Was schietpartij in Utrecht een terroristische aanslag of was persoonlijke problematiek oorzaak?
In de ochtend van 18 maart 2019 schot de Nederlander van Turkse afkomst Gokmen Tanis in een tram in Utrecht vier mensen dood en verwondde hij er vier waarvan twee levensgevaarlijk. Op dit moment (28 maart) ligt een van de twee levensgevaarlijke gewonden nog in het ziekenhuis.
Rond 18:15 die dag werd de dader gearresteerd. Het Openbaar Ministerie verdenkt hem voorlopig van drie strafbare feiten: meervoudige moord c.q. doodslag met een terroristisch oogmerk, poging daartoe en bedreiging met een terroristisch oogmerk. Hij heeft verklaard alleen te hebben gehandeld. Onderzocht wordt of verdachte heeft gehandeld vanuit enkel een terroristisch motief, of dat zijn handelen voortkwam vanuit persoonlijke problematiek in combinatie met een geradicaliseerd gedachtengoed.
Wanneer is een schietpartij waar doelgericht op mensen wordt geschoten nu precies een terroristische aanslag?
De definitie van de AIVD van terrorisme is:
Het uit ideologische motieven dreigen met, voorbereiden of plegen van op mensen gericht ernstig geweld, dan wel daden gericht op het aanrichten van maatschappij-ontwrichtende schade, met als doel maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden.
De definitie van een terroristische aanslag van Global Terrorism Database (GTD), een organisatie die aanslagen documenteert is als volgt.
- De gewelddadige daad was gericht op het bereiken van een politiek, economisch, religieus of sociaal doel;
- De gewelddadige daad bevatte bewijs voor de intentie om te intimideren, iets af te dwingen of een andere boodschap over te brengen aan een groter publiek (of andere doelgroepen) dan de directe slachtoffers;
- De gewelddadige daad stond buiten de regels van het internationaal humanitaire recht
Hoewel het doen van voorbereidingen van een aanslag niet als voorwaarde voor terrorisme wordt genoemd, kan in bijwel alle gevallen van terrorisme worden gesteld dat er geen sprake was van een impuls bij de dader(s). Er is eigenlijk altijd sprake van hulp door derden en enige mate van voorbereiding. In een aantal gevallen sprak de dader voor de aanslag over zijn of haar intentie.
Bij terrorisme moet er dus sprake zijn van een duidelijk doel. Een ander kenmerk van een terroristische aanslag is dat het geweld is gericht op willekeurige, bij de dader onbekende, mensen. Het vermoorden van leden van een concurrende bende valt niet onder terrorisme.
Terrorische aanslagen worden meestal uitgevoerd door leden van een terroristische beweging. Voorbeelden zijn ETA, de Duitse RAF, het Japanse Rode Leger, Hezbollah in Libanon, Hamas en Islamitische Jihad in Israël/Palestina, FARC in Colombia, de IRA, Al-Qaida en ISIS/IS. Deze groepen hebben allemaal een duidelijk doel.
Een in Nederland actieve terroristische groep was Revolutionaire Anti-Racistische Actie (RaRa). Deze stak als protest tegen de apartheid in Zuid-Afrika een aantal vestigingen van de Makro in de brand. Ook voerde RaRa actie tegen Shell. In de jaren 90 werden bomaanslagen gepleegd op gebouwen van de overheid vanwege het asielbeleid.
Eerder kaapten Molukse jongeren in 1975 een trein, in 1977 nog een keer een trein en tegelijkertijd een school, en in 1978 het provinciehuis in Assen.
In al deze voorbeelden was er sprake van een duidelijk doel dat valt onder de definitie van terrorisme.
Eenlingen
Naast door groepen worden terroristische aanslagen ook door eenlingen voorbereid en uitgevoerd. Voorbeelden zijn Breivik en Brenton Tarrant. Beiden publiceerden voordat zij de moorden pleegden een manifest. Ze hadden ook een heel duidelijk motief.
Maar niet iedere aanslag is terrorisme.
Op 30 april 2009 pleegde Karst Tates een aanslag op het Koninklijk Huis door te proberen met zijn auto de bus met leden van het Koninklijkhuis te raken. Zeven mensen werden gedood. Ook de dader zelf kwam om het leven. Er was hier hoogstwaarschijnlijk sprake van een gestoorde man. Uit niets bleek dat er een terroristisch motief was.
De schietpartij in Alphen aan de Rijn in 2011 waar Tristan van der Vlis zes mensen doodschoot was ook geen terroristische aanslag. Het betrof hier een blanke jongen met psychische problemen en suïcidale neigingen die zonder hulp van anderen een bloedbad aanrichtte in een winkelcentrum. Hij had een briefje achtergelaten in zijn auto met daarin een aanwijzing dat in drie andere winkelcentra explosieven zouden liggen.
Motief Gokmen
Het motief voor de schietpartij in Utrecht is niet bekend. Gokmen Tanis werd nooit in een moskee gezien. Hij had wel periodes dat hij leefde als een Islamiet inclusief kledij en baard. Zijn oudere broer Bilal wordt in verband gebracht met een radicale Turkse islamitische beweging: de Kalifaatstaat. De personen die hem kenden gaven allen aan dat Tanis geen terrorist was maar een gestoord figuur. Iemand die je het beste kunt ontwijken. Tanis werd eerder veroordeeld voor verboden wapenbezit en het schieten op een flatgebouw in Utrecht.
Terrorisme?
Een aanwijzing die volgens sommigen zou kunnen wijzen op een terroristisch motief bij Tanis is het roepen van ‘Allah Akbar’ tijdens het schieten. Echter is het voor moslims gebruikelijk om in situaties van stress of juist opwinding dit te roepen. De Indonesische piloot van het Lion Air toestel riep het seconden voordat het toestel te pletter sloeg in de zee. Het roepen van deze kreet zegt dus niets over het motief.
Ook vanwege de achtergrond van Tanis kan terrorisme niet direct als motief worden aangewezen. De man werd gezien als gestoord door vele mensen die hem kenden. De schietpartij in Alphen aan de Rijn gepleegd door iemand met geen enkele Islamitische achtergrond is nooit als terrorisme bestempeld.
De enige aanwijzing, naast een mogelijke verklaring door de dader, die kan wijzen op terrorisme is het briefje dat is door de schutter achtergelaten in de rode Renault Clio. Daarin zou volgens de Telegraaf de dader zijn moslimbroeders groeten. Onderaan het briefje stond vetgedrukt ‘Allah’. Niet bekend is of de dader het briefje voorafgaand aan de schietpartij schreef of achteraf net voordat hij de auto verliet. Tristan van der Vlis liet ook in een auto een briefje achter. Daarin stond dat er explosieven in drie winkelcentra lagen. Toch is zijn daad nooit als terrorisme bestempeld.
Er lijkt ook vooralsnog geen sprake te zijn van enige voorbereiding van de aanslag. De dader had eerder een wapen in zijn bezit. Hij lijkt de eerste de beste gelegenheid te hebben gekozen om willekeurige slachtoffers te maken. Hij had geen vluchtplan maar stal een auto die met draaiende motor vlakbij de tram stond. En hij vluchtte naar de woning waar hij ’s ochtends mogelijk uit vertrok.
Vooralsnog blijkt uit niets dat de dader een politiek, economisch, religieus of sociaal doel wilde bereiken. Een terroristisch motief lijkt zeer onwaarschijnlijk.
Veel waarschijnlijker lijkt het dat motief van de dader een persoonlijke problematiek is in combinatie met een geradicaliseerd gedachtengoed.