WOO-verzoeker, laat je niet tegenhouden om beroep in te dienen vanwege griffierechten

Middels een beroep op de Wet Open Overheid (hierna: WOO) kunnen journalisten en burgers documenten bij de overheid opvragen. Overheden doen er vaak heel erg lang over om een besluit te nemen op dit verzoek. Wanneer een overheid niet tijdig zoals in de wet is voorgeschreven een besluit neemt kan de verzoeker een beroep indienen bij de rechtbank. De kosten voor het beroep moet de verweerder, het bestuursorgaan, uiteindelijk terugbetalen.

De procesgang is als volgt. Nadat een WOO-verzoek is ingediend heeft het bestuursorgaan vier weken de tijd om een besluit te nemen. Deze kan nog twee weken extra de tijd nemen. Als deze na zes weken nog steeds geen besluit heeft genomen kan de verzoeker een zogenaamde ‘ ingebrekestelling’ sturen naar het bestuursorgaan. Daarin geeft de verzoeker aan dat het bestuursorgaan nog maximaal twee weken de tijd krijgt voor het nemen van een besluit. Daarna kan de verzoeker in beroep bij de bestuursrechter vanwege ‘ niet tijdig beslissen.

Het indienen van een beroep is vrij eenvoudig. Stel een brief op gericht aan de rechtbank en beschrijf waarom er in beroep wordt gegaan. Sluit het oorspronkelijke WOO-verzoek en de ingebrekestelling als PDF toe. Dit kan digitaal via de website van de Rechtspraak. Voor het aanmelden is DigiD nodig.

Voor het behandelen van het beroep zijn administratie kosten verschuldigd, de zogenaamde griffierechten. De kosten voor het beroep ‘ niet tijdig beslissen’ bedragen € 187 voor particulieren.

Direct na digitaal indienen van het beroepschriftr wordt een referentie getoond. Er wordt vervolgens door de rechtbank per brief een factuur gestuurd. Die moet ongeveer 2,5 week na indien van het beroepschrift worden betaald. Wordt er niet betaald dan zal de rechtbank het beroep niet in behandeling nemen.

Die kosten kunnen voor mensen een drempel zijn om dan maar niet in beroep te gaan.
Maar dat is helemaal niet nodig. Aan de hand van een aantal recente uitspraken van de rechter blijkt dat het bestuursorgaan dat niet tijdig beslist de griffierechten moet terugbetalen aan de verzoeker. En meestal ook de proceskosten als bijvoorbeeld kosten zijn gemaakt voor een advocaat.

Er zijn verschillende scenario’s mogelijk. In onderstaand geval diende de WOO-verzoeker een beroep ‘ niet tijdig beslissen’ bij de rechtbank in. Nog voor de behandeling van het beroep besloot het bestuursorgaan op het WOO-verzoek. Daarop trok de verzoeker het beroep in.

De rechter oordeelde dat zowel de proceskosten (de indiener van het WOO-verzoek had een advocaat het beroepschrift laten opstellen en indienen) als het griffierecht door verweerder aan de eiser moet worden vergoed.

In deze uitspraak van de Rechtbank Midden Nederland over het niet tijd besluiten op een WOO-besluit besluit de rechter dat het bestuursorgaan het griffierecht moet terugbetalen. Het bestuursorgaan moet tevens een dwangsom van 100 euro betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Onduidelijk is hoeveel maanden er zat tussen het indienen van het beroep en de uitspraak. Wanneer de verzoeker direct na verlopen van de beslistermijn beroep heeft ingediend zou dan begin juni 2023 zijn geweest. Dan heeft het dus mogelijk 8 maanden geduurd voordat de rechter uitspraak deed.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *