Minster Van Nieuwenhuizen informeerde de Kamer wederom onjuist
Minister Cora van Nieuwenhuizen heeft wat betreft correct informeren van de Tweede Kamer een heel slecht trackrecord. Zo informeerde zij de Kamer onvolledig over Lelystad Airport. En ook in het dossier Stint liet zij na de Kamer te informeren door voor haar departement belastende stukken niet te delen. Eind juni 2020 bleek dat de minster weer de Kamer voorloog. Nu over hoe effectief HEPA-filters in vliegtuigen zijn.
Begin juni maakte Jaap van Dissel (RIVM en OMT) suggesties dat vliegen veilig is. Daar kwam al kritiek op. Op 8 juni schrijft NRC over druk om vliegverkeer te hervatten. Het lijkt er op dat de politiek de wetenschappers van RIVM voor haar economische karretje wilde laten spannen.
RIVM en OMT ontsnapten de afgelopen periode niet helemaal aan de heikele kwestie ‘vliegen in coronatijd’. Het OMT-advies van 14 april bevat een mysterieus zinnetje. In een vraag van het kabinet aan het OMT over het Nederlandse invliegverbod en risicolanden staat: „Er is druk om in Nederland en Europa het vliegverkeer weer te hervatten.” Van wie kwam die druk, en in welke vorm? Het RIVM verwijst naar ministeries. Het ministerie van IenW verwijst naar het OMT, vallend onder het RIVM.
Op 12 juni stuurt minister van Nieuwenhuizen en minister De Jonge een brief naar de Kamer over Luchtvaart en covid-19. Daarin staat onder meer:
Het RIVM geeft aan dat hoewel het effect van de ventilatiesystemen in vliegtuigen op de overdracht van COVID-19 niet wetenschappelijk is onderzocht, het plausibel is dat het unieke ventilatiesysteem aan boord een beperking geeft van het risico op eventuele overdracht van COVID-19 tussen passagiers.”
Ondanks feit dat RIVM aangeeft dat er geen onderzoek bestaat naar effect ventilatiesystemen geeft de minister in een debat op 18 juni aan dat vliegen veilig is in corona tijd vanwege de aanwezigheid van een HEPA-filter. Ze stelde dat alle Nederlandse vliegtuigen over zo’n fijnmazig filter beschikken. Het kamerlid Suzanne Kröger van GroenLinks gaf in een reactie aan dat HEPA-filters echter maar tot 0,3 micron kunnen filteren terwijl virusdeeltjes kleiner zijn, namelijk 0,1 micron. De reactie van de minister was “het is niet aan mij om een technische uiteenzetting te geven hoe het precies zit met die filters. ”
Daar blijkt al de blufpoker.
Het NLR zou gaan uitzoeken of toestel van buitenlandse maatschappijen die op Schiphol vliegen ook beschikken over dit type filter. Een groot deel van de Kamer was toen al kritisch op de bewering van Van Nieuwenhuijzen.
Op 18 juni dienden Paternotte (D66) en Graus (PVV) de motie in met de naam ‘Motie van de leden Paternotte en Graus over onderzoeken van het effect van filter- en ventilatiesystemen op het besmettingsrisico in vliegtuigen’. De motie verzoekt de regering regering zo spoedig mogelijk onderzoek te laten verrichten
naar het effect van filter- en ventilatiesystemen op het besmettingsrisico voor COVID-19 in vliegtuigen.
Op 29 juni geeft de minister in een brief een reactie. Daaruit blijkt dat er helemaal geen wetenschappelijk bewijs is over het effect van HAPA-filters in vliegtuigen. EASA doet voorlopig geen onderzoek.
Op basis van contacten met de European Union Aviation Safety Agency (EASA) en het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC), die het RAGIDA project2 uitvoert, concludeer ik dat een onderzoek in Europees verband naar het effect van filter- en ventilatiesystemen op het besmettingsrisico voor COVID-19 vliegtuigen vooralsnog niet wordt uitgevoerd en ook niet op korte termijn wordt voorzien.