Duitsland verlaagt vliegtaks — terwijl Nederland juist duurder wordt
De Duitse regering heeft een omvangrijk maatregelenpakket aangekondigd dat de luchtvaartsector fors moet ontlasten. Terwijl Duitsland kiest voor belastingverlaging en kostenreductie, beweegt Nederland juist in de tegenovergestelde richting: de Nederlandse vliegtaks stijgt opnieuw, waardoor vliegen vanaf Nederlandse luchthavens duurder wordt dan ooit.
De nieuwe Duitse coalitie onder leiding van CDU/CSU en SPD heeft bevestigd dat de Luftverkehrsteuer — de Duitse vliegtaks — per 1 juli 2026 wordt verlaagd naar het niveau van vóór de forse verhoging in mei 2024. Het gaat om een structurele ingreep die volgens de regering nodig is om de internationale concurrentiepositie van Duitse luchthavens te herstellen.
Volgens kanselier Friedrich Merz moet de maatregel vooral “de luchtverkeersindustrie in Duitsland opnieuw op gang brengen”. De belastingverlaging maakt deel uit van een breed pakket dat de totale kosten voor luchtvaartmaatschappijen moet terugdringen. Niet alleen gaat de vliegtaks omlaag; ook de kosten van luchtverkeersleiding en veiligheidscontroles moeten de komende jaren dalen. Voor 2026 worden verdere prijsstijgingen van deze diensten bevroren, en uiterlijk in 2029 moeten de tarieven met “aanzienlijk meer dan tien procent” zijn verlaagd.
Daarnaast wil Berlijn de luchtvaartlogistiek versnellen door het Luftfahrt-Bundesamt te digitaliseren en douaneprocedures te vereenvoudigen. Ook kijkt de regering naar afschaffing van de nationale Power-to-Liquid-quote, omdat die volgens critici de kosten van synthetische brandstoffen te veel opdrijft.
De luchtvaartsector in Duitsland reageert enthousiast. De brancheorganisatie BDL spreekt van een “belangrijk signaal” dat eindelijk een einde maakt aan jarenlange lastenverhogingen. Duitse luchtvaartmaatschappijen klaagden al langer dat ze de concurrentie verloren aan luchthavens over de grens, onder andere in Nederland en België, waar de kosten lager zouden liggen.
Maar dat beeld verandert snel — vooral omdat Nederland de vliegtaks juist verder verhoogt.
Nederland kiest voor exact het tegenovergestelde
Waar Duitsland honderden miljoenen uittrekt om de luchtvaartkosten te verlagen, kiest Nederland voor een compleet andere koers. De Nederlandse vliegtaks — die de afgelopen jaren al fors steeg — gaat opnieuw omhoog. Daarmee wordt vliegen vanaf Schiphol, Rotterdam en Eindhoven relatief duurder dan vliegen vanaf luchthavens direct over de grens, zoals Düsseldorf, Weeze, Brussel en straks dus ook weer Keulen en Frankfurt.
Voor veel maatschappijen is dit verschil reëel: lager belaste luchthavens trekken niet alleen meer passagiers, maar worden ook aantrekkelijker als standplaats voor vliegtuigen. Duitse luchtvaartbestuurders waarschuwen al dat maatschappijen “een steeds grotere boog om Duitsland heen” maken vanwege de hoge kosten. Nederland dreigt nu in hetzelfde scenario terecht te komen.
Duitse verlaging bedraagt honderden miljoenen
De belastingverlaging maakt deel uit van een pakket van ongeveer 350 miljoen euro dat de Duitse overheid vrijmaakt om luchtvaartmaatschappijen en luchthavens te ontzien. De verlaging moet Duitse luchthavens aantrekkelijker maken voor nieuwe routes, extra baseringen en internationale long-haul verbindingen. Vooral regionale luchthavens zoals Hannover, Leipzig en Hamburg klagen al jaren dat ze marktaandeel verliezen aan buitenlandse concurrenten.
Door lagere kosten hoopt Berlijn dat deze luchthavens opnieuw kunnen groeien.
Milieuorganisaties in Duitsland kritisch, maar regering zet door
Milieugroepen reageren kritisch en vrezen dat belastingverlaging het vliegverkeer stimuleert. Toch houdt de Duitse coalitie vast aan de plannen en benadrukt dat klimaatmaatregelen “niet gekoppeld mogen worden aan lasten die de luchtvaartsector wegdrijven uit Duitsland”.
Nederland moet rekening houden met concurrentiedruk
De koerswijziging in Duitsland kan directe gevolgen hebben voor de Nederlandse luchtvaartsector. Als Duitsland goedkoper wordt én Nederland duurder, kan de verschuiving van passagiers naar buitenlandse luchthavens versnellen. Reizigers wijken nu al massaal uit naar Düsseldorf, Weeze en Brussel vanwege lagere ticketprijzen en meer aanbod.
Met de Duitse belastingverlaging in zicht kan dat verschil nog verder toenemen.
Conclusie
Waar Nederland de vliegtaks opnieuw verhoogt, kiest Duitsland voor een forse verlaging én een breed pakket aan kostenreducties voor de luchtvaartsector. Het contrast tussen beide landen wordt daarmee groter dan ooit. De vraag is of Nederland, met stijgende kosten en afnemende concurrentiekracht, deze tegenstelling op langere termijn kan volhouden — zeker nu reizigers en luchtvaartmaatschappijen steeds makkelijker uitwijken naar goedkopere luchthavens net over de grens.