Status van de WOB over Stint
In deze blogpost geef ik een verslag over het WOB-verzoek dat ik heb ingediend. De blogpost wordt bijgewerkt als er nieuwe ontwikkelingen zijn.
Op 15 november 2018 stuurde ik verzoek met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) naar het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Daarin verzocht ik alle relevante documenten openbaar te maken van de periode 20 september 2018 tot en met 15 november 2018 betreffende de besluitvorming over de Stint.
Na vier weken kreeg ik een brief dat het besluit over mijn verzoek was uitgesteld.
Na acht weken kreeg ik een brief met dezelfde strekking.
Begin februari werd ik geinformeerd door de woordvoerder van het ministerie dat er hard werd gewerkt aan de WOB-verzoeken en dat het nog een kwestie van weken was.
Uiteindelijk kreeg ik op 20 maart een dikke enveloppe in de bus met daarin het besluit en diverse stukken. Wat schetst mijn verbazing. De stukken betreffen de periode vanaf de toelating van de Stint in 2011 tot 1 oktober 2018. Mijn aanvraag had betrekking op een andere, langere periode namelijk tot 15 november.
De documenten die zijn vrijgegeven kunnen hier worden bekeken.
De woordvoerder gaf mij op 21 maart aan dat mijn WOB nog wel enige weken op zich kan laten wachten. Er wordt nog steeds hard aan gewerkt. Vooral de periode na 1 oktober vond er volgens de woordvoerder veel communicatie plaats.
Er valt veel op te merken over deze gang van zaken.
WOB-verzoeken
Journalisten en burgers hebben in totaal 11 WOB-verzoeken ingediend sinds het ongeluk in Oss op 20 september 2018. Deze verzoeken zijn ingediend bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Inspectie
voor Leefomgeving en Transport (ILT) en de Dienst Wegverkeer (RDW). Het Ministerie ontving in totaal 8 verschillende verzoeken. Vier daarvan gingen over de toelating van de Stint in 2011. Vier gingen over de periode na het ongeval.
Het ministerie schrijft mij dat de verzoekenzijn ontvangen tussen 3 oktober en 15 november 2018.
Okay, dus mijn verzoek van 15 november was het laatst ingediend. Een bron kreeg eind december van het ministerie een verzoek om een zienswijze te geven op het voornemen van het ministerie om bepaalde documenten openbaar te maken. Dat verzoek is dus door het ministerie gestuurd bijna drie maanden nadat het eerste WOB-verzoek is ontvangen!
Na ontvangst van een WOB-verzoek maakt de ontvanger van het verzoek een inventarisatie van de documenten die betrekking hebben op het verzoek. Het is zeer de vraag of het ministerie na ontvangst van het eerste WOB-verzoek direct is gestart met het maken van een dergelijk overzicht. Overigens is het bij de landelijke overheid vrij gebruikelijk dat bijvoorbeeld emails worden gerubriceerd zodat bij een eventueel WOB-verzoek vrij efficient een dergelijke inventarisatie kan worden gemaakt.
In het geval van de belanghebbende die pas eind december een verzoek kreeg om een zienswijze te geven betreft het maar een zeer beperkt aantal documenten waarvan het merendeel de periode betrof voor het ongeval in Oss. Het is ook om die reden zeer opmerkelijk dat het bijna drie maanden moet duren om een zienswijze te vragen.
Ik vroeg de woordvoerder van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat waarom het zo lang duurde voordat een zienswijze werd gevraagd. Ik kreeg daarop de volgende reactie:
Bij de afhandeling van een WOB verzoek moet beoordeeld worden of stukken van derden openbaargemaakt kunnen worden. Daarna kun je de belanghebbende pas om een zienswijze vragen. Op het Stint-dossier moesten er eerst extra mensen gevonden worden om de verschillende WOB-verzoeken te behandelen Die extra capaciteit is niet van vandaag op morgen geregeld. Bij het afhandelen van de WOB-verzoeken rondom de Stint bleken er bovendien meer stukken te zijn dan verwacht. Dat is richting alle verzoekers ook schriftelijk gemeld.