Belastingdienst adviseerde staatssecretaris om loonbeslag overige CAF zaken niet te stoppen
Uit stukken die staatssecretaris Van Huffelen op 16 juni naar de Kamer stuurde blijkt dat de Hoofddirecteur Fiscale en Juridische Zaken van de Belastingdienst de toenmalige staatssecretaris van Financien Menno Snel op 23 augustus 2019 adviseerde om loonbeslag en dwangverrekening bij ouders die niet tot de CAF11 zaak behoorde niet op te schorten. Dit terwijl intussen bij iedereen duidelijk was dat de Belastingdienst op een schandalige manier misbruik van haar macht had gemaakt en lak had aan de wetgeving. Ook was vrijwel zeker dat de groep gedupeerde ouders veel groter was dan die in de CAF11 zaak. Zo antwoorden Menno Snel op 11 juli 2019 op de vraag: ‘Kunt u uitsluiten dat het om duizenden of tienduizenden gaat?’
“Dat wil ik niet omdat ik wil weten net als de Kamer hoeveel het er zijn. Dat zijn we in beeld aan het brengen. Dat is niet iets dat ik van vandaag op morgen in beeld heb.”
Ruim 1 maand later schrijft Hoofddirecteur Fiscale en Juridische Zaken dit aan Menno Snel. Menno Snel ging akkoord met het advies.
De Kamer kreeg na lang zeuren door voornamelijk Pieter Omtzigt eindelijk deze stukken. De reden om lopende invordering niet te stoppen staat ook in het document. Bij een alternatief scenario waarin wel de invordering zoals loonbeslag zou worden gestopt zou de conclusie kunnen worden getrokken dat er naast de CAF11 zaak nog veel meer mis was. Dat klopt ook en dat moet de Belastingdienst hebben geweten. Een ander nadeel van stoppen van invorderen van geld bij gedupeerde ouders was precedentwerking. De Belastingdienst is bang dat veel meer ouders dan ook gaan eisen dat invorderingsmaatregelen zoals loonbeslag worden gestopt. En dat zou gevolgen hebben voor de schatkist.

