Factcheck: Digitaal strateeg Nasrullah poogt de AI-hype te fileren, maar zijn eigen claims kloppen niet

De laatste paar weken is er enorm veel nieuws over kunstmatige intelligentie oftewel AI. En dan vooral over de waarschuwingen door veel AI-deskundigen dat, wanneer er niet op de pauzeknop wordt gedrukt, er een vorm van AI kan ontstaan die slimmer is dan de mens. Die superintelligentie zou er zelfs toe kunnen leiden dat de mensheid wordt vernietigd.

Iemand die in Nederland steeds vaker in de media verschijnt, is digitaal strateeg Ilyaz Nasrullah. Hij schrijft regelmatig columns over AI in Trouw en eind september kwam zijn boek Dit is AI uit. Deze website publiceerde eerder een factcheck over beweringen van Nasrullah in een column uit juni 2025. In dit artikel leggen we recente uitspraken van hem langs de meetlat. Nasrullah was op 25 september te gast bij het radioprogramma Dit is de Dag en sprak daar over AI.

Nasrullah zegt het volgende over Alexander Klöpping:

“Zijn toon is ja, heel erg op sensatie gericht en we gaan er allemaal aan. Dat is wat hij impliceert, soms ook zegt en, en dat creëert heel veel angst bij mensen. En die angst, daar krijgen, krijgen andere experts dan weer mee te maken.”

Dat klopt niet. In de uitzending van Eva op 16 september zei Klöpping juist het tegenovergestelde. Hij vindt het hysterisch dat mensen praten alsof het einde van de mensheid nabij is. Ook als er een kans zou bestaan dat tien mensen overlijden, zou dat volgens hem al reden zijn om er aandacht aan te besteden. “Die hyperbool is helemaal niet nodig.”

Dit is het fragment waarin Klöpping praat over het gevaar

De gehele uitzending is hier te zien https://eva.avrotros.nl/artikel/de-uitzending-van-16-september-1570

Nasrullah stelt dat AI-makers bewust de capaciteiten van AI overdrijven door te waarschuwen voor gevaar dat de mensheid zou kunnen uitsterven. Hij noemt dit ‘doommarketing’.

Ook dat is te kort door de bocht. Er zijn veel onafhankelijke experts, die niet of niet meer bij AI-bedrijven werken, die al jarenlang waarschuwen voor mogelijke gevaren als wordt doorgewerkt aan superintelligentie. Nobelprijswinnaar Geoffrey Hinton, die tot enkele jaren geleden bij Google werkte, is daar een van. Eliezer Yudkowsky zei in 2023 al: “The most likely result of building a superhumanly smart AI … is that literally everyone on Earth will die.” Er zijn zeker tien tot vijftien onafhankelijke experts die aangeven dat er een risico op uitsterven bestaat. Over de termijn waarop dat zou kunnen gebeuren en de grootte van het risico verschillen de deskundigen van mening.
Otto Barten is directeur van het Existential Risk Observatory, een Amsterdamse stichting met als doel het reduceren van existentieel risico en schreef in september 2026 een column voor de Volkskrant.

Nasrullah vertelt vervolgens over het Hugging Face-incident. AI-agents gebruikten allerlei zeer vindingrijke technische trucs om toegang te krijgen tot internet en tot een systeem van Hugging Face. Dit is een zogenaamde ‘inference provider’: een bedrijf dat rekenkracht en AI-modellen aanbiedt.

Nasrullah zegt:

“Dus dit, dit verhaal van op hol geslagen, uh, AI, uhm, dat is een manier om de, uh, uh, juridische, uh, aansprakelijkheid die je hebt voor wat er gebeurt om dat een beetje te gaan zitten ontduiken. En wat je als je dus ook heel goed naar de technische analyse kijkt en, en gewoon droge, nuchtere taal gaat gebruiken, dan zie je van nou ja, die systemen zijn niet ontsnapt… Ze maakten gewoon fouten.”

Dat is nogal wat wat de digitaal strateeg hier beweert. Het is niet voor het eerst dat hij stelt dat de agents van OpenAI deden wat hen door OpenAI was opgedragen, inclusief het samenwerken. In zijn blog van 12 september doet hij dat ook. Daarin schrijft hij dat het uitbreken naar internet niet zo spectaculair is. Er zijn immers al AI-systemen die zero-days ontdekken.

Wat wel nieuw is, en waar Nasrullah nauwelijks op ingaat, is de combinatie van autonomie, duur, improvisatie en samenwerking. Agents werkten samen, gaven elkaar instructies en wisten zelfs sporen van hun activiteiten uit. De agents waren zo slim dat computercode werd opgeknipt in URLs.
Wat Nasrullah continue doet is de capaciteiten van AI, en dat is een verzamelnaam voor vele diverse toepassingen die we als mens slim vinden, te bagatelliseren.

Ook de volgende uitspraak van Nasrullah is te stellig:

“Want we geven het gewoon echt uit handen aan partijen die eigenlijk helemaal geen interesse hebben in, in regulering en dergelijke.”

Hiermee bedoelt hij dat AI-makers geen regulering willen. Dat beeld is te absoluut. Verschillende grote AI-bedrijven en hun bestuurders hebben de Amerikaanse overheid juist om regelgeving en veiligheidsmaatregelen gevraagd. Tegelijkertijd verzetten bedrijven zich geregeld tegen regelgeving die zij te streng of nadelig vinden. Ook speelt de concurrentie met Chinese AI-bedrijven een belangrijke rol.
Daarnaast vertraagde OpenAI in augustus 2026 de ontwikkeling en release van zijn nieuwe AI-model Astra nadat uit interne tests bleek dat het mogelijk zelfstandig ernstige kwetsbaarheden kon ontdekken en cyberaanvallen kon uitvoeren. Eind september 2026 ging OpenAI verder dan alleen waarschuwen voor de risico’s van krachtige AI. Het bedrijf legde de training, evaluatie en het gebruik met tools van zijn krachtigste modellen tijdelijk stil nadat agents tijdens tests buiten hun opdracht traden en probeerden beveiligingsbeperkingen te omzeilen.

Vervolgens stelt Nasrullah dat AI-makers steeds meer datacenters met rekenkracht bouwen, maar dat dit niet tot het gewenste doel leidt. Hij zegt:

“Hierdoor is alsof je naar de maan wil reizen en je bouwt steeds een snellere auto. Hij wordt steeds sneller en sneller en sneller. Maar met een snellere auto kom je eigenlijk gewoon nooit op de maan. En dat is een beetje wat er hier gebeurt.”

De vergelijking met een steeds snellere auto die principieel nooit de maan kan bereiken, suggereert dat extra rekenkracht nauwelijks relevant is voor verdere vooruitgang. Daarvoor bestaat juist veel tegenbewijs. Empirisch blijkt al jaren dat meer trainingsrekenkracht samenhangt met betere prestaties van taalmodellen. Betere algoritmen, trainingsmethoden, data, post-training en efficiëntere hardware en software leveren eveneens belangrijke bijdragen.

Vervolgens gaat het over de prestaties van modellen. De presentator heeft het over een wiskundig probleem dat is opgelost. Het gaat om OpenAI’s Navier-Stokes-project. Het Navier-Stokes-probleem is een van de zeven Millenniumproblemen van het Clay Mathematics Institute: uitzonderlijk moeilijke wiskundige vraagstukken waarvoor sinds 2000 een prijs van één miljoen dollar per opgeloste opgave is uitgeloofd.

Nasrullah zegt:

“Een interessante framing, want die 80 uur, dat is even uit het hoofd 20 miljoen of 25 miljoen dollar aan rekenkracht wat erin is gestopt.”

OpenAI maakte niet bekend hoeveel het experiment kostte. Een exacte kostprijs is niet te berekenen, omdat OpenAI geen gegevens publiceerde over de gebruikte GPU-capaciteit, inputtokens en interne kosten van het experimentele model.

Nasrullah zegt vervolgens:

“OpenAI heeft met AI dit probleem gekraakt. Als je gewoon een paar dagen later het nieuws bekijkt, dan zie je in de Scientific American een artikel tevoorschijn komen waarin gewoon wiskundigen zeggen: ja, we hebben eens goed gekeken naar wat OpenAI heeft gedaan en ze hebben dat probleem eigenlijk helemaal niet opgelost. Ze hebben een variant van dat wiskundeprobleem opgelost dat makkelijker is. Maar dit moeten we niet zien als het bewijs van dat echte probleem.”

Scientific American bracht inderdaad stevige nuance aan: OpenAI loste een officieel toegestane formulering van het Navier-Stokes-probleem mét externe kracht op, terwijl de ongeforceerde versie, die veel wiskundigen als de centrale wiskundige uitdaging beschouwen, nog openstaat.

De officiële formulering van het Millenniumprobleem van het Clay Mathematics Institute bevat deze geforceerde mogelijkheid echter expliciet als toegestane oplossingsvariant. Het Clay Institute schreef op 11 september zelfs dat het probleem “apparently been settled”, al loopt de formele beoordelingsprocedure nog. Zeggen dat OpenAI “het Millenniumprobleem helemaal niet heeft opgelost” gaat daarom te ver.

Daarna gaat het over de aansprakelijkheid van AI-makers als er iets misgaat als gevolg van het gebruik van hun product. Nasrullah zegt hierover:

“In 2025 was de Europese Commissie voornemens om een wet in te voeren naast de Europese AI-verordening die we hebben, een wet in te voeren die het makkelijker maakt om AI-bedrijven aansprakelijk te stellen voor de ondeugdelijkheid van hun producten. Ja, en toen is onder druk van JD Vance, de Amerikaanse vicepresident, is die wet ingetrokken.”

Op de dag waarop de Amerikaanse vicepresident JD Vance in Parijs fel uithaalde naar Europese techregulering, maakte de Europese Commissie bekend dat zij de AI Liability Directive wilde intrekken. Er is echter geen openbaar bewijs dat Vance de Commissie tot die beslissing heeft gebracht. De Commissie zelf verwees naar het ontbreken van uitzicht op een politiek akkoord over het voorstel.

Conclusie

Nasrullah heeft terecht kritiek op overdreven of sensationele berichtgeving over AI, maar een aantal van zijn eigen uitspraken is eveneens te stellig geformuleerd. Zo doet hij de zorgen over existentiële AI-risico’s te gemakkelijk af als marketing van AI-bedrijven, terwijl ook onafhankelijke deskundigen daarvoor waarschuwen. Ook bij het Hugging Face-incident en het Navier-Stokes-project verdwijnen belangrijke nuances wanneer de gebeurtenissen worden teruggebracht tot fouten of misleidende framing. Zijn uitspraak dat AI-bedrijven geen belangstelling hebben voor regulering is bovendien te absoluut. Juist bij een onderwerp dat zo complex en onzeker is als AI, is meer nuance nodig dan Nasrullah in deze uitspraken laat zien.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *