehandeld.
De Nederlandse staat werd aansprakelijk gesteld voor de schade die Poch had geleden.
Johan van Laarhoven
In de zaak rond Johan van Laarhoven heeft het Nederlandse Openbaar Ministerie een rol gespeeld die door juristen, rechters en mensenrechtenorganisaties als ernstig problematisch wordt gezien.
Van Laarhoven, mede-eigenaar van de coffeeshopketen The Grass Company, werd in 2014 in Thailand gearresteerd na informatieverstrekking door het Nederlandse OM aan de Thaise autoriteiten.
Die informatie had betrekking op een vermeende witwasconstructie, terwijl in Nederland geen strafzaak tegen Van Laarhoven liep en vervolging hier juridisch niet mogelijk werd geacht.
Omdat Thailand in eerste instantie geen informatie wilde geven aan het OM dikte het OM de beschuldiging tegen Van Laarhoven wat aan.
Desondanks verzocht het OM Thailand om “rechtshulp”, zonder daarbij expliciet te waarschuwen voor het extreme strafklimaat en de mensenrechtensituatie in dat land.
Het gevolg was dat Van Laarhoven werd blootgesteld aan een strafregime met lange gevangenisstraffen, zware detentieomstandigheden en beperkte rechtsbescherming.
Nederlandse rechters oordeelden later dat het OM onzorgvuldig en onrechtmatig heeft gehandeld door deze informatie te delen.
Volgens de rechtbank had het OM moeten voorzien dat de informatie zou leiden tot vervolging en detentie in Thailand.
Toch ontkende het OM lange tijd verantwoordelijkheid voor de gevolgen.
Pas na jaren van procedures, politieke druk en publieke verontwaardiging erkende de Nederlandse staat zijn aansprakelijkheid.
Van Laarhoven keerde zwaar getraumatiseerd terug naar Nederland na jarenlange gevangenschap.
De zaak roept fundamentele vragen op over de macht en controleerbaarheid van het OM.
Arnhemse Villamoord
Otte was ook één van de drie raadsheren in 2000 bij wat is gaan heten de Arnhemse villamoord. Hier werd een vrouw in een woning overvallen en door het hoofd geschoten.
Hier was het Rinus Otte, Procureur-generaal, die in 2000 als raadsheer van het hof dat verdachten in de Arnhemse Villamoord in hoger beroep veroordeelde. Ook hier was geen enkel technisch bewijs.
De leider van het recherche team was Ad Baars. De officier van justitie was Martina Bijker-Veen.
Martina Bijker-Veen is na haar carrière bij het OM gaan werken als president van de rechtbank Limburg. En daar gaat het weer mis. Het Openbaar Ministerie in Rotterdam onderzoekt namelijk of zij strafrechtelijk vervolgd moet worden voor een misdrijf. Ze zou advocaat Richard Wagemans onder druk hebben gezet om de advocatuur te verlaten, meldt NRC.
Lucia de Berk (2001)
Rechter Rinus Otte gaf in maart 2003 tijdens een zitting bij de Rechtbank Den Haag Lucia de Berk levenslang. Een vonnis dat in hoger beroep en in cassatie werd bevestigd.
Hard bewijs tegen De Berk was er niet; zij was niet op heterdaad betrapt en had altijd ontkend schuldig te zijn. Bij haar veroordeling had de rechtbank onder andere gebruikgemaakt van statistische berekeningen.
Over Rinus Otte is heel veel te doen. In dit artikel in de Volkskrant staat “Otte wilde als sectorvoorzitter het werk doelmatiger maken, maar hij drukte voortdurend zijn standpunt door en luisterde niet naar andere raadsheren.”
Rinus Otte veroordeelde de Berk op basis van de kansberekening en schakelbewijs. Als twee mensen zijn vermoord, dan de andere waarschijnlijk ook.
De moord op Anne Faber
Anne Faber verdween in september 2017 tijdens een fietstocht in de buurt van Den Dolder, waar Michael P. vastzat voor zedendelicten en waar hij werd behandeld. Tijdens een verlof sloeg hij toe. Hij kreeg 27 jaar en 8 maanden plus tbs.
Eerder werd Michael P. in 2012 in hoger beroep veroordeeld tot twaalf jaar cel, onder meer voor verkrachting van twee meisjes. Eerder was hij door de rechtbank tot zestien jaar veroordeeld, maar het gerechtshof haalde daar vier jaar af. De rechters waaronder Rinus Otte gaven P. destijds geen tbs. Wim Faber, de vader van Anne, heeft daarover een open brief gestuurd.
De gerechtshofpresident wijst er op dat de straffen die zowel de rechtbank als het hof heeft opgelegd aan P. hoger waren dan de eis van het Openbaar Ministerie.
Puttense Moordzaak
De twee Puttense zwagers Wilco Viets en Herman du Bois werden voor dit misdrijf in 1995 tot een gevangenisstraf van 10 jaar veroordeeld. Ze kwamen in 2002 vrij nadat ze twee derde van hun straf hadden uitgezeten. In een herzieningsprocedure in hoger beroep werden ze in 2002 vrijgesproken. In 2008 werd een nieuwe verdachte, Ronald P., opgepakt. Hij werd in hoger beroep veroordeeld tot 18 jaar celstraf.
Verdachten werden door de politie onder druk gezet te bekennen. Er was geen enkel technisch bewijs. Hun veroordeling bleek te berusten op een niet gering aantal, onder zware druk van de verhoorders afgelegde, valse bekentenissen. Daar hoorden ook nog eens de valse verklaringen van twee ‘getuigen’ bij. Sperma dat werd aangetroffen in het lichaam van de vermoorde vrouw bleek niet te matchen met de verdachten.
Het opsporingsonderzoek in deze zaak stond onder leiding van de heer Johan Klunder. Volgens officier van justitie J. Klunder die de zaak destijds behandelde is van ontoelaatbare druk op de verdachten nooit iets gebleken. ‘Ik heb het uitgezocht. Het bleek in alle gevallen niet waar te zijn.'(Volkskrant)
Klunder komt voor in diverse zaken. In de Vuurwerkramp seponeerde hij een aangifte tegen een officier van justitie en leden rechercheteam. Hij speelde ook een rol in de zaak Baybasin.
Ad Baars was net als bij de Villamoord onderzoeksleider in de Puttense moordzaak.
De Pompmoord
vier onschuldige mannen werden veroordeeld voor de dood van een vrouw. Ze werd doodgestoken aangetroffen naast het benzinestation waar ze werkte. De vier raakten pas 17 jaar na de moord in beeld na een tip. Er was geen enkel technisch bewijs. Een aantal verdachten werden zo onder druk gezet door de recherche dat zij, na nachten niet te hebben geslapen, een valse bekentenis gaven. De recherche gaf de verdachten daderinformatie tijdens de verhoren. In de eerste aanleg werden de vier door de rechtbank vrijgesproken.
Het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep tegen de vrijspraak. Zonder nieuw bewijs te hebben ingebracht diende de zaak bij het hof Arnhem. Het OM had wel de verklaringen van de verdachten dusdanig aangepast dat verklaringen die niet wezen op daderschap werden verwijderd.
Een kamer, bestaande uit mr. H. Abbink en mr. A. Dik, onder voorzitterschap van mr. Rinus Otte,
bevond alle vier de verdachten op 10 februari 2004 schuldig en veroordeelde hen. Zij kregen tussen de zes en acht jaar gevangenisstraf.
Schiedammer parkmoord
De officier van justitie in deze zaak heeft grote fouten gemaakt. Het ging om Bernadette Edelhauser. Ze raakte in de nasleep van de Schiedammerparkmoordzaak in opspraak. Ze zou ontlastend bewijsmateriaal hebben achtergehouden en daarmee medeverantwoordelijk zijn voor de onterechte veroordeling van Kees B. Diens advocaten deden aangifte tegen twee officieren van justitie, onder wie Edelhauser. De andere was mr. M.T. (Mariëtte) Renckens, de advocaat-generaal. Renckens was de topvrouw van het OM die ervan werd beschuldigd ontlastend bewijs te hebben achtergehouden in de Schiedammer Parkmoord.
Later werd Edelhauser rechter bij de rechtbank Dordrecht. Renckens werd vanaf 01-10-2009 rechter bij de rechtbank ’s-Gravenhage.
Balpen moord (1991)
Op 25 mei 1991 werd in haar woning in de Witte Rozenstraat te Leiden het lichaam gevonden van een 53-jarige vrouw. Bij sectie door het Gerechtelijk Laboratorium in Rijswijk werd geconstateerd dat een balpen via de rechteroogkas in de schedelholte van het slachtoffer was gedrongen. De pen was van buitenaf niet zichtbaar meer.
Opvallend is dat ook toen belangrijke documenten niet in het dossier waren opgenomen,” zegt de advocaat. Uit een reconstructie die het weekblad Elsevier in december 1995 publiceerde, blijkt dat Renckens in de Balpenzaak vaker selectief omsprong met bewijsmateriaal.
Mariëtte Renckens was hier de Officier van Justitie. (bron)
Zaak Danny van den Hoogen
Ook hier lijkt heel sterk sprake te zijn van opzet bij het OM om een verdachte te laten berechten. Het verhaal is hier te lezen.
Zaaksofficier Henk van der Meijden, tegenwoordig plaatsvervangend hoofdofficier van justitie in Maastricht, bleef pushen. Tegenspraak wuifde Van der Meijden weg. Ontlastende feiten voor Danny van den Hoogen hield hij willens en wetens uit het strafdossier. ‘Als er vragen komen, beantwoord ik ze wel’, zei Van der Meijden letterlijk.”
Deze meneer Van der Meijden was ook betrokken bij een rijksrecherche onderzoek over de vuurwerkramp. Deze website schrijft over zijn rol:
Mr. Henk van der Meijden was als officier van justitie van het landelijk parket de verantwoordelijk officier voor het rijksrechercheonderzoek dat in 2004 werd uitgevoerd n.a.v. een zeer kritisch rapport over de strafvervolging in de Vuurwerkramp, uitgebracht door Bureau Interne Zaken van een andere politieregio (Gelderland-Midden). Gelet op de talrijke tekortkomingen en fouten van dit rijksrechercherapport, heeft mr. van der Meijden wel het een en ander uit te leggen over zijn rol in dit geheel. Voor verdere details over de betekenis van deze gedragingen van OvJ Van der Meijden voor het vuurwerkramp-onderzoek zie het eerder op 18 januari 2020 gepubliceerde artikel over de rijksrecherche.
Lees meer: https://emls.webnode.nl/news/dossier-vuurwerkramp50/