|

Stintdrama. Minister begeeft zich op flinterdun ijs na Stint verbod

Minister van Nieuwenhuizen van  Infrastructuur en Waterstaat besloot begin oktober haar in 2011 genomen besluit om de Stint aan te wijzen als ‘bijzondere bromfiets’  te schorsen. Door het besluit waagt de minister zich echter op flinterdun juridisch ijs. Verder blijkt de minister uitspraken te doen over de veiligheid verwijzend naar het feitenrelaas die echter niet kloppen!

Het gevolg van haar besluit is dat het verboden is om de Stint te gebruiken op de openbare weg. Haar besluit heeft enorme gevolgen voor de BSO’s. Deze moeten alternatief, vaak veel duurder, vervoer organiseren. De fabrikant van de Stint komt in grote problemen doordat inkomsten opdrogen. De kans is groot dat de fabrikant vanwege het besluit van de minister binnen enkele weken faillissement moet aanvragen. Dan raken 30 medewerkers werkeloos.

Donderdag 18 oktober dient een kort geding bij de Rechtbank Midden-Nederland tegen het ministerie. Een gastouderbureau in Almere eist dat de minister haar verbod intrekt.

Door het besluit waagt de minister zich op filterdun ijs. Daarvoor zijn drie redenen. Ten eerste is het maar zeer de vraag of de minister voldoende rechtsgrond heeft om de Stint te verbieden op de openbare weg. Daarnaast zijn de genoemde feiten die het ILT beschreef in haar voorlopige feitenrelaas onzorgvuldig doordat het belangrijke context mist. Ten derde sprak de minister voor haar beurt.  Ze nam in haar besluit mee dat de fabrikant wijzigingen had aangebracht aan de Stint zonder dit te melden aan het ministerie. Echter de ILT onderzoekt nog of en welke wijzigingen hadden moeten worden gemeld.

Minister en overheid geeft verkeerd beeld over stilvallen Stint

Op de site van de ILT wordt het volgende geschreven:

De eerste voorlopige resultaten uit het onderzoek geven aanleiding tot twijfels over de technische constructie van de Stint. Dit zou ertoe kunnen leiden dat de Stint stil valt of juist niet meer remt.

Op de site van de Rijksoverheid is het onderstaande te lezen:

Waarom zijn Stint-voertuigen tijdelijk verboden?
Uit een rapport van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) blijkt dat Stints plotseling kunnen remmen of stilvallen.

Minister van Nieuwenhuizen nam deze bevinding over. De Volkskrant citeert haar nadat ze had besloten de Stint van de weg te halen.

‘Enkele onderdelen kunnen mankementen vertonen die ervoor kunnen zorgen dat de Stint stilvalt, of juist niet meer remt’, vatte minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur de situatie samen.

Dat klopt echter niet! Nergens in het feitenrelaas is te lezen dat uit onderzoek is gebleken dat Stints plotseling kunnen remmen of stilvallen.

Ministerie heeft zelf nog vragen

Ik stelde het ministerie een tiental vragen. Bijvoorbeeld of de minister wist dat er diverse modellen Stints zijn gefabriceerd. En of de minister heeft overwogen om slechts een deel van de Stints te verbieden. En of de minister aan de ILT heeft gevraagd waarom in het feitenrelaas staat dat “normaal soldeer” een smeltpunt van 72 graden heeft, terwijl normaal soldeer een smeltpunt van minimaal 180 graden heeft.

Op de laatste vraag kreeg ik als antwoord dat dit  een technisch onderwerp betreft dat in het onderzoek wordt meegenomen. Op de andere vragen kreeg ik een reactie dat de minister destijds goedkeuring had gegeven voor 1 specifiek model van de Stint. Hiermee lijkt de minister te suggestie te wekken dat ze in de veronderstelling is dat alle Stints die afwijken van het eerste model illegaal zijn gebruikt.

Op een aantal vragen kreeg ik geen concreet antwoord. Toen ik deze vragen nogmaals schriftelijk stelde kreeg ik een reactie van de woordvoerder dat er bij het ministerie ook nog zaken onbekend zijn en dat daardoor antwoorden op mijn vragen op een later moment komen. Verder hadden de ambtenaren het druk met beantwoorden van de 66 Kamervragen en vele vragen van de media.

“Niet bevoegd”

Laten we eens nader bekijken waarom de minister op een heel dun koord danst. De jurist die het gastouderbureau in het kort geding bijstaat, Werner van Bentem, stelt de in Telegraaf dat de minister niet is bevoegd om voertuigen te verbieden.

„De minister is helemaal niet bevoegd om voertuigen te verbieden. Alleen de RDW mag een eerdere goedkeuring intrekken. Toen ik dat voorlegde aan de jurist van het ministerie kreeg ik een ontwijkende reactie, zonder een verwijzing naar het artikel waarin zou staan dat het wel mag.”

Dat is op zich een interessante bewering. De wetgeving die destijds voor bijzondere bromfietsen van toepassing was is heel mager. De overheid stelde nauwelijks eisen aan de Stint. Zo was er geen typegoedkeuring van de RDW nodig. Ook keurde de RDW de Stint af, omdat deze te breed was. Toch liet de minister in 2011 de Stint toe op de openbare weg.

Onjuiste informatie in voorlopig feitenrelaas

Het voorlopige feitenrelaas van de ILT staat vol met sturende informatie. Dat kan worden geconcludeerd uit het feit dat de context volledig ontbreekt. Zo schrijft de ILT dat de fabrikant wijzigingen heeft gedaan ten opzichte van de Stint die is gekeurd door de RDW. Het gaat hier om het vermogen van de de elektromotor.

Nergens in het feitenrelaas staat dat de fabrikant deze wijziging had moeten melden aan het ministerie.

Echter, op haar eigen website schrijft de ILT:

Daarnaast heeft de fabrikant op eigen initiatief technische wijzigingen doorgevoerd aan het ontwerp van de Stints zonder deze opnieuw ter goedkeuring bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor te leggen.

De ILT lijkt hier, op de eigen website, een verwijt te maken naar de fabrikant. Zonder dat er in het feitenrelaas sprake is van een verwijzing naar de plicht om goedkeuring te vragen na aanbrengen van wijzigingen.

Vervolgens neemt de minister de stelling van de ILT zoals beschreven op de website over. Het AD schrijft:

Ze benadrukte nogmaals dat er sinds de introductie van de Stint technische wijzigingen zijn doorgevoerd door de fabrikant, waarvan het ministerie en de Inspectie Leefomgeving en Transport niet op de hoogte zijn gesteld.

De brief van de minister  aan de Kamer waarin ze haar besluit te schorsen toelicht is ook duidelijk.

De eerste voorlopige resultaten uit het onderzoek (zie bijlage 2) geven aanleiding tot twijfels over de technische constructie van de Stint. Daarnaast is duidelijk geworden dat er zonder toets technische wijzigingen zijn doorgevoerd ten opzichte van de Stint zoals die destijds is toegelaten.

De minister neemt het de fabrikant blijkbaar kwalijk dat er wijzigingen zijn aangebracht zonder deze te melden of te laten toetsen.

Ik vroeg een woordvoerder van de ILT hoe dat nu zit met melding van wijzigingen. Het antwoord was:

“dat welke wijzigingen in de loop van de tijd aan de Stint zijn aangebracht, onderdeel is van het onderzoek. Datzelfde geldt voor de vraag of/welke wijzigingen gemeld hadden moeten worden.”

Vervolgens benaderde ik de woordvoerder van de minister met de vraag welke bevindingen in het feitenrelaas van de ILT de minister hebben doen besluiten de Stint te verbieden op de openbare weg. De reactie die ik kreeg was (vet gemaakt door auteur):

Het gehele feitenrelaas van de ILT, dat op 1 oktober jl. aan de Tweede Kamer is gestuurd, is de basis voor het besluit van de minister om te Stint voorlopig te schorsen. In dat feitenrelaas constateert de ILT onder meer dat er wijzigingen zijn aangebracht aan de Stint, zonder dat de fabrikant dit gemeld heeft. De Kamerbrief van de minister en het feitenrelaas van de ILT, zijn hier te vinden.

Het punt is nu juist dat de ILT  niets in het feitenrelaas heeft geschreven over dat ‘de fabrikant wijzigingen had moeten melden’. Dat is nu juist onderdeel van het onderzoek!

Het ministerie laat mij op schriftelijke vragen weten dat “In 2011 is namens de minister een specifiek model Stint aangewezen om te worden toegelaten op de openbare weg.”.

Het toestaan van een specifiek model is echter  nergens vastgelegd. De Stint is destijds door de RDW goedgekeurd op basis van de eisen die waren opgesteld door de wetgever. Namelijk dat de elektromotor een maximaal vermogen mocht hebben van 4000W. De wijziging van 800W motor naar 1200W motor blijft ruim binnen het maximum.

Wat verder opvalt in het feitenrelaas is dat nergens een schatting wordt gemaakt van de kans dat een van de geconstateerde bevindingen optreedt. Een paar dagen voor haar besluit, toen er nog geen ILT feitenrelaas was, stelde de minister dat de Stint gewoon op de weg mocht. Dit omdat onder andere Veilig Verkeer Nederland had aangegeven geen incidenten met de Stint te kennen.

De ILT spreekt van het breken van de gasveer. De gashendel die Stint gebruikt is van de Italiaanse fabrikant Domino. Deze fabrikant staat bekend om de kwaliteit. Nergens is een indicatie te vinden dat deze gasveer dermate onbetrouwbaar is dat dit reden kan zijn de Stint van de weg te halen. Er zijn slechts enkele gevallen bekend waar de gasveer losliet of brak.

Ik vroeg de heer Wassenaar, woordvoerder van de ILT, of de ILT een kansberekening had gemaakt dat een indicatie geeft hoe groot de kans op onveilige situaties vanwege de bevindingen is. Hij wilde op deze vraag geen commentaar geven.

 

 

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *