|

Belastingdienst hield bewust stukken achter voor rechter

Uit stukken die zijn vrijgegeven na een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) blijkt dat medewerkers (juristen)  van Belastingdienst/Toeslagen die namens de Belastingdienst als verweerder optraden in  rechtszaken aangespannen door gedupeerde ouders bewust stukken niet aan de rechtbank verstrekten. Hierdoor werd bewijs ten gunste van de positie van de gedupeerde ouders achtergehouden voor de rechter. 

Artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) geeft aan dat er in bestuursrecht (wanneer een burger de overheid aanklaagt) sprake moet zijn van equality of arms. Dit bepaalt onder andere het recht voor de in de (bestuurs)rechtelijke procedure betrokken burger om met ʻdezelfde wapenenʼ als de overheid te kunnen procederen, bijvoorbeeld als het gaat om de
verstrekking van processtukken of de gelijke toegang tot geheime informatie.

Dit handelen van de Belastingdienst is dus duidelijk in strijd met de EVRM.

Al eerder werd duidelijk dat de Belastingdienst stukken achterhield. In de verhoren gaven top-ambtenaren de onzin reden aan dat er discussie was of bijvoorbeeld telefoonnotities moesten worden ingebracht. Duidelijk mag zijn dat als blijkt uit deze notities dat een burger vele malen heeft gebeld met de Belastingtelefoon om te vragen welke bewijsstukken nog meer moeten worden ingeleverd, en de medewerkers van de Belastingtelefoon geen antwoord geven, dat de rechter hiervan op de hoogte moet worden gebracht.

Onderstaand stuk geeft duidelijk aan dat “CAF meldingen niet in de inventarislijst moeten worden worden opgenomen maar alleen in het eigen dossier van de verweerder. Dit betekent dat de stukken niet extern werden verstrekt.

 

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *