Voor iedere explosie aan de Nord Stream pijpleiding was maximaal 50 kg HMX springstof nodig
Er wordt veel geschreven, oa op social media platform X, dat het door vele media beschreven scenario waarin een zeiljacht is gebruikt onmogelijk zou kunnen zijn uitgevoerd. Zo zouden er vele honderden kilo’s springstof nodig zijn geweest.
Dit is onjuist. De kracht van de explosieven lag in TNT rond de 20-50 kg.
De bron van de bewering over de hoeveelheid springstof ligt bij de meldingen van Zweede seismologen. Die gaven aan dat de kracht van de explosies een kracht hadden van 500 kilogram TNT.
Hierover een aantal dingen. De kracht van de explosie wordt in kilo’s TNT uitgedrukt. Dat wil niet zeggen hoeveel gewicht de gebruikte explosieven hadden. Dat hangt namelijk van het type explosief af dat is gebruikt en hoe deze is bevestigd aan het object dat moet worden opgeblazen. Het door de saboteurs gebruikte HMX explosief kan met minder dan 100 kg aan gewicht een kracht veroorzaken van 100 kg.
Tevens is de kracht van de explosie vooral veroorzaakt door de druk in de pijpleiding. Deze druk is enorm, rond de 130 bar. Je kunt je voorstellen dat wanneer een explosief ook maar een klein gat maakt in de pijpleiding, door de enorme druk van het gas er een enorme knal komt. Met enorm veel schade.
Vergelijk het met het knallen van een ballon. Met een speld, een klein oppervlak, knalt de ballon in een aantal stukken.
Het schadebeeld van de drie opgeblazen pijpleidingen is ook anders. Dat komt omdat een van de Nord Stream 2 pijpleidingen tweemaal is geexplodeerd. Door zeer waarschijnlijk een fout van de terroristen zijn op twee verschillende plekken, tientallen kilometers van elkaar verwijderd, explosieven aangebracht. Bij deze pijplijn ziet de schade er bij de eerste explosie heel anders uit dan bij de tweede explosie. Dat laat zich verklaren doordat bij de tweede explosie, die 17 uur na de eerste plaatsvond, alle druk uit de gasleiding was verdwenen vanwege de eerste explosie.
Björn Lund , Associate Professor in Seismology van de Uppsala Universiteit en directeur van het Zweedse seismologische dienst deed onderzoek. Experts van zijn dienst samen met Duitse en Amerikaanse experts hebben op basis van het schadebeeld berekend dat de eplosieven die zijn gebruikt minder dan 50 kg wogen. Dit wordt gezegd rond 27;00 in deze ARD documentaire.
Erik Anderson organiseerde een expeditie naar de plekken waar de exposies zich voordeden. Met sonar bracht hij en zijn team de schade in beeld. In augustus sprak hij met Bjorn Lund. Op X is meer te lezen.
Lund gaf aan dat de explosieven een kracht moeten hebben gehad tussen de 20-50 kg.
